DutchEnglishFrenchGerman

  1. Door de maatregelen hebben de beleidsmakers een maatschappij gecreëerd die volledig in het teken staat van het bestrijden van een fantoom, een onzichtbare vijand die COVID-19 heet. Ondernemers zijn gedwongen om hun bedrijf te staken terwijl de zogenaamde versoepeling van de maatregelen nauwelijks verlichting geven. Aan het hervatten van economische activiteiten worden met verplichte protocollen beperkingen gesteld die het nagenoeg onmogelijk maakt een onderneming op een zakelijk verantwoorde wijze voort te zetten. Horecagelegenheden, kappers en detailhandel worden verplicht soms volstrekt absurde en schijnbaar willekeurige voorwaarden aan te houden die de broodnodige omzetcapaciteit ernstig beperkt. De anderhalvemetereis leidt tot absurde situaties waarin slechts een zeer beperkte klandizie bediend kan worden.
     
  2. Het culturele leven is als gevolg van de maatregelen volledig stilgelegd. Muziekuitvoeringen zijn net als sportwedstrijden verboden. Kunstenaars zitten al maandenlang werkeloos thuis met de onzekerheid of zij ooit hun vak nog kunnen uitoefenen. Sportclubs staan aan de rand van de afgrond. Van de musea staat een kwart voor een faillissement. Ontspanningsmogelijkheden zijn door het sluiten van recreatiegebieden en kuststroken nagenoeg verdwenen. Jongeren kunnen nauwelijks onderwijs volgen. Een heropening van het onderwijs zal plaatsvinden met de beperkingen van het “nieuwe normaal”. Onderwijs zal slechts toegestaan zijn met strikte hygiëne- en afstandsvoorwaarden. Kinderen kunnen niet meer met elkaar rondhangen zonder strafrechtelijke overtredingen te begaan. De bevolking wordt op een onaanvaardbare wijze tegen elkaar uitgespeeld. Vanuit beleidsmakers wordt het publiek aangespoord elkaar aan te spreken op het naleven van volstrekt absurde regels en aangemoedigd elkaar te verklikken onder het motto “we moeten het samen doen”.
     
  3. Daarbij is er sprake van een cognitieve dissonantie. Enerzijds is door de politici en de media een beeld gecreëerd dat wij midden in een ramp van catastrofale omvang zitten. Deze alarmistische boodschappen op de televisie en andere media, waarbij beelden van lijken, doodskisten, massagraven en panieksituaties in verre ziekenhuizen onbeperkt herhaald worden, zijn niet te verenigen met de eigen waarnemingen. Door een ongekende censuur wordt het de bevolking tegelijkertijd onmogelijk gemaakt om zelf de feiten te achterhalen en legitieme twijfels nader te onderzoeken. Bedrijven als Google, Whatsapp, Facebook, Instagram en andere platforms verwijderen op grote schaal informatie die niet overeenkomt met hetgeen de WHO over COVID-19 communiceert. Dit alles onder de dekmantel van het bestrijden van misinformatie. Kohn merkt terecht op dat de overheid in tijden van COVID-19 “de grootste producent van fake news is geworden.”
     
  4. De enorme schade aan de economie, gezondheid en rechtsstaat die door de maatregelen aangericht wordt in de bestrijding van een virus waarvan de gevolgen vergelijkbaar zijn met de jaarlijkse influenzagolf, staat in geen enkele verhouding. Dit is geen relativering van de ernst van het virus. COVID-19 een virus dat slachtoffers maakt net zoals influenza dat doet. Dit gebeurt al duizenden jaren maar de mensheid heeft dit altijd overleefd. Het is een raadsel waarom beleidsmakers honderden miljarden schade veroorzaakt hebben om dit virus te bestrijden.
     
  5. Dat de gevolgen van de maatregelen volledig disproportioneel zijn, volgt ook uit officiële beleidsstukken. Om te voorkomen dat de maatschappij ontwricht raakt door een ramp of de gevolgen daarvan te beperken, is ten behoeve van de veiligheidsregio’s de Strategie Nationale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsprofiel opgesteld. Ook bij het bestrijden van gevaarlijke virussen spelen de veiligheidsregio’s een belangrijke rol. Zo is ook een scenario opgesteld voor de uitbraak van een pandemie. Bij een scenario van een ernstige griepepidemie wordt uitgegaan van ruim 14.000 doden en 40 tot 50.000 ziekenhuisopnames. De kosten voor dit scenario worden geschat op 5 miljard euro. Aan het COVID-19-virus worden op dit moment officieel 5.680 sterfgevallen toegeschreven. Het aantal ziekenhuisopnames bedraagt nog geen kwart van het scenario van een ernstige griepuitbraak. De schade die door de maatregelen is veroorzaakt, bedraagt minimaal 150 miljard euro. Dit is het dertigvoudige dan voor een veel ernstiger scenario geraamd is. Hiervoor bestaat geen rechtvaardiging.
     
