DutchEnglishFrenchGerman

Regelgeving

  1. De volgende te beantwoorden vraag is of de opgelegde maatregelen geschikt zijn om het gestelde doel te bereiken. Hierbij zij het volgende opgemerkt. Het uitgangspunt bij het van overheidswege opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen is dat deze als onrechtmatig en willekeurig te beschouwen zijn indien deze een deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing ontberen. Op dit moment lijkt een situatie te bestaan waarin de burger moet gaan aantonen dat een maatregel niet effectief is teneinde zijn vrijheden terug te krijgen. Dit is vanzelfsprekend de omgekeerde wereld. Nederland is geen open inrichting waar de leiding naar goeddunken vrijheden van de bewoners wegneemt of uitdeelt. Uitgangspunt is dat elke vrijheidsbeperking strikt noodzakelijk en bewezen effectief moet zijn. Tot op heden ontbreekt elke deugdelijke onderbouwing. De vrijheidsbeperkingen zijn daarmee onrechtmatig.
  2. De genomen maatregelen zijn niet effectief en ontberen elke ratio. Dit blijkt ten eerste uit een vergelijking met landen waar afgezien is van dwingende maatregelen. Zo zijn in Zweden en Japan nauwelijks maatregelen getroffen. Wie de media in Nederland volgt, kan de indruk krijgen dat Zweden een grote vergissing gemaakt heeft en het dodental ongecontroleerd oploopt. Doch ook hier, de cijfers ondersteunen de harde kritiek in de media niet. In Zweden is de sterfteratio met 3674 doden op 10,23 miljoen inwoners 0,039 tegen 0,033 in Nederland. België, met één van de strengste lockdowns in Europa, kent een sterfteratio die het dubbele is van Zweden, namelijk 0,076. Ook in Frankrijk met een sterfteratio van 0,041 en Spanje met 0,048 liggen de getallen aanmerkelijk hoger dan in Zweden terwijl de bevolking in deze landen al maandenlang letterlijk in hun huizen gedetineerd zitten.
  3. Ten tweede kan op basis van eerdere aanbevelingen van de WHO zelf vastgesteld worden dat de ratio achter de maatregelen in Nederland ontbreekt. In oktober 2019 heeft de WHO een uitgebreide studie gepubliceerd over de effectiviteit van niet-farmaceutische middelen die ingezet kunnen worden om een influenzavirus in te dammen (hierna te noemen: “de WHO-studie”. Deze aanbevelingen zijn ook toepasbaar op het COVID-19-virus. Uit een in Taiwan doorgevoerd onderzoek blijkt namelijk dat het influenzavirus tot vier keer besmettelijker is dan het COVID-19-virus.
  4. In de WHO-studie zijn de maatregelen waar het Nederlandse publiek op dit moment aan onderworpen is, onderzocht op effectiviteit, impact en geschiktheid. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen een gemiddelde, zware en buitengewoon zware pandemie. De COVID-epidemie zal hier beschouwd worden als een “matige” pandemie (hieronder zal nog blijken dat de gevolgen van COVID-19 niet zwaarder zijn dan van een gemiddelde influenzagolf). Welke maatregelen adviseert de WHO in het geval van een pandemie als de onderhavige?

Productie 40: Non-pharmaceutical public health measures for mitigation the risk and impact of epidemic and pandemic influenza

  1. De enige maatregelen die de WHO-studie adviseert in een pandemie als deze zijn: handhygiëne, niet in de hand hoesten, gezichtsmaskers voor personen met ziektesymptomen, oppervlaktehygiëne, ventilatie, quarantaine van zieke personen en het geven van reisadviezen. Bij een gemiddelde pandemie, zoals COVID-19, kan als aanvullende maatregel eventueel besloten worden om af te zien van grote evenementen. De maatregelen die nu in Nederland gelden, worden in het WHO-rapport afgeraden dan wel voorwaardelijk aangeraden in het geval van een zeer ernstige pandemie. In de huidige situatie ontberen de maatregelen elke ratio.

