DutchEnglishFrenchGerman

De Bretonse variant

Waarom huidige detectiemethoden voor Sars-CoV2 falen en diagnostiek terug  moet worden gebracht naar oude waarden, waarbij een arts zijn diagnose opbouwt rondom alle informatie die hij of zij kan verkrijgen.

Inleiding

Op 16 maart 2021 stonden de kranten er bol van”: “Bretonse variant zou moeilijker te testen zijn”, kopt Trouw. NRC handelsblad kopt hem net iets anders in met “Bretonse variant blijft niet aan neuswat plakken”. Het NRC beroept zich in hun artikel op een interview met Chantal Reusken van het RIVM. Metronieuws kopt met de headline “Nieuwe Bretonse variant lijkt niet opspoorbaar door coronatest”. Forbes Magazine brengt het eerste artikel dat direct in de kop benadrukt dat het probleem vooral draait om de PCR-test. In essentie beschrijven de nieuwsbronnen de Bretonse variant vooral als een mysterieus nieuw fenomeen.

De visie en inzichten van Chantal Reusken (NRC)

In Bretagne is een nieuwe variant van het SARS-CoV2 virus opgedoken. Reusken benadrukt, dat de PCR-test niet faalt in het detecteren van de variant.  Met de verkregen informatie zoals weergegeven lijkt de conclusie van Reusken te zijn, dat deze variant moeilijker af te nemen is met de standaardmiddelen.

Het is overigens zo, benadrukt Reusken, dat de PCR-test niet faalt in het detecteren van de variant. „Op basis van de beperkte gegevens die we nu hebben lijkt het erop dat dit het falen van de neuswat is waarmee iemand bemonsterd wordt”, zegt Reusken. „Het wattenstaafje lijkt bij deze variant te weinig virus op te pikken zodat de patiënt negatief of heel zwak positief test. Deze variant zit kennelijk dieper in de longen, en als je monsters neemt van opgehoest slijm of een longspoeling dan zie je hem wel in de test.”

De buitenlandse pers en in het bijzonder de Franse  wetenschapsjournalistiek

De buitenlandse pers schrijft het ontstane probleem aan iets anders toe. Zij gaat uit van een mutatie die er voor zorgt, dat de te testen genen niet meer tot replicatie komen in de huidige PCR-Assay. In principe is dit een veel plausibelere verklaring dan die van Reusken. Het beschrijft feitelijk hetzelfde fenomeen wat indertijd ook de aandacht vestigde op de Britse variant, waarbij slechts een deel van de te testen genen niet meer tot replicatie kwam.

Conclusie

Ongeacht welke oorzakelijke reden er geduid wordt voor het fenomeen wat we waarnemen m.b.t. de Bretonse variant, zien we heel duidelijk dat de huidige detectiemethoden niet goed toegerust zijn voor mutagene veranderingen van de SARS-CoV2 virusstammen. Op zichzelf niet heel problematisch, omdat de assays vrij snel te moduleren zijn met aanvullende probes en primersets, waarna ze weer enkel onderhevig zijn aan de oude testonzekerheden en foutgevoeligheden. Opvallend is echter wel, dat nog geen enkele testproducent hier werk van lijkt te maken.

Mocht daarentegen de theorie van Reusken steek blijken te houden dan is er een nog groter probleem, want dan staan de afnametechnieken zélf ter discussie. Het grootste probleem dat dan ontstaat is, dat de sowieso al discutabele populatie van asymptomatische patiënten niet meer te duiden valt.

In essentie schieten de testmogelijkheden tekort om langdurig indicatieve informatie te verstrekken. Zeker in de epidemiologische duidingen en het volgen van de situatie is dit uiterst problematisch. Dit probleem wordt mettertijd alleen maar groter, omdat ook de biologische variatie toeneemt. Er vallen weliswaar variaties geleidelijk aan weg, maar pas nadat deze zelf al geresulteerd hebben in het ontstaan van meerdere nieuwe variëteiten.

Naarmate de biodiversiteit toeneemt, neemt de waarde van de PCR-testen af tenzij je hier een extreem uitgebreide test van maakt.

Naast de PCR-test hebben we ook de antigeen-testen. Zolang deze testen ontwikkeld worden op basis van multiclonale antistoffen die niet specifiek zijn voor één antigeen, zou het probleem hier een stuk kleiner zijn. Echter, de antistoffen voor deze testen worden vaak geproduceerd tegen artificiële antigenen op basis van een beredeneerd genoom, wat ook deze tests in hogere mate gevoelig maakt voor de biodiversiteit.

Alleen al vanwege de biodiversiteit zou het raadzaam zijn om de diagnostiek terug te brengen naar de oude waarden, waarbij een arts zijn diagnose opbouwt rondom alle informatie die hij of zij kan verkrijgen.

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief