DutchEnglishFrenchGerman

INLEIDING

  1. Op 27 februari 2020 is in Nederland de eerste besmetting vastgesteld van COVID-19. Nadat de WHO op 11 maart 2020 de uitbraak als pandemie kwalificeerde, zijn wereldwijd landen overgegaan tot het nemen van drastische maatregelen in een omvang zonder precedent in de moderne geschiedenis. Ook in Nederland heeft de uitbraak geleid tot rigoreuze maatregelen waarbij het maatschappelijke verkeer nagenoeg stilgelegd is door het sluiten van scholen, universiteiten, bibliotheken, musea, bioscopen, restaurants café’s, sportscholen en kapperszaken. Daarnaast zijn zware beperkingen opgelegd aan de bewegingsvrijheid van de bevolking waardoor ook het niet gesloten deel van de samenleving slechts beperkt tot zeer beperkt kan functioneren. Met de inzet van noodverordeningen vindt handhaving plaats van de opgelegde sociale beperkingen en wordt iedereen gemaand zoveel mogelijk thuis te blijven. Recreatiegebieden en sportfaciliteiten zijn eveneens gesloten dan wel ontoegankelijk gemaakt. Het officiële dodental in Nederand bedraagt na ruim twee maanden van maatregelen 5.830 personen die met COVID-19 gestorven zijn (25 mei 2020). Hoewel het werkelijke aantal dat met COVID-19 gestorven is aanmerkelijk hoger ligt, staat inmiddels vast dat het virus slechts in zeldzame gevallen substantieel bijgedragen heeft aan de doodsoorzaak. Het virus maakt vooral slachtoffers onder ouderen met onderliggende aandoeningen. De veroorzaakte schade is nauwelijks te overzien. De regering schat het begrotingstekort voor dit jaar in het gunstigste geval op 92 miljard euro. Daarnaast zal naar verwachting het dodental als gevolg van de maatregelen het aantal slachtoffers van COVID-19 ruim overtreffen terwijl de te verwachten psychische gevolgen nog niet te overzien zijn. Het functioneren van de democratische rechtsstaat is vergaand ingeperkt en de grondrechten van burgers zijn op grote schaal buiten werking gesteld. Op dit moment zijn de maatregelen grotendeels nog steeds van kracht en loopt de schade daarvan dagelijks verder op. Eisers menen dat, los van de vraag of de aanvankelijke genomen maatregelen op dat moment al dan niet te rechtvaardigen waren, het voortduren van deze situatie in de huidige omstandigheden en met het voortschrijdende wetenschappelijke inzicht over COVID-19, onaanvaardbaar is. Eisers vorderen in dit kort geding dan ook een onmiddellijk verbod op verlenging en opheffing van de nu nog geldende maatregelen. In deze dagvaarding zal eerst een overzicht van de feiten gegeven worden, gevolgd door de juridische analyse van de maatregelen en het toetsingskader van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens voor dit soort uitzonderingssituaties. Aan de hand van deze criteria wordt de besluitvorming, het doel en effectiviteit van de maatregelen onderzocht. Daarna volgt een analyse van het gevaar van COVID-19 en een beschrijving van de gevolgen van de maatregelen. Op basis van deze gevolgen wordt de proportionaliteit onderzocht om af te sluiten met de conclusie.
Meld je aan voor de nieuwsbrief