  6. De politiek en de media rechtvaardigen deze handelwijze met ethische argumenten. Als gemonopoliseerde waarheid wordt gecommuniceerd dat een mensenleven geen prijs heeft. Volgens deze opvatting zijn honderden miljarden meer dan gerechtvaardigd, ook al betekent dit dat de winst in levensjaren zeer beperkt is. Hoogleraar Ira Helsloot van de Radbouduniversiteit komt in een ingezonden opiniestuk in de Volkskrant tot de conclusie dat de kosten die de beleidsmakers uitgegeven hebben 5 miljoen euro per gewonnen levensjaar is. Ook Helsloot is in de media publiekelijk op de slachtbank gelegd. Het had voor politici en beleidsmakers op de weg gelegen om Ira Helsloot te steunen. Dit is niet gebeurd.
     
  7. Het maken van een afweging tussen ziektelast en kosteneffectiviteit is namelijk vast beleid. Dit is van belang om de zorg en het beschikbare geld rechtvaardig te verdelen. Hoe hoger de ziektelast, hoe meer we bereid zijn te betalen voor gezondheidswinst. Gezondheidswinst wordt uitgedrukt in kosten per ‘Quality Adjusted Life Years’, of wel: kosten/QALY. In het rapport “Kosteneffectiviteit in de praktijk” van het Zorginstituut, een overheidsorgaan, is beschreven hoe dit gebeurt, namelijk door voor drie klassen van ziektelast een andere referentiewaarde voor de kosteneffectiviteit te kiezen.
    Ziektelast Referentiewaarde voor de maximale meerkosten (€) per QALY

    Van 0,1 tot en met 0,4 Tot € 20.000 per QALY
    Vanaf 0,41 tot en met 0,7 Tot € 50.000 per QALY
    Vanaf 0,71 tot en met 1,0 Tot € 80.000 per QALY
     

  8. Een extra gewonnen levensjaar mag dus maximaal tussen de 20 en 80.000 euro kosten. Door de beleidsmakers is dus tot vijftig keer zoveel uitgegeven. Feitelijk zijn we geen mensenlevens maar sterfbedden aan het verlengen. De burgemeester Boris Palmer van Tübingen formuleerde het treffend:

“Iedereen sterft ooit en de overheid kan dat niet voorkomen. Het virus is alleen dodelijk voor zieke oude mensen op hun sterfbed. Het is een afweging tussen het vernietigen van de economie en de veiligheid van deze mensen. We kunnen ons inspannen om de risicogroepen te beschermen, maar de rest moet de ruimte krijgen om hun werk te doen.”

Na deze uitspraak is Palmer publiekelijk verguisd door de media en de politiek. Zijn gezin is onder bewaking geplaatst na tal van bedreigingen.

  1. Een wrange observatie hierbij is dat de samenleving in een afgrond gestort wordt onder het voorwendsel van het redden van de ouderen. Tegelijkertijd is de verpleging van ouderen tot een minimum beperkt en zijn niet spoedeisende behandelingen maandenlang opgeschort. Ook zijn ouderen door de draconische regels lange tijd van contact met familieleden verstoken geweest. Een groot aantal ouderen zijn hierdoor voortijdig overleden.
     
  2. Als de balans opgemaakt wordt, ontstaat het volgende beeld:

 COVID-19 is niet gevaarlijker dan een gemiddeld influenzavirus en vormt daarmee geen reële bedreiging voor een ontwrichting van de samenleving en de volksgezondheid. Er is sprake van een vals alarm;
 De besluitvorming is in alle opzichten gebrekkig. Deze is ondoorzichtig, willekeurig, niet transparant, zonder democratische legitimatie en kan de toets van het EVRM niet doorstaan. De beleidsmakers behouden zich het recht voor de vrijheidsbeperkingen tot in lengte van dagen te laten voortduren;
 Er is sprake van vergaande beperkingen van grondrechten en de persoonlijke levenssfeer op basis van noodverordeningen zonder juridische basis;
 De door het OMT en beleidsmakers gestelde doelen bieden geen rechtvaardiging voor het voortduren van de uitzonderingstoestand. Nooit eerder, ook niet in de epidemie van 2017/18 met aanzienlijk grotere gevolgen, is de hele samenleving in het teken gesteld van de capaciteit van de zorg;
 Er is niet voldaan aan het subsidiariteitsbeginsel. Er had volstaan kunnen worden met niet afdwingbare adviezen aan het publiek;
 Zowel uit de vergelijking met landen die geen gedwongen maatregelen getroffen hebben als op basis van de WHO-studie volgt dat er de ratio zit voor de maatregelen ontbreekt. Daarmee is een voortduren van de maatregelen onrechtmatig;
 De gevolgen voor de economie, gezondheid en samenleving zijn catastrofaal en staan in geen enkele verhouding tot de nagestreefde doelen. Er overlijden waarschijnlijk meer mensen als gevolg van de maatregelen dan als gevolg van COVID-19.

  1. Het is voorstelbaar dat het aanvankelijke besluit van op 15 maart 2020 op basis van de destijds beschikbare informatie rechtmatig was. Dit zal later onderzocht dienen te worden. Het laten voortduren van vrijheidsbeperkende maatregelen terwijl niet veel later bekend moet zijn geweest dat COVID-19 geen reële bedreiging vormt, is wel onrechtmatig. Alle maatregelen hadden onmiddellijk opgeheven dienen te worden.
     
  2. De beleidsmakers rechtvaardigen de voortdurende vrijheidsbeperkingen met mogelijke rampen die staan te gebeuren. Er zouden honderdduizenden mensen sterven. Dit is uitgebleven. Het publiek wordt nu in angst gehouden met de mogelijkheid van een tweede golf. Het is op basis van de huidige kennis over het virus niet waarschijnlijk dat deze ramp zich gaat voltrekken. Daarbij leren eerdere ervaringen met de Mexicaanse griep dat de experts – die ook nu het beleid bepalen – er eerder naast zaten. De gevolgen van een lockdown waren daarentegen wel vooraf bekend.
     
  3. De beleidsmakers hadden een keuze gemaakt tussen een mogelijke en een zekere ramp. Er is vervolgens gekozen voor een zekere ramp die zich iedere dag verder volstrekt.
     
  4. Kohn waarschuwt er terecht voor dat het gevaar bestaat dat het doel van de maatregelen inmiddels niet de bescherming van de bevolking is maar de geloofwaardigheid en acceptatie van de regering en regeringspartijen. De geloofwaardigheid staat immers op het spel. Dit kan echter geen rechtvaardiging vormen voor het voortduren van een regime waarbij niet alleen de bevolking onderworpen wordt aan de meest onzinnige beperkingen in hun bewegingsvrijheid maar dat ook ten koste gaat van mensenlevens en bestaanszekerheid van miljoenen inwoners.
     
  5. De mediaterreur heeft een evenwichtige belangenafweging ernstig beïnvloed. De politiek echter mag zich bij de bepaling van haar beleid nimmer laten leiden door de emotie. Het is haar taak om op een verantwoorde wijze besluiten te nemen die juridisch verantwoord zijn. Ook de Tweede Kamer is niet in staat geweest dit proces te beïnvloeden. Dit betekent dat het, als last resort, nu de taak van de rechtspraak is om dit proces te corrigeren met een debat over feiten en de daadwerkelijke belangenafweging die door de beleidsmakers en de politiek had moeten plaatsvinden.
     
  6. Wereldwijd zijn er steeds meer rechters die ingrijpen in deze irreële situatie. Zo heeft de Supreme Court of Wisconsin in een uitspraak op 13 mei 2020 alle maatregelen voor de staat Wisconsin opgeheven. In het vonnis is volgende overweging te lezen die de situatie treffend omschrijft:

“The rule of law, and therefore the true liberty of the people, is threatened no less by a tyrannical judiciary than by a tyrannical executive or legislature. Today’s decision may or may not be good policy, but it is not grounded in the law.”

  1. Conclusie: De maatregelen moeten per direct en onvoorwaardelijk opgeheven worden.

Ontvankelijkheid
Bevoegdheid
Spoedeisend belang

  1. Het spoedeisende belang volgt eo ipso uit het hiervoor gestelde. Het voortduren van de maatregelen veroorzaakt dagelijks verdere schade.
    Bewijsaanbod
  2. Zonder enige bewijslast op zich te willen nemen die rechtens niet op eiseressen rust, bieden zij bewijs aan van al hun stellingen door alle middelen rechtens.

Terug naar index

Meld je aan voor de nieuwsbrief