    MedRxiv 19 maart 2020, High transmissibility of COVID-19 near symptom onset Hao-Yuan Cheng, Shu-Wan Jian, Ding-Ping Liu, View ORCID ProfileTa-Chou Ng, Wan-Ting Huang, Taiwan COVID-19 outbreak investigation team, View ORCID Profile Hsien-Ho Lin doi: https://doi.org/10.1101/2020.03.18.20034561

  2. Uit een meta-analyse blijkt namelijk dat er geen bewijs bestaat dat het dragen van mondkapjes effectief zijn in het beperken van de transmissie van virussen (p. 6 van de WHO-studie). Overigens heeft ook het OMT nimmer geadviseerd tot het verplichten van mondkapjes. De nu geldende verplichting om in het openbaar vervoer mondkapjes te dragen, dient geen aanwijsbaar nut. Zo wordt het dragen van mondkapjes door personen zonder symptomen afgeraden. Microbioloog en epidemioloog emeritus professor Sucharit Bhakdi van de Johannes Gutenberg Universiteit Mainz raadt het dragen van mondkapjes geheel af en wijst op de gezondheidsschade die kan ontstaan. Om oudere mensen een mondkapje te laten dragen, noemt hij zelfs ‘een schande’.
  3. Thuisquarantaine voor niet geïnfecteerde personen is evenmin aanbevolen. Er bestaan zwaarwegende ethische bezwaren tegen deze maatregel. Doordat mensen dicht op elkaar opgesloten zitten, vindt juist overdracht plaats. Ioannidis ondersteunt de conclusie in de WHO-studie. Volgens hem hebben quarantainemaatregelen doorgaans geen positief effect op de verspreiding omdat mensen veel te dicht op elkaar leven. Mensen worden door deze maatregel feitelijk gedwongen om besmet te raken.
  4. Het sluiten van scholen en sluiting van andere inrichtingen kan bijdragen aan het reduceren van virusverspreidingen. Tegelijkertijd bestaan er aanzienlijke bezwaren tegen deze maatregelen die vooral negatief uitwerken bij de lage inkomens. Zo is er inkomensuitval doordat ouders thuis moeten blijven en lopen kinderen leerachterstanden op. De WHO-studie adviseert deze maatregel uitsluitend te overwegen nij een zware pandemie (p. 53 WHO-studie).
  5. Het bewijs dat het sluiten van werkplekken bijdraagt aan de beperking van virusverspreiding is zeer dun. Er zijn uitsluitend onderzoeken met simulaties beschikbaar. Grootschalige sluitingen kunnen volgens deze studie de epidemische piek een week vertragen en lijken een bescheiden invloed te hebben op het verloop. De impact van deze maatregel is daarentegen enorm. Vooral zelfstandigen en lage inkomens worden financieel hard geraakt. Daarnaast leiden deze maatregelen tot een economische ontwrichting. Deze maatregel kan beschouwd worden als een extreme social distancing measure en is uitsluitend voorwaardelijk aan te bevelen in een buitengewoon zware pandemie.
  6. De inzet van contact tracing, waar zowel de Europese Commissie als nationale beleidsmakers met een (al dan niet verplicht te installeren) app zwaar op inzetten, wordt door de WHO in geen enkel geval aanbevolen. Uit onderzoeken blijkt de effectiviteit van contact tracing zeer beperkt. Slechts in één studie is een zeer beperkt positief effect gemeten in combinatie met quarantainemaatregelen. Dit middel is daarbij uitsluitend bruikbaar in specifieke omstandigheden bij een zeer gering aantal besmettingen. Bij een virus als COVID-19, dat vergelijkbare eigenschappen heeft als het influenzavirus, zal bij gebruik van een dergelijke app binnen de kortste keren de hele bevolking in quarantaine zitten. Daarbij zijn volgens de WHO-studie de ethische bezwaren van een dergelijke app zwaarwegend. De WHO-studie adviseert in alle gevallen tegen het gebruik van contact tracing. Ook volgens Ionnaidis is inzet van dit middel alleen zinvol bij weinig besmettingen en werkt dit in de meeste landen niet. Als 30% van de mensen geïnfecteerd is dan heeft 70% van de bevolking daarmee contact. De gehele bevolking zit binnen de kortste keren in quarantaine. Zelfs bij een besmettingsratio van 5% is het nagenoeg onmogelijk om met een app de verspreiding in te dammen.
  7. De conclusie is eenduidig: Zowel uit de vergelijking met landen die geen gedwongen maatregelen getroffen hebben als op basis van de WHO-studie volgt dat er de ratio voor de maatregelen ontbreekt. Daarmee is een voortduren van de maatregelen onrechtmatig.

Terug naar index

Meld je aan voor de nieuwsbrief