DutchEnglishFrenchGerman

Pleitnota Viruswaarheid hoger beroep Avondklokrechtszaak

Gerechtshof ‘s-Gravenhage
Voorzieningenrechter

Donderdag 19 februari 2021

I n z a k e :
1. Stichting Viruswaarheid.nl,
2. Willem Christiaan Engel,
3. Jeroen Sebastiaan Pols,

Geïntimeerden,
Advocaat: mr. G.C.L van de Corput

tegen

De Staat der Nederlanden (Ministerie van Algemene Zaken en Ministerie van Justitie en Veiligheid)
Appellant,
Advocaten: mr. R.W. Veldhuis en mr. J. Bootsma

Edelachtbaar hof,

Voordat ik begin wil ik volgende benadrukken. Ik ontken niet het bestaan van het virus. Ook niet dat bepaalde risicogroepen kans hebben om ernstig ziek te worden en te overlijden. Iedereen die met een overlijden te maken krijgt voelt een enorm verlies. Laat daar geen misverstand over bestaan.

Ik wil beginnen met de waardering uit te spreken voor de voorzieningenrechter mr. Hoekstra die een juist maar ongelooflijk moedig vonnis gewezen heeft. We hebben inmiddels ruim tien procedures gevoerd. Dit is het eerste vonnis dat rekening houdt met de rechten en levens van 17,5 miljoen mensen. Al bijna een jaar leven zij in een samenleving die een rechtsstaat onwaardig is. Beleid moet rechtvaardig en menselijk zijn. Een beleid die geen rekening houdt met de belangen, het geluk en welzijn van 17,5 miljoen mensen is onrecht. Een beleid dat kinderen en jongeren geen onbezorgde jeugd en kindheid gunt en hun toekomstperspectief wegneemt, is onrecht.

Dit onmenselijke beleid vernietigt het toekomstperspectief van de hele bevolking. Mr. Hoekstra gaf veel mensen weer hoop dat er in de rechtspraak nog mensen zijn die voor hun belangen opkomen. Iedereen heeft momenten in hun leven dat zij het juiste moeten doen. Zij deed het dat.

De Staat had hier ook het juiste moeten doen, maar deed dat niet: de uitspraak respecteren. Maar in een rechtsstaat sluit de overheid haar eigen burgers niet op in hun woningen. Het is beschamend dat onze volksvertegenwoordigers menen dat zij een mandaat hebben om zulke maatregelen te nemen. Deze rechter koos uiteindelijk voor het recht in een samenleving waarin onrecht de maat der dingen is geworden.

Maar zelfs als de door de rechter gebruikte onderbouwing van het vonnis zou komen te ontvallen, dan nog staat voorop dat de maatregelen juridisch eenvoudigweg niet toelaatbaar zijn.

De belangrijkste vraag is namelijk helemaal niet gesteld door de beleidsmakers en de volksvertegenwoordiging: hebben wij eigenlijk de bevoegdheid om deze maatregelen te nemen? Hier is maar één antwoord mogelijk: nee.

De maatregelen vormen een onaanvaardbare inbreuk op het Europese verdrag ter bescherming van de rechten van de mens, het Internationale verdrag voor burgerlijke en politieke rechten van de Verenigde Naties en de Internationale Gezondheidsregeling van de WHO. Daarnaast zijn de maatregelen onverenigbaar met het systeem van de Wet publieke gezondheid. Ik zal dat hierna toelichten.

De maatregelen worden door het kabinet gerechtvaardigd door te wijzen op artikel 2 EVRM en 22 Grondwet. De Staat is verplicht maatregelen te nemen ter bescherming van de volksgezondheid. Ik zal uitleggen dat dit blijk geeft van een pervers gezondheidsbegrip. Daarna ga ik nog in op de basis van dit hele beleid, namelijk de adviezen van het OMT. Kunnen deze een basis vormen voor welke beleidsbeslissing dan ook? Daarna zal ik afsluiten met de conclusie, namelijk dat ook slechts één juiste uitkomst is, namelijk het afwijzen van de vordering van de Staat.

In strijd met IGR en Wet publieke gezondheid

Ik begin met de Internationale gezondheidsregeling van de WHO (de IGR). Dit verdrag vormt immers de basis voor het bestrijden van virusziektes. De Wet publieke gezondheid is gebaseerd op de IGR, Alle landen die dit verdrag tekenden hebben zich verplicht hun wetgeving aan dit verdrag aan te passen. Wat is het doel van de IGR en daarmee ook van de Wet publieke gezondheid? Dat zal u verbazen. Het doel is om te voorkomen dat samenlevingen ontwricht worden door een virusziekte. En wat doen onze beleidsmakers? Zij nemen maatregelen waarmee juist dat bereikt wordt wat dit verdrag wil voorkomen: een totaal ontwrichte samenleving. Dit beleid is volkomen in strijd met dit verdrag. Noch de IGR noch de Wet publieke gezondheid geven een basis voor deze maatregelen. De Staat beweegt zich hier in een volkomen rechtsvrije ruimte.

De IGR gaat juist uit van maatregelen die stroken met respect voor vrijheden en mensenrechten. De IGR gaat dus niet uit van een hard en repressief beleid waarbij fundamentele burgerrechten en vrijheden op grote schaal sneuvelen. Het bestrijden van een virusziekte mag geen excuus vormen voor ongebreidelde vrijheidsinperkingen. Daarbij heeft de WHO benadrukt dat, mocht er sprake zijn van een ernstige situatie die het inzetten van een noodbevoegdheid nodig maakt, dan zal eerst een toetsing plaats moeten vinden aan de voorwaarden van artikel 15 EVRM aan de hand van de Siracusa-criteria. Ik zal dat hierna nog toelichten.

Ook de Wet publieke gezondheid biedt dus geen basis voor deze maatregelen. Hoofdstuk V van de wet is gericht op gevaarlijke infectieziektes. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de dodelijkheid. Hierbij moet gedacht worden aan ziektes zoals ebola met een sterfte van tot 90 % of andere ziektes met een letaliteit van tientallen procenten. De Spoedwet waarin de maatregelen zijn vastgelegd valt onder dit hoofdstuk. SARS-Cov-2 is met een ifr van 0,23% bijna 500 keer minder dodelijk dan ebola. Toch hebben onze beleidsmakers dit virus onder dit hoofdstuk gebracht.

De Wet publieke gezondheid biedt geen basis voor grootschalige dwangmaatregelen en repressief beleid. Dat spreekt ook voor zichzelf. Als er een gevaarlijke virusziekte rondwaardt, hoeft de overheid alleen adviezen te geven op basis van vrijwilligheid. Mensen zijn bang om dood te gaan, dus de straten zullen leeg zijn zonder dat een heel leger politie boetes hoeft uit te delen.

Deze wet is een lex specialis. Dit betekent dat niet met andere wetten en bevoegdheden maatregelen genomen kunnen worden om virusziektes te bestrijden. Elke maatregel moet gebaseerd zijn op deze wet.

Bij de behandeling van deze wet is door toenmalige minister van volksgezondheid Els Borst een bewuste keuze gemaakt voor dwang als uiterste middel waar geen lichtvaardig gebruik van gemaakt mag worden. De Wet publieke kent daarom slechts in individuele gevallen de mogelijkheid om dwangmaatregelen toe te passen. Dit is het geval als vastgesteld wordt dat iemand een gevaarlijke ziekte heeft. Deze kan dan in gedwongen isolatie gebracht worden. Maar hij heeft wel recht op een advocaat en een rechterlijke toetsing.

Het wordt pas een probleem als de overheid een bevolking zijn vrijheid ontneemt om een relatief ongevaarlijk virus te bestrijden. Zoals voor een virus dat voor 98% van de bevolking ongevaarlijk is. Ja, dan heeft men een leger nodig om de mensen te dwingen de maatregelen na te leven die hun leven vernietigen. Maar dan zit je ook in een dictatuur.

De huidige maatregelen sluiten 17,5 miljoen mensen in hun huis op zonder dat een rechter dit toetst en zonder dat zij een advocaat toegewezen krijgen.

Maar een ander fundamenteel probleem is volgende. De Wet publieke gezondheid richt zich op het bestrijden van een virusziekte, niet op het bestrijden van besmettingen. De wet biedt helemaal geen mogelijkheid om besmettingen te bestrijden. Dan ben je bezig met preventie. Je kan mensen echter niet preventief gaan opsluiten. Grondrechten mogen niet voor preventieve maatregelen ingeperkt worden. De wet is evenmin bedoeld om R-waardes te gaan verlagen. Dit kan allemaal helemaal niet.

Overigens vinden de bevoegdheden in deze wet alleen toepassing als er sprake is van een epidemie. Daarvan is allang geen sprake meer. Volgens de wet is een epidemie sprake als er in een korte tijd een sterke toename is van nieuwe patiënten lijdend aan een infectieziekte. Besmettingen zijn geen zieken. Sinds afgelopen jaar maart en april is de epidemie dus voorbij en is elke maatregel uitgesloten.

De wet is al helemaal niet bedoeld om capaciteitsproblemen op de IC op te lossen. Als beleidsmakers eerst de helft van alle IC-bedden wegbezuinigen, dan kunnen ze niet de bevolking gaan opsluiten om dit probleem op te lossen. Dan moeten ze zorgen dat er voldoende bedden zijn. We zijn een jaar verder. Wat is gedaan om de capaciteit uit te breiden? Niets. De beleidsmakers houden liever de hele bevolking in een wurggreep.

Wat hier gebeurt is flagrant in strijd met de wet. Positieve testen zijn geen zieken. Aantallen besmettingen tellen is volstrekte nonsens. De wet gaat uit van zieken. Mensen die geen symptomen hebben die behandeld moeten worden, zijn niet ziek. En die hoef je ook niet te testen. Alleen al op deze grond dient niet alleen de avondklok opgeheven te worden. Dit geldt voor alle maatregelen. Goedbedoelde dringende adviezen blijven natuurlijk mogelijk.

 

De Siracusacriteria

De Nederlandse samenleving bevindt zich sinds maart feitelijk in een noodtoestand. De maatregelen die in de Spoedwet zijn opgenomen zijn noodmaatregelen die normaal gesproken alleen op basis van artikel 103 Grondwet genomen mochten worden. Dat is niet gebeurd.

De avondklok moet in samenhang met de overige maatregelen beschouwd worden. Een Staat mag in een noodsituatie alleen maatregelen mag nemen waarmee fundamentele rechten en vrijheden geschonden worden, als voldaan is aan de voorwaarden van artikel 15 EVRM. Dat artikel 15 EVRM van toepassing is, blijkt ook uit een uitlating van de Raad van State. Die zegt: “Een aantal verdragsstaten heeft de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geïnformeerd dat zij in verband met de coronacrisis met een beroep op artikel 15 EVRM van bepaalde rechten afwijken. Nederland heeft dat niet gedaan. Daarmee mogen deze rechten niet ingeperkt worden en handelt Nederland onrechtmatig.

Deze voorwaarden dienen getoetst te worden aan de Siracusacriteria. Deze zijn opgesteld door het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties. Aanleiding voor deze strenge criteria was destijds omdat noodmaatregelen een geliefd instrument was onder dictatoren in Zuid-Amerika. Op initiatief van Nederland zijn in 1984 deze criteria ook gaan gelden voor het EVRM.

Slechts onder strenge voorwaarden mogen landen maatregelen nemen waarmee fundamentele vrijheden geschonden worden. Ten eerste moet sprake zijn van een situatie “of exceptional and actual or imminent danger which threatens the life of the nation.” Hiervan is sprake indien de gehele bevolking geraakt is en de fysieke integriteit van de bevolking bedreigd is.

Daarvan is hier geen sprake. 98% van de bevolking krijgt bij een infectie geen of nauwelijks symptomen. Daarmee is aan de belangrijkste voorwaarden al niet voldaan.

Een andere eis die Siracusa stelt is dat het effect van een maatregel meetbaar moet zijn. Dat eigenlijk vanzelfsprekend. Want anders weet je ook niet of de maatregel effect heeft. De Staat heeft toegegeven dat het effect niet gemeten kan worden. Alleen al omdat de maatregel tegelijk inging met de éénpersoonsregel. Daarbij moet er sprake zijn van “gebeurtenissen”. De avondklok is niet naar aanleiding van een gebeurtenis ingevoerd. Deze is genomen in een voortzetting van een beleid dat al bijna een jaar gevoerd wordt.

Een noodmaatregel is echter geen beleidsinstrument maar dient uitsluitend als doel een “acute noodsituatie” als gevolg van “feitelijke gebeurtenissen” het hoofd te bieden. Na een jaar kan er ook nauwelijks nog sprake zijn van een onverwachte gebeurtenis waarin de inzet van een noodmaatregel noodzakelijk is.

Er dient ook sprake te zijn van “een directe bedreiging van een buitengewone omvang”. Daarvan is geen enkele sprake. De maatregel wordt gerechtvaardigd met een OMT-advies dat pagina’s delibereer over mutanten uit allerlei landen en aantallen besmettingen. Het gaat over donkere wolken die boven Nederland samenpakken. Maar dat doen deze wolken al ruim elf maanden. Er komt geen regen uit.

Elke maatregel moet gericht zijn tegen een reëel, duidelijk, en aanwezig of dreigend gevaar en mag niet opgelegd worden wegens vrees voor een potentieel gevaar.
De Staat haalt een potentieel gevaar en een reële dreiging door elkaar. Een potentieel gevaar zijn verhalen over virussen die al dan niet sneller verspreiden en die mogelijk ergens in de toekomst misschien tot een extra belasting van de ziekenhuizen leidt. Een reële dreiging is als er een dijk dreigt door te breken of een golf van 50 meter hoog die vanuit de oceaan op ons afkomt.

Een noodsituatie is duidelijk te herkennen. Zo zullen in een pandemie de ziekenauto’s af en aan rijden, de begrafenisondernemers overuren draaien en de samenleving in paniek verkeren. Een noodsituatie blijkt uit de waarneming niet uit modellen en adviezen.

En dan mag een noodmaatregel vanzelfsprekend nooit ingezet worden als een gedragsexperiment. De avondklok is volgens de beleidsmakers wel daarop gericht. Dat is een meer dan bedenkelijk argument om een bevolking op te sluiten.

Dan nog een paar criteria waaraan niet voldaan is.

De ernst, duur en geografisch bereik van elke maatregel moet strikt noodzakelijk zijn om de bedreiging van de staat af te wenden en in aard en omvang proportioneel zijn;
De noodzakelijkheid van de voorgestelde maatregel om het gevaar af te wenden moet onderzocht worden. Een maatregel is niet strikt noodzakelijk indien minder ingrijpende maatregelen beschikbaar zijn om de bedreiging af te wenden;

Het principe van “strikte noodzaak” dient objectief toegepast te worden. De bewijslast voor de noodzaak van een maatregel ligt bij de Staat. Er moet terdege rekening worden gehouden met de internationale gezondheidsvoorschriften van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het uitroepen moet te goeder trouw gebeuren op basis van een objectieve beoordeling van de situatie om vast te stellen in hoeverre deze een bedreiging vormt voor het leven van de natie.

Al deze criteria zijn zelfs niet besproken. Niet door de beleidsmakers, niet door het parlement. De noodzaak is een noodzaak omdat met het een noodzaak noemt.
Kortom: de avondklok en overigens ook alle andere maatregelen zijn een flagrante inbreuk op internationale mensenrechtenverdragen.

Artikel 2 EVRM en 22 Grondwet De Staat wijst in elke procedure naar haar verplichting om maatregelen te nemen om de volksgezondheid te beschermen. Deze verplichting is een soort silver bullet geworden voor elke denkbare grondrechteninperking. Het is jammer dat de beleidsmakers deze verplichtingen niet eerder serieus namen. Het wegbezuinigen van de zorg en halvering van het aantal IC-bedden in de laatste jaren zijn moeilijk met deze verplichting te rijmen.

Maar een groter probleem hier is de beperkte opvatting over gezondheid. Het kabinet en het parlement schijnen kennelijk te denken dat volksgezondheid gelijk staat aan de afwezigheid van een virus. De volksgezondheid is echter veel breder. Al sinds 1972 is het begrip gezondheid een onsplitsbare drie-eenheid beschreven. Mensen hebben naast een fysieke gezondheid ook een mentale en sociale gezondheid. Deze maatregelen zijn desastreus voor de mentale en sociale gezondheid. Het gevoerde beleid heeft ernstige ethische bezwaren met desastreuze gevolgen die duidelijk zichtbaar worden. Social distancing, isolatie, het verbieden van groepsvorming, gedwongen opsluitingen in verpleeghuizen, grootschalige sluitingen van scholen, bedrijven en andere inrichtingen. Wat dit beleid met de kinderen en jongeren doet wij met onze kinderen en jongeren doet, is ronduit misdadig. En ook de avondklok is gericht op jeugdigen. Wij beschadigen hun voor de rest van hun leven.

Daarnaast leven de mensen al bijna een jaar lang onder een angstterreur over virussen en de voortdurende stress door de onzekerheid over financiële problemen en bestaansonzekerheid. Het beleid breng enorme schade toe aan de sociale en mentale welzijn van de bevolking. Ook de avondklok is genomen in het belang van de volksgezondheid.

Maar een voorwaarde voor de legitimiteit van een dergelijke maatregel is dan wel dat er een positief saldo moet zijn voor de volksgezondheid. Uit niets blijkt dat deze afweging tussen schade en voordelen onderzocht is. Inmiddels is wel duidelijk dat deze balans catastrofaal is. Hoogleraar Michaela Schippers berekende de schade als gevolg van deze maatregelen. Ik verwijs naar de bijlagen. Zo werden tijdens de eerste lockdown 40 duizend kinderen mishandeld. Er zijn meer dan een miljoen behandelingen uit- of afgesteld. Het mag duidelijk zijn dat we hier een hoge prijs in mensenlevens gaan betalen.

Ook de economische gevolgen hebben een enorme uitwerking op de gezondheid en welzijn van de mensen. Het bruto binnenlands product, de schuldenberg , de enorme stijging van de werkloosheid en aantallen faillissementen. De schade is nauwelijks te overzien zonder dat duidelijk is welke voordelen hier tegenover staan. Die balans is immers helemaal niet onderzocht. Men doet gewoon.

Gebreken adviezen OMT

Dan kom ik nu bij de adviezen van het OMT. Die vormen de basis voor het hele beleid. De Staat vindt dat zij blind mag varen op deze adviezen. Maar de vraag is of dit wel zo verstandig is.
Ten eerste verandert het OMT regelmatig het doel van de maatregelen. Het aantal bezette IC-bedden moet dalen, flattent he curve, R-getal moet onder één. Als dit doel gehaald is dan komt er ineens de signaalwaarde. Dan moeten we wachten op een vaccin om onze vrijheid terug te krijgen. Nu is het vaccin er, en moeten we wachten dat er voldoende mensen gevaccineerd zijn. Dan blijkt dat het vaccin niet tegen besmettingen helpt. Nu moeten we weer een avondklok want er zijn mutanten.

De regels moeten volgens het OMT dus altijd blijven. Al een jaar bezig zonder enig uitzicht. Als het Britse variant onder controle is, als de Braziliaanse variant en de Zuid-Afrikaanse variant onder controle zijn. Want die zijn immers nog extra gevaarlijk. We hebben nog 200 landen te gaan die ieder hun eigen mutatie hebben. Daarna gaan we lokaal. Dan krijgen we de Gooise en de Haagse variant. Die laatste schijnt erg gevaarlijk te zijn. Nog nooit is een voorspelling uitgekomen. Het kan vriezen, het kan dooien. Zo vatte u de waarde van de adviezen afgelopen dinsdag mooi samen.

Maar een OMT-advies kan nooit de enige basis vormen voor beleid. De Raad van State wijst daar in haar laatste advies nadrukkelijk op. Er moet een eigen afweging plaatsvinden. Daarbij zal altijd een juridische afweging gemaakt moeten worden voordat een advies overgenomen kan worden. Er moet immers wel gekeken worden of de adviezen binnen de wet blijven. Een OMT-advies geeft geen bevoegdheid om wetten te overtreden.

Dit geldt overigens ook voor de margin of appreciation waar de Staat zich steeds op beroept. Ja, de Staat heeft een grote beleidsvrijheid. Maar de grenzen daarvan zijn wel de wettelijke kaders.

Maar wat ook ontbreekt zijn feiten.

Er is volgens het OMT een grote druk op de zorg. Daar doen we het toch voor? Maar als er sprake is van een uitzonderlijke situatie, waarom meldt het OMT dan niet hoe de situatie is vergeleken met voorgaande jaren? Dat is de enige manier om te zien of er werkelijk iets bijzonders aan de hand is. Maar deze cijfers zijn niet beschikbaar.

Feit is dat de ziekenhuizen niet meer overspoeld zijn dan andere jaren. Op dit moment is slechts de helft van de potentiële IC-capaciteit in gebruik. Feitelijk is er dus niets bijzonders aan de hand. Er is wel een probleem. Ten eerste, ik noemde het al, de IC-capaciteit is wegbezuinigd. Ten tweede wordt de zorg ontwricht door de PCR-test. Personeel wordt massaal naar huis gestuurd terwijl ze niet ziek zijn. Zij hebben alleen een positieve test.

En, zoals Rutte heel terecht zei, het heeft geen zin om mensen te testen die geen symptomen hebben. Waarom sturen we dan wel verpleegpersoneel naar huis? Ook is de vraag waarom het OMT beleid maakt op basis van honderdduizenden testuitslagen van mensen die niet ziek zijn? Die geen symptomen hebben? Welke waarde hebben deze adviezen als deze de basis vormen?

Een ander groot gebrek is dat het OMT niet onderzoekt of er minder ingrijpende maatregelen denkbaar zijn. Hoe zit het met nieuwe therapieën zoals Ivermectine waarmee de aantallen IC-opnames voor COVID-19 met 90 procent teruggebracht kunnen worden?

Dan het belangrijkste. De proportionaliteitsafweging. De Raad van State wees hier eergisteren heel terecht op. Als je maatregelen neemt om een heel land plat te leggen, zal eerst gekeken moeten worden waaruit de mogelijke dreiging bestaat. Wat is de mogelijke ziektelast van dit virus? Hoeveel patiënten kunnen in het ziekenhuis belanden? Dat lijkt mij de eerste noodzakelijke inschatting voordat je overgaat tot draconische maatregelen. We doen het toch voor de zorg? Maar in deze adviezen is niets te vinden hierover. Dat maakt deze adviezen al per definitie onbruikbaar.

Omdat dit echt wel de kern van de zaak is, wil ik zo meteen van de Staat graag horen hoeveel dit er kunnen zijn. Zo ingewikkeld is dat niet. Voor 98% van de bevolking is het virus volstrekt ongevaarlijk. De ifr, het aantal mensen dat de ziekte krijgt en overlijdt, is 0,23. Dat is vergelijkbaar met een matige griep.

Dan resteert alleen de vraag hoeveel mensen geïnfecteerd kunnen raken. Van een virus wordt doorgaans maximaal 20% geïnfecteerd. Ik ben geen immunoloog, maar dat heb ik mij laten vertellen. Professor Ik mag aannemen dat het RIVM nauwkeurig onderzoek doet naar het percentage in de bevolking dat al geïnfecteerd was. Daarvoor doet zij immers bloedonderzoek. Mochten deze cijfers niet beschikbaar zijn, hetgeen mij zou verbazen, dan kunnen we hier een ruwe inschatting maken. Professor Capel helpt daar zo meteen graag mee. Maar dan komen we wel tot de kern waar het hier over moet gaan. Dan weten we de omvang van de mogelijke capaciteitsproblemen.

Democratische legitimatie

Voordat ik ga afsluiten, wil ik nog kort iets zeggen over de democratische legitimatie waar de Staat en ook de rechtspraak zich graag op beroept. Een democratische legitimatie betekent meer dan dat het parlement een stem uitgebracht heeft. Wie de debatten volgt, ziet dat onze volksvertegenwoordigers zich vooral uitputten in geschreeuw om onze vrijheden nog verder in te perken met nog meer maatregelen. Maar ik heb nog geen enkel Kamerlid de vraag horen stellen hoe deze maatregelen zich verhouden tot internationale verplichtingen in verdragen?

Artikel 27 Weens verdragenrecht bepaalt dat de Staat geen beroep op nationale wet om internationale plicht van hogere orde te schenden jegens burgers. Hier gaat het om mensenrechten. Maar toch heeft geen enkel Kamerlid hierover een vraag gesteld. Ook de beleidsmakers heb ik hierover niet gehoord. Er is eenvoudigweg geen juridische afweging gemaakt van deze matregelen. Daarmee kan de democratische legitimatie geen reden zijn voor de rechter om niet in te grijpen. Integendeel, juist hier is de rechtspraak verplicht haar taak te vervullen. Zij moet dit soort onrechtmatige regelgeving van tafel vegen.

Conclusie

Ik ga hier afsluiten. Deze zaak gaat niet alleen over de avondklok. Dit gaat over onze samenleving. Over het leven van 17,5 miljoen mensen. Vinden wij onze rechtsstaat met de daaraan verbonden vrijheden en mensenrechten het waard om voor onze kinderen te behouden? Accepteren wij een overheid die alleen oplossingen zoekt in onmenselijke en repressieve oplossingen die onze vrijheden en waardigheid wegnemen? Accepteren wij maatregelen die mensen liefdeloos in eenzaamheid laten sterven en onze kinderen en jeugd beschadigen? Accepteren wij dat de hele bevolking gevangen gezet wordt door haar eigen overheid? Accepteren wij maatregelen die het geluk en bestaan van miljoenen mensen bedreigen?

Wat dit kabinet doet, kan niet. We kunnen dit niet meer beschouwen als wanbeleid. De personen die hier verantwoordelijk voor zijn zullen naar mijn mening op een dag strafrechtelijk verantwoording moeten afleggen. Dit geldt ook voor de mensen die dit beleid mogelijk maken.

De internationale verdragsverplichtingen laten u als rechter geen keuze. U bent als rechter verplicht hiermee strijdige regelgeving buiten effect te stellen. Noch het kabinet noch de volksvertegenwoordiging heeft de bevoegdheid deze verdragsverplichtingen opzij te schuiven.

Mr. Hoekstra heeft een moedige en juiste keuze gemaakt. De vraag is wat u gaat doen. Gaat u de keuze maken voor de belangen van de mensen of gaat u dit onmenselijke beleid faciliteren?

Ik ga ervan uit dat u het enige juiste doet en de vorderingen van de staat afwijst. In dat geval vraag ik u dit te doen op basis van het EVRM en de IGR. Dan begrijpt het parlement misschien dat de avondklok ook niet in een wet vastgelegd kan worden.

Dank voor uw aandacht.

Meer lezen:

20210216 spoedappeldagvaarding

Vonnis
Memorie van grieven
Memorie van antwoord
Pleitnotitie Viruswaarheid kort geding avondklok
Pleitnota Staat
Dagvaarding avondklok

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief