DutchEnglishFrenchGerman

DAGVAARDING HB PCR

Heden, de                                                                                               december 2020

 

TEN VERZOEKE VAN

  1. Stichting STICHTING NL, gevestigd te Rotterdam,
  2. WILLEM ENGEL, wonende te Rotterdam,
  3. JEROEN SEBASTIAAN POLS, wonende te Vogelenzang;

 

allen voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van Lexion Advocaten te 4811 VC Breda aan de Nieuwe Prinsenkade 10, van welk kantoor de advocaat mr. G.C.L. van de Corput, voor deze zaak tot advocaat wordt gesteld,

heb ik,

 

GEDAGVAARD

 

 

DE OPENBARE RECHTSPERSOON DE STAAT DER NEDERLANDEN, in het bijzonder het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Directie Rechtsbestel Afdeling Rechtspraak & Geschiloplossing, waarvan de zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, ex artikel 48 Rv. mijn exploot doende aan het parket van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden gevestigd te 2514 CV Den Haag aan de Kazernestraat 52 en afschrift dezes latende aan:

 

OM

Op dinsdag 22 december 2020 om 10.00 uur, niet in persoon doch vertegenwoordigd door een advocaat, te verschijnen ter terechtzitting van het Gerechtshof Den Haag gehouden wordende aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag;

ONDER DE UITDRUKKELIJKE MEDEDELING DAT

  1. indien een gedaagde in hoger beroep advocaat stelt maar het hierna te noemen griffierecht niet tijdig betaalt, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen de rechter verstek tegen gedaagde verleent en dien in hoger beroep gevoerd verweer buiten beschouwing laat;
  2. indien ten minste één van de gedaagden in het geding verschijnt en het griffierecht tijdig heeft voldaan, tussen alle partijen één arrest zal worden gewezen, dat als een arrest op tegenspraak wordt beschouwd;
  3. bij verschijning in het geding van ieder van de gedaagden een griffierecht zal worden geheven, te voldoen binnen vier weken te rekenen vanaf het tijdstip van verschijning;
  4. de hoogte van de griffierechten is vermeld in de meest recente bijlage behorend bij de wet griffierechten burgerlijke zaken, die onder meer is te vinden op de website: www.kbvg.nl/griffierechtentabel
  5. van een persoon die onvermogend is, bij een bij of krachtens de wet vastgesteld griffierecht voor onvermogenden wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
    1e een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand, dan wel 2e een verklaring van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel e, van de Wet op de rechtsbijstand waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de inkomens, bedoeld in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 35, tweede lid, van die wet;
  6. van gedaagden die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende conclusiesnemen of gelijkluidend verweer voeren, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven;

 

AANGEZEGD

 

Dat mijn requiranten in hoger beroep komen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, gewezen op 9 december 2020 onder zaaknummer C/091602 130 / KG ZA 20-1060 (Productie 1), tussen appellanten als eisers en geïntimeerde als gedaagde;

 

TENEINDE

 

Alsdan op navolgende gronden te horen eis doen en concluderen dat het aan het Gerechtshof behage te vernietigen het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, gewezen op 9 december 2020 met zaaknummer 2020C/091602 130 / KG ZA 20-1060 en, opnieuw recht doende, de vorderingen van eisers alsnog toe te wijzen met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties, een en ander, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad.

 

Inhoud cursivering (3.1, 3.2, 4.1), uitlijning, vet en lettertype paginanummers controleren

  1. Inleiding. 4
  2. Spoedappel 4
  3. Relevante feiten en omstandigheden.. 5

3.1       De SARS-CoV-2-virus PCR-test 5

3.2       Beperkte CE-certificering van PCR-testkits. 7

3.3       Gebruiksbeperkingen fabrikanten. 7

  1. Misleidende en onvolledige overheidscommunicatie. 11

4.1       Richtlijnen overheidscommunicatie. 11

4.2       Aanbevelingen WODC-onderzoek “Mexicaanse Griep in Nederland” 12

4.3       Positieve testresultaten.. 12

4.4       Relativerende informatie. 13

4.5       Ziekenhuis- en ic-opnames. 13

4.6 COVID-19-doden.. 14

4.6       Paniekcommunicatie. 14

  1. Grieven.. 15

5.1       Grief 1: 15

5.2       Grief 2: 17

5.3       Grief 3: 18

5.4       Grief 4: 22

5.5       Grief 5: 27

5.6       Grief 6: 29

5.7       Grief 7. 30

5.8       Grief 8. 42

 

1.     Inleiding

  1. Nederland staat sinds half maart in het teken van het overheidsbeleid ter bestrijding van het SARS-CoV-2-virus. De bevolking ondergaat sindsdien ingrijpende maatregelen die regelmatig op- en afgeschaald worden. Het beleid vormt een niet eerder vertoonde inperking van grondrechten met een enorme maatschappelijke, sociale en economische schade tot gevolg.

 

  1. Dit beleid stoelt op een omvangrijke testcampagne met de PCR-techniek. De beleidsmakers gebruiken de dagelijkse aantallen positieve testresultaten als graadmeter voor de stand van de epidemie. In de communicatie naar de bevolking worden de dagelijkse getallen zonder context gecommuniceerd als besmettingen, besmettelijken, gevallen en soms zelfs als patiënten.

 

  1. De combinatie van aantallen positieve tests en de gebrekkige informatieverstrekking aan het publiek, waardoor het niet mogelijk is een rationeel oordeel te vormen over het gevoerde beleid, veroorzaakt een sfeer van voortdurende paniek.

 

  1. Deze handelwijze is in twee opzichten onrechtmatig. Enerzijds worden aan de PCR-test eigenschappen toegedicht die deze niet bezit. De uitkomsten van deze testen kunnen daarmee geen basis vormen voor welke maatregel dan ook. Anderzijds voldoet de aan de bevolking gecommuniceerde informatie niet aan de minimale eisen die aan overheidscommunicatie gesteld moeten worden.

 

  1. Viruswaarheid c.s. (hierna gezamenlijk te noemen: “Viruswaarheid”) heeft derhalve in eerste aanleg de Staat gedagvaard teneinde het gebruik van de PCR-test in strijd met de voorschriften van de fabrikanten althans het volgens de CE-certificering toegelaten gebruik te beëindigen en beëindigd te houden en te veroordelen alle vormen van overheidscommunicatie, waaronder de overheids- en GGD-websites, persberichten en persconferenties aan te passen zodat deze voldoet aan de “Uitgangspunten overheidscommunicatie”.

 

  1. Viruswaarheid kan zich niet vinden in het oordeel van de voorzieningenrechter van 9 december 2020 waarbij alle vorderingen werden afgewezen en zij veroordeeld is in de kosten.

 

  1. Bij het fourneren van de stukken zal het procesdossier in eerste aanleg worden overgelegd, bestaande uit:

 

  1. De dagvaarding met producties;
  2. De conclusie van antwoord met producties zijdens de Staat
  3. De aanvullende producties
  4. De pleitnotities
  5. Het vonnis van 9 december 2020

 

  1. Spoedappel
  2. De Staat voert de komende maanden de omvang van de testcampagne verder op. Het kabinet kondigde verder aan vanaf 16 december nog strengere maatregelen door te voeren waarbij zij de bevolking verdere vrijheidsbeperkingen oplegt en een groot gedeelte van de economie stillegt. De schade als gevolg van deze maatregelen zijn enorm.

 

  1. De beleidsmakers rechtvaardigen deze maatregelen door te wijzen op stijgende aantallen positieve testen.

 

  1. In de brief van 8 december 2020 aan de Tweede Kamer kondigt de minister van VWS en Sport (hierna: “de minister”) aan experimenten te gaan doen met het testen van grote delen van de bevolking. Als eis voor een mogelijke heropening van de samenleving wordt zelfs gesuggereerd dat de gehele bevolking elke drie tot vier dagen getest moet worden. Personen die positief getest worden zullen, zonder een nadere diagnosestelling door een arts, als “COVID-19 patiënt” aan ingrijpende vrijheidsbenemende maatregelen als isolatie en quarantaine onderworpen worden.

 

Productie 1: brief minister 8 december 2020

 

  1. Deze inzet van de PCR-test is strijdig met zowel de gebruiksbepalingen van de fabrikanten als de vermelde Intended Use ten behoeve van de CE-certificering.

 

  1. Vanaf 1 december 2020 worden daarbij ook personen zonder symptomen getest. Dit terwijl de Staat tijdens de zitting erkende dat dit gebruik in strijd is met de gebruiksbeperkingen van de test. In het vonnis in eerste aanleg is daarom het uitgangspunt van de voorzieningenrechter dat uitsluitend personen met symptomen getest worden. Onder meer op deze grond werden de vorderingen van Viruswaarheid afgewezen.

 

  1. De Staat blijkt de voorzieningenrechter op meerdere essentiële punten onjuist voorgelicht te hebben. Zo is in strijd met de waarheid gesteld dat een diagnosestelling door een arts in aanvulling op een positieve testuitslag het uitgangspunt van het beleid zou zijn. De Staat heeft met het verstrekken van misleidende en onjuiste informatie kennelijk beoogd om middels een afwijzend vonnis de testcampagne voorlopig ongestoord te continueren.

 

  1. Het vonnis is daarmee gewezen op basis van onjuiste uitgangspunten. Voorgaande houdt in dat de Staat onrechtmatig handelt jegens de bevolking door zonder deugdelijke rechtvaardiging op ongekende schaal grondrechten op te schorten. Als gevolg van het gewezen vonnis kan deze onrechtmatige situatie voortduren.

 

  1. Zonder spoedbehandeling is een beslissing in dit beroep naar verwachting pas in 2022 te verwachten. De maatschappelijke, economische en menselijke schade loopt iedere dag verder op en zal met het verstrijken van de tijd nauwelijks te overzien zijn.

 

  1. Teneinde de omvang van de schade te beperken, is het van eminent belang dat het appel met de grootste spoedeisendheid beoordeeld wordt. Derhalve verzoekt Viruswaarheid uw Hof derhalve om de kwestie als spoedappel aan te merken en te behandelen.
    • Relevante feiten en omstandigheden
    • De SARS-CoV-2-virus PCR-test
  2. De real-time Polymerase Chain Reaction (PCR) technologie, werd in 1983 door Kary Mullis uitgevonden die daarvoor in 1993 de Nobelprijs voor Scheikunde ontving. Het is geen test doch een techniek om genetisch materiaal (dna of rna) te vermenigvuldigen tot een hoeveelheid waarmee vervolgonderzoek kan plaatsvinden.

 

  1. Deze techniek wordt ingezet als voorbereiding voor vervolgonderzoek naar bijvoorbeeld kankercellen of bloedafwijkingen. Het gebruik als diagnostisch instrument om ziektes aan te tonen valt buiten het bereik van deze techniek. De uitvinder van deze techniek distantieerde zich nadrukkelijk van het oneigenlijke gebruik van de PCR-techniek om klinische diagnoses te stellen: “With PCR you can find almost anything in anybody”. Productie?

 

  1. Alvorens met de PCR-test gewerkt kan worden, moet de target vastgesteld zijn. Hiervoor moet de precieze genetische samenstelling van het virus of een ander pathogeen bepaald worden. Bij het voor het SARS-CoV-2-virus ontwikkelde PCR-testprotocol is dit nooit gebeurd.

 

  1. De test werd in de eerste week van januari 2020 binnen enkele uren samengesteld door onder meer Christian Drosten (Chartité Berlijn) en OMT-lid Marion Koopmans (Erasmus Universiteit) door uit een databank een aantal genen te selecteren van “SARS-gerelateerde virussen”. Dit gebeurde op basis van vermoedens en aannames waarmee zij een digitaal ontworpen “schets” van het virus produceerden. Klinische (patiënten)monsters stonden hen niet ter beschikking. De eerste versie van dit zogeheten Corman-protocol werd op 13 januari 2020 of 17 januari? zie hieronder bij de WHO aangeboden. Het SARS-CoV-2-virus is tot op heden niet zuiver, in complete vorm en intact geïsoleerd.

 

Productie 2: Corman-protocol 17 januari 2020

 

  1. De test detecteert genetisch materiaal dat gelijkenis heeft met het SARS-CoV-2-virus. Hiermee werd het op 17 januari 2020 gepubliceerde Corman-protocol ontwikkeld. Dit gebeurde nog voordat er sprake was van een pandemie.

 

  1. Olfert Landt, een van de auteurs van het protocol en directeur-eigenaar van de PCR-testkitproducent TIB Molbiol, bevestigde deze werkwijze in een interview met het Duitse medium TAZ: [1]

 

“Warum TIB Molbiol erster war? Er arbeite mit vielen Virologen zusammen, sagt Landt. Sie spekulierten aufgrund der gemeldeten Krankheitssymptome früh auf ein Corona-Virus.

 

  1. Peter Borger, moleculaire genetica en biochemie, oprichter van The Independent Research Initiative on Information & Origins, analyseerde de gebreken van het Corman-protocol en kwam met een vernietigend oordeel. Het ontwerp heeft negen fatale ontwerpfouten die – los van de PCR-techniek – de test onbruikbaar maken.

 

  1. Deze analyse vormt de basis voor een retraction paper waarmee dr. Borger en aan hem verbonden wetenschappers Eurosurveillance verzoeken om de publicatie terug te trekken. Het Corman-protocol is tegen alle basisregels van good scientific practice ontwikkeld en kan daarmee niet als “gouden standaard” gelden. De retraction letter werd ondertekend door een groot aantal vooraanstaande wetenschappers waaronder de voormalig Chief Scientific Officer (CSO) en vice president van Pfizer Global R&D, dr. Michael Yeadon

 

Productie 3: Retraction letter

 

  1. Het is onjuist om te spreken van “de coronatest”. Inmiddels zijn er tientallen producenten die deze testen aanbieden met ieder hun eigen Standard Operating Procedures (SOP’s). Er is geen sprake van een geüniformeerd en gestandaardiseerd werkproces waardoor de uitkomsten van de testen niet met elkaar te vergelijken zijn.

 

  1. Ook gebruiken deze testen verschillende soorten en aantallen targets (het dna-materiaal). Dit betekent dat iemand die bij het ene laboratorium positief getest is met een andere test mogelijk een negatieve uitslag krijgt.

 

  1. Los van de beperkingen van de PCR-techniek die deze ongeschikt maken voor het stellen van een diagnose, leidt het ontbreken van een standaard SOP en design bij de talrijke aanbieders tot een wildwestpraktijk waarin alleen al in Nederland dit jaar meer dan tweehonderd miljoen euro omgaat.

 

  1. In de omvangrijke testcampagne, waarin op dit moment dagelijks tot 75 duizend testen plaatsvinden, wordt een positieve uitslag gelijkgesteld aan een “besmetting” of zelfs een “patiënt”. We kunnen derhalve vaststellen dat de PCR-test wordt ingezet als diagnostisch hulpmiddel.

 

  1. Dit is in strijd met de door de fabrikanten opgegeven gebruiksbeperkingen en het volgens de provisionele CE-certificering toegelaten gebruik. Het toegelaten gebruik is, afhankelijk van de vermelde Intended Use van de fabrikant, beperkt tot onderzoeksdoeleinden of in-vitrodiagnostiek als ondersteuning in een differentiaaldiagnose.

3.3  Beperkte CE-certificering van PCR-testkits

  1. Zonder CE-certificering mogen fabrikanten geen PCR-testkits op de markt brengen. Recentelijk (15/04/2020) publiceerde de Europese Commissie “Richtsnoeren betreffende diagnostische in-vitrotests voor COVID-19 en hun prestaties.” (kenmerk 2020/C 122 I/01). Volgens dit beleidsstuk is Richtlijn 98/79/EG betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek van toepassing op COVID‐19-tests (Vanaf 26 mei 2022 vervangen door de IVDR (EU) 2017/746) en is voorts bepaald dat:

Voor COVID19-tests die voor gebruik door zorgverleners zijn bestemd, mag de CE-markering aangebracht worden op grond van een verklaring van de fabrikant dat aan de eisen van de richtlijn is voldaan (conformiteitsverklaring).”

 

“Voor de diagnose van COVID19 bevelen de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) (3) en het Europees Centrum voor ziektepreventie en bestrijding (ECDC) momenteel RTPCR-tests aan.”

 

“De Commissie, de lidstaten en de belanghebbenden moeten zich afvragen wat de kritieke aspecten van de prestaties van hulpmiddelen zijn die specifiek zijn voor COVID19, waarop een gemeenschappelijke aanpak moet worden gebaseerd.”

 

  1. De Richtlijn 98/79/EG bepaalt dat in-vitro medische hulpmiddelen (= de testkits) legaal op “de markt” en in “de handel” mogen worden gebracht overeenkomstig de door de fabrikanten gestelde gebruiksdoeleinden, de zogenaamde Intended Use.

 

  1. Uit de kwalitatieve product- en gebruiksomschrijving (Intended Use) van de verschillende fabrikanten, die zij conform de Richtlijn 98/79/EG moeten opstellen en die de grondslag vormt voor toepasselijke CE-certificering, blijkt dat alle momenteel op de markt gebrachte testkits uitsluitend zijn toegelaten en bedoeld voor laboratoriumonderzoek aan humane luchtwegmonsters ter detectie van (genetisch materiaal van) een pathogeen, in dit geval het SARS-CoV-2-virus.

 

  1. Deze Intended Use betreft dus uitsluitend de instrumentele detectie van (genetisch materiaal van) het SARS-CoV-2-virus en niet de medisch-diagnostische bepaling van COVID-19 als (vermeend) ziektebeeld.

 

3.4 Gebruiksbeperkingen fabrikanten

  1. Fabrikanten – waaronder het op de Nederlandse markt sterk vertegenwoordigde Roche/TIB Molbiol – stellen de volgende gebruiksbeperkingen aan RT-PCR-Systemen voor dna-polymerase-analyse voor het SARS-CoV-2-virus. Deze beperkingen kunnen als volgt samengevat worden:

 

  • Alleen uit te voeren door getraind professioneel personeel;

 

  • Uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden (research use only);
  • Een positieve uitslag betekent niet zonder meer dat de persoon drager is van het virus en kan uitsluitend beschouwd worden als een indicatie voor ter zake betrokken medisch gekwalificeerd personeel;

 

  • De test mag niet gebruikt worden als basis voor een klinische diagnose;

 

  • De test dient uitgevoerd te worden in laboratoriumomstandigheden;

 

  • De test kan geenszins uitsluiten dat andere pathogenen (mede) de oorzaak kunnen zijn van een positief testresultaat.

 

  • De test mag niet gebruikt worden voor personen zonder symptomen

 

  • Uitsluitend geschikt voor analytisch gebruik in combinatie met de medische geschiedenis en conditie van de geteste persoon in kwestie en andere laboratoriumonderzoeken;

 

 

Productie 4: Gebruiksaanwijzingen fabrikanten

 

  1. Aan een positieve of negatieve testuitslag mogen dus geen conclusies of consequenties worden verbonden. Het mag op zijn best ingezet als indicatie in een diagnosetraject. De massale testinspanningen zijn onverenigbaar met deze product- en gebruiksbeperkingen. Immers, een positieve testuitslag betekent in het huidige beleid zonder nadere diagnosestelling dat de geteste persoon “besmet” is of als COVID-19 patiënt wordt aangemerkt. Ook volgt op een positieve testuitslag een interventie in de vorm van quarantaine of isolatie.
    • De positieve PCR-testen als basis voor het maatregelenbeleid
  2. De PCR-testcampagne vormt de basis voor het coronabeleid. De beleidsmakers presenteren de aantallen positieve testuitslagen als “besmettingen”, gevallen en soms zelfs als patiënten, zonder daarbij enige context te verschaffen. Het kabinet rechtvaardigt beleidsbeslissingen met een verwijzing naar aantallen positieve testuitslagen.

 

  1. De directe samenhang tussen aantallen positieve testuitslagen en beleid blijkt uit de “Routekaart Coronamaatregelen”. In deze routekaart zijn vier risiconiveaus met daarbij behorende maatregelen beschreven. Aanscherping dan wel afzwakking van de maatregelen wordt gekoppeld aan de aantallen positieve tests per week per 100.000 inwoners.

 

  1. Deze schaal loopt van >50 (Waakzaam) tot >250 (Zeer ernstig). Bij het hoogste niveau wordt nagenoeg de gehele samenleving stilgelegd. Opvallend is dat de laagste schaal geen optie biedt om naar een situatie zonder maatregelen terug te gaan. De samenleving blijft kennelijk in een permanente crisissituatie.

 

Productie 5: Routekaart

 

  1. Deze directe koppeling tussen beleid en aantallen positieve testuitslagen volgt ook uit de persconferenties en persberichten van de ministers. Zo bevat het nieuwsbericht van 13 oktober 2020, waarin een “gedeeltelijke lockdown” afgekondigd wordt, de volgende zinsneden:

 

“Het kabinet heeft vandaag besloten dat er strengere maatregelen nodig zijn die ervoor moeten zorgen dat het aantal besmettingen daalt.” 

 

“Meer dan we zouden willen heeft de verscherping van de maatregelen impact op de samenleving en de economie. Maar deze stap is nu nodig zodat zich daarna een nieuw perspectief aandient: een samenleving waarin we het virus onder controle houden. Het is cruciaal dat we 1,5 meter afstand tot anderen kunnen houden en de basisregels blijven volgen. Iedereen met klachten laat zich testen en mensen met een positieve testuitslag blijven thuis. Daarmee kan het allergrootste deel van de besmettingen worden voorkomen.”

 

“Wat we willen is zo gericht mogelijk ingrijpen. Maar hoe hoger het aantal besmettingen, hoe minder fijnmazig de maatregelen.”

 

Productie 6: Nieuwsbericht 13 oktober 2020

 

  1. Uit de persconferentie van 23 oktober 2020 volgt dat de er volgens de minister-president drie indicatoren zijn, namelijk het aantal “besmettingen” per dag (positieve testen), de signaalwaarde (eveneens gebaseerd op aantallen positieve testen) en het percentage positieve uitslagen en de aantallen ziekenhuisopnames. Laatstgenoemd criterium lijkt een ondergeschikte rol te spelen; het krijgt geen nadere getalsmatige invulling. Letterlijke tekst persconferentie na ministerraad 23 oktober 2020:

 

BOVEN

Die cijfers, tienduizend besmettingen vandaag. Ik begrijp niet zo goed waarom u… dat voor u dan misschien op dit moment geen aanleiding is om met hardere maatregelen te komen, omdat de zwaarste categorie in het routeplan, was meen ik 250 besmettingen. Dus we zitten daar….

 

RUTTE

We leven in de zwaarste fase al. Daar zitten we al in.

 

BOVEN

Ja precies, maar die begint met 250 besmettingen per dag.

 

RUTTE

Ja, maar daar zitten dus ook in, daarom hebben we het hele pakket gemaakt van 13 oktober.

 

BOVEN

Ja, maar dat is toch een totaal andere orde, tienduizend of 250, dus is dat niet…dat alleen al genoeg om te zeggen…

 

RUTTE

Ik heb nooit gezegd 250 per dag.

 

BOVEN

Wat is dan de hoogste categorie in de…? Wanneer ga naar…?

 

RUTTE

Wat wij willen, je wil uiteindelijk naar vijftig per honderdduizend. En je zit nu op ongeveer 250 per honderdduizend en in sommige regio”s hoger. Dus dat is veel te hoog. En daarom hebben we ook dat pakket van 13 oktober gemaakt. Dat is een pakket wat hoort bij het niveau “zeer ernstig”. Binnen “zeer ernstig” kun je ook nog een extra klap moeten geven, daar speculeert u op. En daar blijf ik nog even van weg, want we weten nog niet of dat pakket van 13 oktober doet wat je wil dat het doet. Dat kun je echt nog niet zeggen, omdat we die besmettingscijfers, de mensen die zeg maar ziek zijn geworden na 13 oktober of besmet zijn geraakt, dat duurt een aantal dagen. Je moet getest worden, uitslagen moeten komen. Dus voordat je dat in de cijfers ziet, ben je zo al gauw tien, twaalf, veertien dagen verder.

 

“Het aantal besmettingen is nog steeds heel hoog: vandaag meer dan 10.000 positieve testen gemeld en dat is echt nog veel te veel.”

 

Je kijkt naar drie indicatoren. Dit is er één en de andere is het aantal positief-getesten per zoveel inwoners, dus het percentage positieve testen en dat ligt in Nederland gewoon hoog, echt heel hoog. Veel hoger dan het mag liggen. Je kijkt ook naar het aantal positief-getesten per honderdduizend. Dat ligt zo”n vijf keer hoger dan je zou willen. We moeten eigenlijk onder de vijftig per honderdduizend per week en het ligt nu vijf keer hoger ongeveer, soms nog hoger.

 

En, nou ja goed, je kijkt natuurlijk naar de opnames in de ziekenhuizen. En ook die stijgen natuurlijk door en dus, je kijkt naar al die cijfers. Niet alleen naar het aantal besmettingen op één dag. En ook ten aanzien van de besmettingen op één dag zoals vandaag, dat je zegt “ook door een ICT-aanpassing zit daar mogelijk een opwaartse fout in”, is die waarschijnlijk hoger dan nodig is, maar nog steeds echt te hoog. Dat laat ook zien dat je dat beter kunt bekijken over een aantal dagen. Dus je kijkt over drie, vijf, zeven dagen, naar de besmettingscijfers, en niet van één dag.”

 

  1. Het “Coronadashboard” communiceert over “meldingen” van COVID-19. Dit is in meerdere opzichten misleidend. Artikel 22 Wet publieke gezondheid bepaalt namelijk het volgende: [2]


“De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte behorend tot groep A vermoedt of vaststelt, meldt dit onverwijld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst.”

 

  1. COVID-19 is de naam van de ziekte en niet het virus. Dit suggereert dat je wel op basis van een positieve PCR iets zou mogen zeggen over het virus (niet zijnde de ziekte) Een positieve PCR-testuitslag is echter geen diagnosestelling zodat niet gesproken mag worden van een patiënt of vermoedelijk patiënt. Als geen klinische diagnose plaatsvond waarbij éénduidig en manifest een COVID-19-ziektebeeld vastgesteld werd, is er geen meldingsplicht. Evenmin mag een positieve testuitslag een “melding COVID-19” genoemd worden.

 

  1. Dit klemt eens te meer omdat zowel Jaap van Dissel als Sjaak de Gouw (GGD) verklaarden dat 98% van het aantal positief geteste personen geen of slechts milde klachten ontwikkelen.[3] Dit is van belang omdat alleen van patiënten gesproken mag worden als er professioneel medische, paramedische en/of verpleegkundige hulp vereist is.

 

  1. Ook de overige indicatoren van het dashboard baseren zich op aantallen positieve testen. Noodzakelijke informatie om de gegevens in de juiste context en verhouding te plaatsen, ontbreekt.

 

  1. De hiervoor gegeven voorbeelden zijn illustratief voor de wijze waarop de staat de positieve testresultaten richting het publiek communiceert en gebruikt als basis voor maatregelen op individueel en nationaal niveau. Opvallend daarbij is de alarmerende toon van de informatievoorziening. Ook in de Tweede Kamer is deze wijze van communicatie opgevallen:

Verslag van de plenaire vergadering van maandag 26 oktober 2020:

“De heer Van Pareren (FvD):

Voorzitter. Ik heb nog een aantal vragen waar ik mijn verhaal mee af wil ronden. De vraag is — ik zal niet noemen voor welke minister die direct is — of u ervoor kunt zorgen dat onze bevolking niet meer overstroomd wordt met paniek aanjagende meldingen van duizenden besmettingen per dag. Het geeft geen pas voor de mensen om daar een oordeel over te vellen. Het geeft alleen maar paniek. De vraag is: waarom kiest u voor deze aanpak en bent u ook bereid om deze aan te passen tot meer geruststellende berichtgeving?”

 

  1. De staat handelt in twee opzichten onrechtmatig jegens de bevolking. Enerzijds schort zij grondrechten op met als rechtvaardiging de aantallen positieve testresultaten. Anderzijds communiceert zij op misleidende en alarmerende wijze aantallen positieve testresultaten richting het publiek door deze te presenteren als “besmettingen”, “gevallen” of “patiënten” zonder de noodzakelijke context.

4.    Misleidende en onvolledige overheidscommunicatie

4.1  Richtlijnen overheidscommunicatie

 

  1. De Commissie Toekomst Overheidscommunicatie presenteerde in 2001 het rapport “In dienst van de democratie”.[4] Hierna volgde in 2005 het rapport “50 aanbevelingen voor communicatie met een andere overheid” van de Gemengde Commissie Communicatie.[5] Deze adviescommissie drong aan op de implementatie van de adviezen van de commissie-Wallage.

 

  1. De conclusies van de adviescommissies hebben geleid tot de richtlijn “De uitgangspunten voor overheidscommunicatie.[6] Deze is van toepassing op persvoorlichting, de woordvoering en alle communicatie met het publiek.

 

  1. In deze richtlijn is het volgende uitgangspunt geformuleerd:

 

“VOLDOENDE EN JUISTE INFORMATIE

De communicatie van de Rijksoverheid is waarheidsgetrouw en bevat voldoende en juiste informatie om belangstellenden en belanghebbenden tijdig in staat te stellen zich zelfstandig een oordeel te vormen over het gevoerde en het te voeren beleid.

 

> In het belang van een goede en democratische bestuursvoering dient de informatieverstrekking door de overheid begrijpelijk, tijdig, zo gericht mogelijk en niet overbodig te zijn.

 

> Het onjuist vermelden, weglaten of overaccentueren van feiten en argumenten om daarmee degenen op wie de communicatie is gericht tot een andere keuze te brengen dan zij wellicht anders zouden hebben gedaan, is nimmer toegestaan.”

 

  1. De communicatie moet dus niet alleen waarheidsgetrouw zijn en voldoende en juiste informatie bevatten om het publiek in staat te stellen zelfstandig een oordeel te vormen over het gevoerde beleid. Het onjuist vermelden, weglaten of overaccentuering van feiten om het publiek tot een keuze te brengen die zij, met de juiste informatie niet hadden gedaan, is nooit

 

  1. In de overheidscommunicatie rondom COVID-19 zien we dezelfde fouten en gebreken die we eerder zagen bij de communicatie rondom de Mexicaanse griep. Die heeft de samenleving destijds veel schade toegebracht. Een zorgvuldig handelende overheid trekt lessen uit eerdere fouten. Deze zijn door het WODC onderzocht.

 

4.2  Aanbevelingen WODC-onderzoek “Mexicaanse Griep in Nederland”

  1. Een overkill aan alarmerende en misleidende communicatie speelde ook in 2009 tijdens de Mexicaanse Griep. Het WODC publiceerde in 2011 het onderzoek “Mexicaanse griep in Nederland: berichtgeving, verontrusting en publieksreacties”. Dit onderzoek stelt vast dat in de westerse cultuur een diepgewortelde angst voor een epidemie bestaat. Het is de vrees dat een dodelijk, niet te stuiten virus de hele samenleving zou kunnen ontwrichten of zelfs de hele mensheid zou kunnen uitroeien. Bij de communicatie over een epidemie moet met deze angsten rekening gehouden worden.

 

  1. Dit brengt met zich mee dat gezondheidsautoriteiten en wetenschappelijke experts een sleutelrol vervullen: zij beschikken over de “definitiemacht” en hebben daarmee een grote invloed op de berichtgeving. Zij bepalen de framing in de berichtgeving. Hier ligt een grote verantwoordelijkheid om het publiek op een juiste wijze te informeren en onnodige “paniekschade” te beperken.

 

  1. Een van de onderzoeksvragen van het WODC was destijds of met de verontrustende toonzetting in de mediaberichtgeving de overheid niet te veel nadruk legt op het worst case scenario in geval van een pandemie. De verontrusting over een bepaald risico neemt verder toe als gevolg van de niet aflatende media-aandacht voor het onderwerp. De druk op de overheid om drastische maatregelen te treffen, stijgt daardoor. Het gevolg is dat het publiek en de media bevestigd worden in hun beeld dat er sprake is van een ernstige dreiging.

 

  1. Na de ervaringen met de Mexicaanse griep is ervoor gepleit om in de communicatie de nadruk te leggen op het meest waarschijnlijke en niet op het worst case scenario. Bovendien werd aanbevolen om een nieuw virus vooral in de context van de jaarlijkse griep te plaatsen en niet in die van een pandemie.

 

  1. Experts die sceptisch stonden tegenover alle verontrusting over de griep kwamen destijds slechts sporadisch aan bod. Ook dit zien we nu weer gebeuren. Sterker, het systematisch weren van kritische geluiden uit de media en het actief bestrijden van tegengeluiden maakt zelfs onderdeel uit van het communicatiebeleid. Een sfeer van paniek en angst domineert het publieke debat. Het testbeleid en de mediaverslaggeving opereren hierbij hand in hand.

 

  1. Deze richtlijnen en aanbevelingen zijn door de overheid sinds de aanvang van de coronacrisis volledig terzijde geschoven, hetgeen een ernstige belemmering opwerpt voor een maatschappelijke discussie op basis van feiten. Een aanzienlijk deel van de bevolking verkeert tot op de dag van vandaag in de veronderstelling dat het SARS-Cov-2-virus een reëel en serieus gevaar voor hen vormt. Dit is een direct gevolg van de gebrekkige informatie. De samenleving lijdt daardoor in veel opzichten een enorme schade. Hierna zal nader toegelicht worden op welke punten de overheidscommunicatie aanpassing vereist.
    • Positieve testresultaten
  2. Zoals hierboven werd beschreven, is de overheidscommunicatie met betrekking tot positieve testresultaten feitelijk onjuist en misleidend. Het presenteren van een positieve testuitslag als “besmetting”, “besmettelijke”, “zieke” of “geval” is onnodig alarmerend. In beginsel heeft het publiceren van aantallen testresultaten geen toegevoegde waarde. De aantallen hangen direct samen met de testinspanningen. Hoe meer getest wordt, hoe meer positieve testuitslagen. Het suggereert een dynamiek die in werkelijkheid niet bestaat.

 

  1. In een pandemie of epidemie draait het per definitie om aantallen doden en zieken. Of iemand met het virus in aanraking kwam, is voor de ernst van een epidemie niet relevant. Een pandemie of epidemie is voorbij zodra er geen sprake meer is van een bovengemiddeld aantal zieken. Bij een griepepidemie worden soms meer dan een miljoen mensen geïnfecteerd. De overheid heeft nooit dagelijks aantallen besmettingen gepubliceerd.

 

  1. Voor zover de overheid toch communiceert over deze testresultaten, is het noodzakelijk niet alleen de totale aantallen afgenomen testen te publiceren. De getallen zullen conform de richtlijn in de context van begrijpelijke informatie geplaatst dienen te worden. In de eerste plaats dat een positieve testuitslag niet betekent dat iemand ook daadwerkelijk geïnfecteerd is of ziekteverschijnselen heeft.

4.4  Relativerende informatie

  1. In de communicatie dient ook het gevaar van een infectie met het SARS-CoV-2-virus in perspectief geplaatst te worden. Zo is noodzakelijk dat in de overheidscommunicatie steeds gewezen wordt op volgende feiten:

 

  • De door de WHO gepubliceerde IFR (infection fatality rate), werd onlangs tot 0,23% verlaagd en ligt daarmee op een vergelijkbaar niveau van een regulier griepvirus.
  • Volgens informatie van het RIVM vormt het virus voor 98% van de bevolking geen bedreiging.

 

  1. Deze informatie is te vinden op de websites van het RIVM en de overheid wanneer burgers actief op zoek gaan. In persberichten en persconferenties ontbreekt deze context terwijl daarmee juist het grote publiek wordt bereikt. De overheid dient echter actief informatie over de reële kans op overlijden en ziekte te communiceren aan het publiek. Deze gegevens zouden bijvoorbeeld ook op het coronadashboard vermeld moeten worden zodat het publiek een reële inschatting kan maken van het gevaar.

4.5  Ziekenhuis- en ic-opnames

  1. Hetzelfde geldt voor de communicatie over ziekenhuis- en ic-opnames. Of er sprake is van een noodsituatie, kan eenvoudig gerelateerd worden aan de bezettingsgraad in voorgaande jaren. Hoeveel personen lagen er vorig jaar in deze periode op de ic? In hoeverre is de overbelasting van de ic’s het gevolg van coronagevallen en in hoeverre van de bezuinigingen van de afgelopen tien jaar?

 

  1. Een genuanceerder beeld blijkt bijvoorbeeld uit het op 18 september 2020 gepubliceerde wekelijkse bulletin van NIVEL-zorgregistraties waaraan 350 huisartsenpraktijken deelnemen. Het aantal patiënten dat de huisarts consulteert voor acute bovenste luchtweginfecties ligt op een niveau dat gebruikelijk is voor deze tijd van het jaar.

 

  1. Een ander essentieel feit dat aan het publiek gecommuniceerd dient te worden, is dat in de cijfers van in ziekenhuizen opgenomen “COVID-19-patiënten” iedereen meegeteld is die positief getest werd. Ook als zij voor andere aandoeningen in het ziekenhuis verblijven. Zo wordt iemand die met een gebroken been opgenomen is en positief test, als een COVID-19-patiënt geregistreerd ook al vertoont deze persoon geen enkel symptoom. Dit is onnodig alarmerend en misleidend. Zouden die niet gewoon weggelaten moeten worden uit de cijfers?

 

  1. Om de ic-tekorten in het juiste perspectief te plaatsen, is het ook essentieel te communiceren dat het tekort aan ic-bedden een jaarlijks terugkerend probleem is en in de eerste plaats het gevolg is van bezuinigingen waarbij bijna de helft van de capaciteit geschrapt werd. Ook ontbreken getallen van hen die de ic verlaten.

4.6 COVID-19-doden

  1. Bij de communicatie over sterftegevallen speelt een vergelijkbaar gebrek. Een groot deel van de bevolking is ervan overtuigd dat dit jaar ruim tienduizend mensen aan COVID-19 overleden.

 

  1. Volgens het WHO-protocol van 20 april 2020 “International Guidlines for Certification and Classification of COVID-19 as cause of death” dient iedereen die ofwel positief getest werd ofwel waarvan vermoed wordt dat zij COVID-19 hadden meegeteld te worden in de statistieken. Een COVID-19-dode is als volgt omschreven:

“A death due to COVID-19 may not be attributed to another disease (e.g. cancer) and should be counted independently of preexisting conditions that are suspected of triggering a severe course of COVID-19.”

 

  1. Dit betekent dat ook iedereen die bijvoorbeeld sterft aan een hartaandoening of kanker als COVID-19-sterfgeval geregistreerd wordt op basis van een positieve testuitslag of een vermoeden van “besmetting”. Deze informatie is voor het publiek essentieel om de aantallen sterfgetallen in het juiste perspectief te plaatsen.

 

  1. In het wekelijkse epidemiologische overzicht van het RIVM is deze informatie weggestopt tussen tientallen pagina’s met cijfers en grafieken. Uit deze gegevens blijkt dat slechts bij 9% van de sterfgevallen onder de 60 jaar geen andere onderliggende doodsoorzaak vastgesteld werd. Ook is hier terug te vinden dat 97% van de sterfgevallen ouder dan 60 is.

 

  1. Deze essentiële informatie wordt echter niet actief gecommuniceerd. In de overheidscommunicatie worden de doden consequent toegeschreven aan het virus. Het weglaten van de noodzakelijke context schept wederom een onnodig alarmerende sfeer, wat het maken van rationele afwegingen over de reële dreiging bemoeilijkt.

 

Productie 7: International Guidlines for Certification and Classification of COVID-

                      19 as cause of death

  • Paniekcommunicatie
  1. Om te kunnen voldoen aan de geformuleerde uitgangpunten voor overheidscommunicatie en de aanbevelingen van het WODC-rapport “Mexicaanse griep in Nederland is het doorbreken van deze dynamiek van een enorme testcampagne in combinatie met alarmerende berichtgeving over aantallen positieve testresultaten en ziekenhuisopnames, een noodzakelijke vereiste. Berichtgeving, verontrusting en publieksreacties” dient de communicatie minimaal volgende elementen te bevatten:

 

 

  • Positieve testresultaten niet gelijkstellen aan besmettingen, infecties, gevallen, zieken of patiënten;
  • Aantallen positieve testuitslagen worden in beginsel niet gecommuniceerd of alleen in verhouding tot het totale aantal afgenomen testen met vermelding van de door de fabrikanten gestelde gebruiksbeperkingen en de gehanteerde ct-waarden;
  • Aantallen opnames van COVID-19 patiënten in het ziekenhuis en de ic worden in verhouding geplaatst tot de normale bezetting als gevolg van longinfecties in andere jaren;
  • Bij de ziekenhuis- en -opnames ?? wordt vermeld of de patiënt voor COVID-19 of voor een andere aandoening opgenomen werd;
  • Aantallen positief geteste sterfgevallen worden genoemd met vermelding van de (gemiddelde) leeftijd en de oorzaak van hun overlijden;
  • De aantallen dagelijkse sterfgevallen met of aan COVID-19 worden in de context geplaatst van dagelijkse sterfgevallen aan kanker en hart- en vaatziektes;
  • De dagelijkse publicatie gaat gepaard met een realistische weergave van het gevaar door dit in verhouding te zetten tot de griep, de vermelding van de risicogroepen, de infectie-fataliteitsratio (IFR) zoals deze door de WHO is vastgesteld en de mededeling dat het virus voor 98% van de bevolking geen gevaar vormt.
  1. Grieven

Viruswaarheid kan zich niet verenigen met het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter en komt met de volgende negen grieven op tegen dit vonnis.

 

  • Grief 1:

Ten onrechte heeft de voorzieningenrechter, in het bijzonder in rechtsoverweging 4.6, geoordeeld dat de vraag aan de orde is of het gebruik van de PCR-test door de Staat onrechtmatig is, omdat deze test in strijd met de voorschriften van de fabrikanten althans de CE-certificering wordt gebruikt en onbetrouwbaar is. De voorzieningenrechter heeft in dit kader het volgende overwogen:

 

“De vraag is aan de orde of het gebruik van de PCR-test door de Staat onrechtmatig is, omdat deze test in strijd met de voorschriften van de fabrikanten althans de CE-certificering wordt gebruikt en onbetrouwbaar is.”

 

 

Toelichting op Grief 1

  1. In dit geding is de vraag aan de orde of het gebruik van de PCR-test door de Staat onrechtmatig is omdat de Staat deze in strijd met de voorschriften van de fabrikanten en/of de CE-certificering gebruikt.

 

  1. Ten onrechte overweegt de voorzieningenrechter dat door Viruswaarheid ook de betrouwbaarheid van de test ter beoordeling voorgelegd werd. De stelling van Viruswaarheid is dat de betrouwbaarheid van de test juist weerspiegelt in de gebruiksvoorschriften en de opgegeven Intended Use dat de gebruiksvoorschriften en de opgegeven Intended Use de betrouwbaarheid van de test correct weergeven. De test is betrouwbaar om gebruikt te worden binnen de genoemde beperkingen.

 

  1. Het beoogde doel is het gebruik waartoe het hulpmiddel is bestemd volgens de aanwijzingen die de fabrikant op het etiket, de gebruiksaanwijzing en/of het reclamemateriaal verschaft (artikel 1 lid 2 onder h Richtlijn).

 

  1. Met de uitgebreide toelichting in de dagvaarding in eerste aanleg over de technische beperkingen van deze test beoogt Viruswaarheid te onderbouwen waarom deze test de eigenschappen mist om ingezet te worden voor andere doelen dan door de fabrikant opgegeven gebruik. Viruswaarheid beoogt dan ook niet een battle of science te voeren. Dit is ook niet nodig. De gebruiksaanwijzingen van de fabrikanten en de CE-certificering bieden voldoende duidelijkheid over de eigenschappen van de testen. Voor een wijziging van de Intended Use bestaat duidelijke regelgeving.

 

  1. Het bewijs dat de test andere eigenschappen bezit dan door de fabrikant en de certificering geïndiceerd werd, dient bij de Notified Body aangetoond te worden in de certificeringsprocedure in een certificeringsprocedure volgens de essentiële eisen van Bijlage I van Richtlijn 98/79/EG.

 

  1. Overigens schept de Staat bewust verwarring door te stellen dat de test gevalideerd is. Dit zou moeten blijken uit de rapporten die door de Staat overgelegd werden. Uitsluitend de analytische parameters zijn gevalideerd waarmee een RUO-goedkeuring verkregen werd. De klinische parameters zijn niet gevalideerd. Dit zijn de diagnostische sensitiviteit en specificiteit. Daarmee zal deze test nooit in aanmerking kunnen komen voor een IVD(D).

Productie 8: Verificatie?

  1. De door de Staat ingebrachte stukken zijn daarmee te beschouwen als een home brew diagnostic testing plan (Zie hierna Grief IV IVD Guidance: “Research Use Only products, a Guide for Manufacturers and Notified Bodies”).

 

  1. Lidstaten zijn verplicht alle nodige maatregelen te nemen om te zorgen dat alleen hulpmiddelen op de markt gebracht en gebruikt worden overeenkomstig het doel (artikel 2 Richtlijn). De taak van de rechter beperkt zich dan ook tot de beoordeling of een hulpmiddel al dan niet gebruikt wordt in strijd met de Intended Purpose.

 

Ten overvloede wijst Viruswaarheid op artikel 13 van de Wet medische hulpmiddelen. Hierin is het aanprijzen van een Medisch Hulpmiddel als zijnde geschikt voor onder andere diagnose, preventie, bewaking en behandeling of verlichting van ziekten, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat deze aangeprezen geschiktheid ontbreekt dan wel de werkelijke geschiktheid in ernstige mate bij de aangeprezen geschiktheid achterblijft, strafbaar gesteld met een gevangenisstraf of geldboete.

 

  1. Voor de voorzieningenrechter is geen taak weggelegd om op basis van de door de Staat overgelegde validatie-eisen en kwaliteitsprogramma’s een (voorlopig) oordeel te geven of de PCR-test voldoende betrouwbaar is om te worden ingezet bij het testbeleid.” Het vonnis kan daarmee niet in stand blijven.

 

  • Grief 2:

Ten onrechte overweegt de voorzieningenrechter dat een positieve PCR-test een “besmetting” aantoont. De voorzieningenrechter heeft in dit kader in r.o. 4.23 het volgende overwogen:

 

“Anders dan Viruswaarheid c.s. is de voorzieningenrechter van oordeel dat het gebruik van de term besmetting niet onrechtmatig is. De PCR-test toont in beginsel de aanwezigheid van het coronavirus aan, zodat bij een positief testresultaat niet onjuist is als wordt gesproken over een besmetting met dat virus. Dat een klein percentage van de testuitslagen fout-positief is en dat niet iedereen die besmet is met het coronavirus ook besmettelijk is, maakt niet dat het onrechtmatig is om in algemene zin over besmettingen te spreken.

 

Toelichting op grief 2

  1. Viruswaarheid heeft in de dagvaarding vragen opgeworpen over het gebruik van de term “besmetting” als aanduiding van positieve testuitslagen. Het gebruik van deze term schept verwarring en mist juridische betekenis. Onduidelijk is waarom de Staat deze afwijkende terminologie kiest.
  2. Het gebruik van de term “besmetting” is overigens onverenigbaar met de Wet publieke gezondheid (Wpg). Een infectie is namelijk:

“Het binnendringen en de ontwikkeling of vermenigvuldiging van een infectueus agens in het lichaam van mensen, waardoor een volksgezondheidsrisico kan ontstaan.”

 

  1. Een persoon kan volgens de Wpg namelijk niet besmet zijn. Die term is gereserveerd voor gebouwen, goederen en vervoersmiddelen:

De aanwezigheid van een vector, infectueus of giftig agens of infectueuze of giftige stof op of in een terrein, gebouw, goed of vervoermiddel, waardoor een volksgezondheidsrisico kan ontstaan.”

 

  1. Dit maakt dat het gebruik van de term “besmetting” voor mensen juridisch onhoudbaar is. Uit het verweer van de Staat en de mededelingen ter zitting volgt dat de Staat een besmetting gelijkstelt met een infectie. Hiermee dicht de Staat wederom eigenschappen toe aan de PCR-test die deze niet heeft. Een PCR-test kan namelijk geen infectie aantonen.
  2. Een PCR-test kan hoogstens de aanwezigheid van genetisch materiaal vaststellen dat waarschijnlijk afkomstig is van het SARS-CoV-2 virus. De test kan dus niet detecteren of het om reproduceerbaar virusmateriaal gaat, of dat er sprake is van een ziekteverwekker dan wel een infectie. De test kan zelfs maanden na een infectie nog genetisch materiaal identificeren. Dit is wat de test doet. Juist om deze reden kan de test uitsluitend gebruikt worden als indicatie in een diagnoseprocedure.

 

  1. Marion Koopmans, OMT-lid en medeauteur van de Drostenpaper, benadrukte dit op 28 november nog een keer duidelijk in een radio-interview met Tijs van den Brink:[7]

 

“…want de PCR toont aan of je het virus-rna hebt. Dat is letterlijk wat de PCR doet. En of dat virus-rna in een virusdeeltje wat nog intact is en ook besmettelijk is of dat het gewoon restjes rna zijn die je nog een tijd lang nadat iemand geïnfecteerd is geweest kunt aantonen. Dat onderscheid zie je niet.”

 

  1. Elke persoon draagt miljoenen virussen en andere pathogenen bij zich. De PCR-techniek kan dna op moleculair niveau opsporen. Zoals hiervoor al genoemd, het is geen test doch een techniek om genetisch materiaal (dna of rna) te vermenigvuldigen tot een hoeveelheid waarmee vervolgonderzoek kan plaatsvinden. Om de woorden van Kary Mullis te herhalen “With PCR you can find almost anything in anybody”.

 

  1. Zo draagt iedere gezonde persoon bijvoorbeeld kankercellen bij zich. Een positieve PCR-test op kanker betekent daarom nog niet dat zich in het lichaam een tumor bevindt of, nog een stap verder, de diagnose kanker gesteld kan worden. Daarvoor is nader onderzoek noodzakelijk. Met de PCR-test voor het SARS-Cov-2 virus is dat precies zo.

 

  1. Daarbij komt dat louter het aantonen van de aanwezigheid van het virus niet volstaat om vast te stellen of er een infectie Er moet heel veel virusmateriaal aanwezig zijn in het lichaam om besmettelijk te zijn of er inderdaad ziek van te worden. De PCR-test kan hierin geen onderscheid maken.

 

  1. Voorts gaat de voorzieningenrechter in het vonnis ervan uit dat de Staat de term “besmetting” gebruikt voor het aantreffen van het virus. De Staat gebruikt deze term echter in de betekenis van “infectie”. Dat is nog een stap extra:

 

“de term besmetting wordt in deze context gebruikt om een geïnfecteerd persoon aan te duiden (…)” [8]

 

“Het is bekend dat delen van het genetische materiaal van het SARS-Cov-2 virus in lage hoeveelheden weken in de keel of neus kunnen achterblijven, nadat iemand de besmetting heeft doorgemaakt.” [9]

 

“Als de uitkomst van een test positief is, staat daarmee (behoudens een eventuele foutpositieve uitslag) vast dat de geteste persoon besmet is met het coronavirus. Wat zijn dit voor citaten?

 

  1. Louter op basis van een geconstateerde aanwezigheid van SARS-CoV-2-virusmateriaal kan dus niet de conclusie getrokken worden of iemand het virus bij zich draagt of dat deze geïnfecteerd is. In afwijking van de overweging van de voorzieningenrechter toont de PCR-test uitsluitend de aanwezigheid van dna-materiaal aan en niet de aanwezigheid van het virus of een infectie met dat virus. Dat zijn twee paardensprongen die op basis van de PCR-techniek niet gemaakt kunnen worden. Deze eigenschappen heeft de test eenvoudigweg niet.
  2. Uit het voorgaande volgt dan ook dat het zowel juridisch als in de zin van een infectie onjuist is om te spreken van een besmetting.

 

  • Grief 3:

Ten onrechte oordeelt de voorzieningenrechter, in het bijzonder in rechtsoverweging 4.9, dat de Staat ervan uitgaat dat een diagnose door een arts gesteld moet worden (wordt?) en het testbeleid van niets anders uitgaat. De voorzieningenrechter heeft in dit kader het volgende overwogen:

 

“4.9. De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de diagnose Covid-19 gesteld moet worden door een arts. Daar gaat ook de Staat van uit. De PCR-test kan bij het stellen van die diagnose ondersteunend zijn. Anders dan Viruswaarheid c.s. menen wordt de PCR-test in het testbeleid van de Staat niet in strijd met dit uitgangspunt gebruikt.”

 

En

 

“De vraag of de klachten die een geteste persoon heeft tot nu toe is uitgangspunt dat uitsluitend mensen met klachten zich laten testen daadwerkelijk door het coronavirus worden veroorzaakt, wordt door alleen de test niet zonder meer beantwoord, daarvoor is diagnosestelling door een arts vereist. Het testbeleid gaat van niets anders uit.”

 

 

Toelichting op grief 3

  1. Uit Grief 1 en 2 volgt dat een PCR-test hoogstens onderdeel kan uitmaken van een diagnoseprocedure. Een positieve testuitslag betekent immers niet dat de betreffende persoon een infectie met het SARS-Cov-2 virus of COVID-19 heeft.

 

  1. Aan een positieve of negatieve testuitslag mogen derhalve geen conclusies of consequenties worden verbonden. Viruswaarheid constateert evenwel dat een positieve testuitslag in het huidige beleid zonder nadere medische diagnosestelling betekent dat de geteste persoon “besmet” is en als COVID-19 patiënt wordt aangemerkt.

 

  1. De Staat erkent echter dat een positieve testuitslag inderdaad niet gelijk staat aan een diagnose. Zij stelt zelfs dat een nadere diagnosestelling, waarbij ook gezocht wordt op mogelijk andere virussen, het uitgangspunt van het testbeleid is. In de conclusie van antwoord zegt de Staat hierover het volgende:

 

“3.3.6 Een positieve uitslag van de PCR-test betekent echter niet dat de klachten die iemand heeft ook daadwerkelijk worden veroorzaakt door het virus. Iemand kan bijvoorbeeld besmet zijn, en tegelijkertijd de ‘gewone ‘griep hebben. Om te kunnen beoordelen of eventuele klachten (mogelijk) ook daadwerkelijk worden veroorzaakt door het coronavirus, dient een arts te worden geraadpleegd. Hiertoe volstaat alleen een PCR-test niet. Een arts dient uiteraard ook te worden geraadpleegd om te bepalen of en zo ja, welke behandeling noodzakelijk is. Voor deze doeleinden wordt de PCR-test niet gebruikt. De PCR-test wordt (overeenkomstig het beoogde doel) enkel gebruikt om vast te stellen of iemand besmet is met het SARS-Cov-2 virus.”

 

  1. Tijdens de mondelinge behandeling op 25 november 2020 repliceerde de Staat bij monde van mr. Teuben als volgt:

“Over de CE-markering is de stelling is dat de PCR-testen zouden worden gebruikt in strijd met de CE-markering van de fabrikant. Maar die stelling is niet juist. De PCR-testen zijn inderdaad voorzien van de CE-markering en die worden ook overeenkomstig de beperkingen van de fabrikant gebruikt. Enkel en alleen om de aanwezigheid van het coronavirus te detecteren. En de testen worden dus niet gebruikt om vast te stellen of bepaalde klachten bij een persoon het gevolg zijn van het coronavirus. Met andere woorden ze worden niet gebruikt voor een diagnose- stelling. Dat laatste is inderdaad een arts die moeten er naar kijken en een arts die zal naast het resultaat van zo’n test ook kijken naar het totale ziektebeeld. Hij zal eventueel aanvullende testen afnemen om andere ziekten uit te sluiten. Dus dat betekent dat uitsluitend de PCR-test inderdaad niet volstaat voor een definitieve diagnose. Dat klopt maar de test wordt op die manier ook niet gebruikt en dat is denk ik toch wel belangrijk punt.”

 

  1. De realiteit ziet er anders uit. In het beleid zijn geen aanknopingspunten te vinden dat een nadere diagnosestelling door een arts een rol speelt na een positief testresultaat alvorens de “besmettingen” gemeld worden bij de GGD.

 

  1. Dit gaat nog verder. Artsen worden zelfs geïnstrueerd om uitsluitend op basis van de PCR-test zonder nader onderzoek te bepalen of iemand COVID-19 heeft. Dit volgt uit de LCI-richtlijnen van het RIVM die aanwijzingen geeft hoe te handelen bij een patiënt met (verdenking van) COVID-19 en zijn gericht aan de GGD’s en andere zorgprofessionals. Hierin is volgende bepaald:

 

Bevestigde patiënt: elke patiënt bij wie door middel van gevalideerde OCR of andere nucleïnezuuramplificatietest of een in Nederland gevalideerde antigeentest een infectie met SARS-Cov-2 is vastgesteld.”

 

Productie 9: COVID-19 Richtlijn LCI

 

  1. Hiervoor bleek al dat de Staat een “besmetting” als synoniem gebruikt voor een “infectie”. Volgens deze richtlijn wordt iemand met een “bevestigde SARS-Cov-2 infectie” gelijkgesteld aan een “bevestigde patiënt.” Een positieve testuitslag wordt dus gelijkgesteld aan een patiënt. Dit zijn drie paardensprongen voor een test die niet meer doet dan dna-fragmenten van het virus traceren.

 

  1. De richtlijn wijst er nadrukkelijk op dat bevestigde patiënten – dit zijn dus positief getesten – gemeld dienen te worden bij de GGD op basis van de meldingsplicht voor groep A-ziektes. Deze meldingsplicht is vastgelegd in artikel 22 Wet publieke gezondheid:

 

De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte behorend tot groep A vermoedt of vaststelt, meldt dit onverwijld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst.”

 

  1. De wet gaat ervan uit dat een diagnose door een arts gesteld moet worden. Elke wettelijke grondslag om positieve testresultaten zonder een diagnosestelling te melden bij de GGD ontbreekt. Ook moet er sprake zijn van een ziekte. Er zullen dan op zijn minst symptomen vastgesteld moeten worden. Iemand zonder symptomen is niet ziek. Het testen van personen zonder symptomen is hiermee zinloos. Deze mogen niet gemeld worden bij de GGD.
  2. De Staat lijkt overigens een semantisch spel te spelen door een verschil te maken tussen het opsporen van de aanwezigheid van een virus en het stellen van een diagnose. De voorzieningenrechter gaat hierin mee en overweegt in het vonnis onder par. 4.10:

 

“…betekent geenszins dat de test niet ingezet kan worden op de (grootschalige) wijze waarop de Staat dat doet waarbij van het stellen van een diagnose en een behandeling nog geen sprake is.”

  1. Zodra echter gevolgen verbonden worden aan de testuitslag, is er sprake van een diagnose. Een quarantaine- of isolatieadvies is in feite een interventie. Positieve testen worden door de Staat opgewaardeerd tot patiënten. Dit staat haaks op de beweringen van de Staat tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding.

 

  1. Dat de Staat positieve testuitslagen als patiënten beschouwt en ook een behandeling voorschrijft zonder een aanvullende diagnose door een arts, volgt verder uit andere uitingen. Zo is in de “Informatie voor iemand die positief getest is voor COVID-19, Informatiebrief bij LCI-richtlijn COVID-19” van 11 december 2020 het volgende te lezen:

 

“U krijgt deze brief omdat u positief bent getest op COVID-19. Hierin staat belangrijke informatie.

 

U moet thuis in isolatie uitzieken, omdat u besmettelijk kunt zijn voor anderen. Ook uw huisgenoten moeten thuisblijven omdat zij misschien door u besmet zijn geraakt. (…)

 

“Bent u ernstig ziek of heeft u medische hulp nodig? Ga niet naar de huisarts of het ziekenhuis, bel direct de huisarts.”

 

Productie 10: Informatie voor iemand die positief getest is voor COVID-19

 

  1. Deze brief stelt wederom een positieve testuitslag – die uitsluitend de aanwezigheid van rna-onderdelen van het virus SARS-Cov-2 kan aantonen – gelijk aan een diagnose met de ziekte COVID-19. Ter verduidelijking, de WHO bepaalt nadrukkelijk dat het virus en de ziekte een verschillende naam hebben.

 

Productie 11: Naming the coronavirus disease (COVID-19) and the virus that causes it

 

  1. De gelijkstelling van positieve testuitslagen met patiënten volgt eveneens uit de instructies van de GGD voor het melden van positieve testuitslagen door artsen:

 

“Iedere organisatie die personen test op COVID-19 is verplicht een positieve uitslag direct te melden bij de regionale GGD. Deze meldplicht is vastgelegd in de Wet publieke gezondheid *Wpg).”

 

Productie 12: Melding COVID-19 door arts

 

  1. De GGD spreekt hier dus niet van een diagnosestelling doch van een “positieve uitslag SARS-Cov-2/COVID-19”. Het diagnosticeren door artsen op basis van uitsluitend een PCR-test is daarmee officieel beleid.

 

  1. Het RIVM bestempelt vervolgens de bij de GGD gemelde positieve testgevallen als “COVID-19-patiënten” in haar “weekrapportages epidemiologische situatie COVID-19 in Nederland”.

 

“Tabel 1: Aantal door de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten, aantal in het ziekenhuis opgenomen COVID-19 patiënten gemeld door de GGD’en en aantal overleden COVID-19 patiënten door GGD’en”

 

Productie 13: weekrapportages epidemiologische situatie COVID-19 in Nederland

 

  1. Op de overheidswebsite coronatest.nl kunnen de testuitslagen ingezien worden. Indien een persoon positief getest is, dan ontvangt deze volgende mededeling:

 

“Testuitslag

 

Je bent op 12 december 2020 getest. De uitslag van de test is positief. Dat betekent dat je het coronavirus hebt.

 

We begrijpen dat dit geen fijn bericht is. Neem even de tijd om dit nieuws rustig te verwerken en lees onderstaande informatie goed door. De GGD belt je binnen 1-2 dagen. We leggen hieronder vier dingen uit:

 

  1. Wat moet je alvast doen om te zorgen dat je niemand besmet met het coronavirus?
  2. Wat betekent dit voor je gezinsleden en huisgenoten?
  3. Hoe bereid je je voor op het gesprek met de GGD?
  4. (…)

 

Productie 14: testuitslag

  1. Het gesprek dat volgt met de GGD na een positieve testuitslag ziet op bron- en contactonderzoek; waar de “besmetting” opgelopen kan zijn, met wie er contact geweest is en wie mogelijk besmet is geraakt. Ook deze personen worden door de GGD benaderd. Een oproep tot een nadere diagnosestelling door een arts maakt geen deel uit van de mededeling. De positief geteste persoon wordt als een patiënt benaderd en krijgt als therapie een “verplicht” isolatieadvies.

 

  1. Op de pagina van de overheidswebsite “Informatie over het openbaar en dagelijks leven staan volgende adviezen:

“U heeft corona

Heeft u een test laten doen en blijkt dat u corona heeft? Dan krijgt u van de GGD te horen wat u moet doen, zoals thuis in isolatie gaan. Dat betekent zoveel mogelijk afstand houden van uw huisgenoten. Lees de brief met leefregels voor mensen die positief getest zijn op corona op de website van het RIVM. 

Huisgenoten en nauwe contacten blijven ook thuis”

 

  1. Ook hier wordt een positieve testuitslag gelijkgesteld aan de diagnose “corona”. Zonder enige betrokkenheid van de arts, krijgen de mensen in de omgeving van de positief geteste persoon een behandelplan in de vorm van een “verplichte” quarantaine.

 

  1. De conclusie uit het voorgaande is dat de Staat ter zitting in strijd met de waarheid de voorzieningenrechter voorspiegelde dat het beleid bij een positief testresultaat uitgaat van een nadere diagnosestelling door een arts. In strijd met de overwegingen van de voorzieningenrechter stelt de Staat een positieve testuitslag gelijk aan een diagnose COVID-19.

 

 

  • Grief 4:

Ten onrechte oordeelt de voorzieningenrechter, in het bijzonder in rechtsoverweging 4.10 en 4.11, dat Viruswaarheid verzuimd heeft deugdelijk te onderbouwen dat de test in strijd met de voorschriften van de fabrikanten gebruikt wordt. De voorzieningenrechter overweegt in dit kader het volgende:

 

“4.10  Voor zover Viruswaarheid c.s. bedoelen te stellen dat de test in strijd met de voorschriften van de fabrikanten wordt gebruikt, dat wil zeggen dat de test niet wordt ingezet op een wijze die de fabrikanten voor ogen staat, hebben Viruswaarheid c.s. verzuimd dit deugdelijk te onderbouwen. Uit de gebruiksaanwijzingen van de fabrikanten (waarvan er een aantal (deels) door Viruswaarheid c.s. is overlegd als Productie 3) is dat niet op te maken. Bijvoorbeeld de navolgende tekst:

 

“The detection result of this product is only for clinical reference, and it should not be used as the only evidence for clinical diagnosis and treatment.

 

(een citaat uit de gebruiksvoorschriften van AssayGenie) betekent geenszins dat de test niet ingezet kan worden op de (grootschalige) wijze waarop de Staat dat doet waarbij van het stellen van een diagnose en een behandeling (nog) geen sprake is.

 

Dat geringe aantallen van de uitslag fout-positief (ten onrechte positief) en fout-negatief (ten onrechte negatief) zijn betekent niet dat de PCR-test volgens de voorschriften van de fabrikanten niet gebruikt kan worden om aanwezigheid van het coronavirus op te sporen.”

 

  • Gezien het vorenstaande moet worden geconcludeerd dat geen sprake is van gebruik van de PCR-test in strijd met de voorschriften van fabrikanten en daarmee ook niet van gebruik in strijd met de CE-certificering.

 

Toelichting op grief 4

  1. De voorzieningenrechter overweegt dat Viruswaarheid verzuimd zou hebben om deugdelijk te onderbouwen dat de test ingezet wordt in strijd met de wijze die de fabrikant voor ogen staat. Deze overweging is niet te volgen.

 

  1. Viruswaarheid bracht uitsneden van de gebruiksbeperkingen uit dertig bijsluiters van verschillende PCR-fabrikanten als bewijs in het geding. Deze beperkingen hangen samen met de Intended Use die de fabrikanten bij de CE-certificering meldden. Zoals hierna toegelicht, negeert de Staat de volgende voorschriften in haar testcampagne volledig.
  • Uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden (research use only);
  • Uitsluitend geschikt als onderdeel differentiaaldiagnose
  • Uitsluitend te gebruiken in laboratoriumomstandigheden door getraind personeel
  • De test mag niet gebruikt worden voor personen zonder symptomen

 

  • Uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden (research use only);

 

  1. In de dagvaarding is aangevoerd dat een groot deel van de op de markt aangeboden PCR-testen een CE-certificering hebben met als Intended Use RUO (Research Use Only). Dit betekent dat het product ook uitsluitend daarvoor bedoeld is, namelijk onderzoek. Deze producten mogen niet voor medische doeleinden gebruikt worden. De Richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek maakt hierover volgende overweging:

 

“(8) Overwegende dat instrumenten, apparaten, toestellen, materialen en andere artikelen, met inbegrip van de programmatuur, die bestemd zijn om voor onderzoek te worden gebruikt zonder dat medische doeleinden worden nagestreefd, niet beschouwd worden als voor doeltreffendheidsonderzoek bestemde hulpmiddelen;”

 

  1. De IVD Guidance: “Research Use Only products, a Guide for Manufacturers and Notified Bodies” van de Europese Commissie uit 2004 (MEDDEV. 14/2 rev.1) bepaalt in samenhang met de hiervoor geciteerde Richtlijn 98/79/EC de gebruiksbeperkingen van dit CE-certificeringsdoel. De onderhavige PCR-test valt onder volgende RUO-toepassing:

 

“RUO products used for a better identification and quantification of individual chemical substances or ligands in biological specimens: These products usually react with substances in a specimen through specific bindings or chemical reactions e.g. monoclonal or polyclonal antibodies. The RUO products are not sold by the manufacturers with an intended use within the definition of an IVD as defined by the IVD Directive in article 1 2(b). They may more appropriately fall under the category of products for general laboratory use. They may be used as an element in a home brew diagnostic testing plan to determine the possibility of their potential future use as IVD’s.”

 

  1. Het gebruik van PCR-testen met een RUO-certificering heeft volgens deze richtlijn geen Intended Use die valt onder de IVD-richtlijn. De mogelijke inzet beperkt zich tot experimenteel gebruik in diagnostische procedures om toekomstig gebruik als IVD’s te onderzoeken.

 

  1. Aanvankelijk vielen alle op de markt aangeboden SARS-Cov-2 PCR-testen in deze categorie. Dit is bij een substantieel deel van de aanbieders, waaronder die van de door de voorzieningenrechter in het vonnis geciteerde gebruiksaanwijzing van AssayGenie, nog steeds het geval. Elke medische toepassing is derhalve uitgesloten. Ten onrechte negeert de voorzieningenrechter het gebruik van testen met een RUO-toelating.

 

  • Uitsluitend geschikt als onderdeel differentiaaldiagnose
  1. De fabrikanten van PCR-testen die over een CE-certificering volgens de IVD Richtlijn beschikken, brengen in de gebruiksaanwijzingen duidelijke beperkingen aan:

 

  • Uitsluitend geschikt voor analytisch gebruik in combinatie met de medische geschiedenis en conditie van de geteste persoon in kwestie en andere laboratoriumonderzoeken;
  • De test mag niet gebruikt worden als basis voor een klinische diagnose;
  • Een positieve uitslag betekent niet zonder meer dat de persoon drager is van het virus en kan uitsluitend beschouwd worden als een indicatie voor ter zake betrokken medisch gekwalificeerd personeel;
  • De test kan geenszins uitsluiten dat andere pathogenen (mede) de oorzaak kunnen zijn van een positief testresultaat.

 

  1. Deze gebruiksaanwijzingen maken duidelijk dat een testuitslag hoogstens richting kan geven aan het onderzoek naar de mogelijke oorzaak van symptomen. De test is daarmee op zijn best geschikt als onderdeel van een differentiaaldiagnose en mag nimmer de enige basis van een diagnose vormen.

 

  1. Daarbij komt dat de symptomen van COVID-19 zo algemeen zijn dat deze ook kunnen wijzen op tal van andere ziekteverwekkers. De symptomen van COVID-19 zijn identiek aan die van de griep. Een onderzoek kan daarom niet beperkt worden tot een SARS-Cov-2 test. Op basis van de symptomen dient gezocht te worden naar rhino-, griep-, en coronavirussen maar ook bijvoorbeeld allergie dient uitgesloten te worden.

 

  1. Het belang van een differentiaaldiagnose blijkt uit de griepstatistieken over 2020. Nadat in maart begonnen werd met het testen op het SARS-Cov-2 virus, verdwenen de griepgevallen op miraculeuze uit de statistieken.

 

  1. Tussen week 11 en week 13 zakte het aantal gemelde griepincidenties van 300 naar minder dan 50. Twee weken later kwamen geen gevallen meer voor. Dit is geen natuurlijk verloop van een griepseizoen. Het aantal griepdoden daalde van gemiddeld 2000 per seizoen naar 500 in het seizoen 2019-20. De oversterfte in 2020 is volledig toegeschreven aan COVID-[10] Ook het griepseizoen 2020-21 lijkt ongekend mild te worden. Andere virussen verdwenen net zo hard. Aannemelijk is dat deze nu onder SARS-Cov-2 meegeteld worden.

 

Productie 15: WHO influenzaoverzicht Nederland

Productie 16: griepdoden CBS

 

 

  1. De Staat erkent dat de PCR-test uitsluitend als onderdeel van een door een arts te stellen diagnose te gebruiken is. Uit Grief 3 volgt dat de Staat deze gebruiksbeperkingen negeert. Ook op dit onderdeel is de testcampagne onverenigbaar met de CE-certificering en gebruiksaanwijzingen van de fabrikanten.

 

(c) Uitsluitend te gebruiken in laboratoriumomstandigheden door getraind personeel

 

  1. De fabrikanten benadrukken dat de test volgens de Intended Use uitsluitend gebruikt mag worden in klinische laboratoriumomstandigheden door medisch personeel. De Staat negeert in de testcampagne ook deze gebruiksbeperking.

 

  1. Indien de test buiten de steriele setting van een laboratorium afgenomen wordt, leidt dit tot een stijging van het aantal foutpositieven. De test kan immers rna-fragmenten op molecuulniveau opsporen. De techniek is zo gevoelig dat sommige gebruiksaanwijzingen waarschuwen dat in de ruimte waar men de testen afneemt zelfs niet gevaccineerd mag worden.

 

  1. In de praktijk organiseert de Staat “teststraten” waar studenten na een korte instructie samples afnemen door autoraampjes. Het behoeft geen betoog dat dit geen laboratoriumomstandigheden zijn. De kans op contaminatie van de samples is groot. Dit veroorzaakt veel operational false positives.

 

  1. Ook dient de afname volgens de gebruiksaanwijzingen te gebeuren door getraind professioneel personeel. De Staat zegt hierover in de conclusie van antwoord (3.6.2):

 

“Het afnemen van monsters gebeurt door getraind personeel met gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en conform de geldende richtlijnen en adviezen van het RIVM en WHO.”

 

  1. Ook hier staan de beweringen van de Staat in schril contrast met de werkelijkheid. De fabrikanten stellen de eis dat de testen afgenomen worden door getraind medisch De Staat spreekt van “getraind” personeel. Dat is niet hetzelfde.

 

  1. In werkelijkheid werft de GGD laagopgeleide mensen voor de inzet in de testcampagne. Vacatures voor medewerkers die de samples afnemen vragen niet meer dan werkervaring in bijvoorbeeld de zorg of de horeca.

 

Productie 17: Vacature medewerker teststraat

 

  1. De conclusie is dat de Staat ook op deze punten de gebruiksaanwijzing van de fabrikanten en de Intended Use volledig negeert: de testen worden door ongekwalificeerd personeel afgenomen in een setting die niet voldoet aan de voorgeschreven laboratoriumomstandigheden.

 

  • De test mag niet gebruikt worden voor personen zonder symptomen

 

  1. De fabrikanten wijzen er in hun gebruiksaanwijzingen nadrukkelijk op dat de test niet geschikt is voor symptoomvrije personen. Een WHO-bericht voor IVD-gebruikers van 14 december wijst op het volgende:

“Therefore, healthcare providers are encouraged to take into consideration testing results along with clinical signs and symptoms, confirmed status of any contacts, etc. Consider any positive result (SARS-CoV-2 detected) or negative results (SARS-CoV-2 not detected) in combination with specimen type, clinical observations, patient history, and epidemiological information.”

 

Productie 18: WHO Information Notice 14 december 2020

 

  1. Met dit bericht benadrukt de WHO dat de test uitsluitend afgenomen mag worden bij mensen met symptomen. De Staat beaamt dit en stelt ter zitting:

 

“Wel is het zo dat binnen het huidige testbeleid wordt geadviseerd alleen mensen met klachten zich laten testen.” (is dit citaat wel correct?)

 

  1. De voorzieningenrechter neemt deze stelling in het vonnis over (r.o. 4.9):

 

De vraag of de klachten die een geteste persoon heeft – tot nu toe is het uitgangspunt dat uitsluitend mensen met klachten zich laten testen – daadwerkelijk door het coronavirus worden veroorzaakt, wordt door alleen de test niet zonder meer beantwoord.”

 

  1. Tijdens de zitting was echter al bekend dat dit beleid vanaf 1 december zou wijzigen en de Staat vanaf dat moment de test ook in strijd met deze aanwijzing van de fabrikanten ging gebruiken. Ten onrechte nam de voorzieningenrechter dit gegeven niet mee in zijn vonnis. De rechter dient de feiten immers ex nunc te beoordelen. Hoef je niet te onderbouwen dat het al bekend was op 25 nov?

 

  1. Met het aangepaste beleid vanaf 1 december 2020 negeert de Staat de gebruiksbeperkingen volledig. In de brief van de minister aan de Kamer van 8 december is volgende te lezen:

 

“De stijging van de weekcijfers is voor een deel te verklaren door het testbeleid dat sinds 1 december is verruimd. Mensen die geen klachten hebben kunnen zich nu ook laten testen als zij naar voren zijn gekomen in het BCO en de coronamelder-app.”

 

  1. De Staat wil vanaf nu mensen zonder ziekteverschijnselen grootschalig testen waarbij “compliance aan maatregelen bij positief testresultaat zijn geborgd”. Dit betekent dat op een positieve testuitslag een “gedwongen” quarantaine of isolatie volgt. De Staat is voornemens met inzet van de PCR-test of een test met vergelijkbare beperkingen een testcampagne zonder precedenten door te voeren:

 

“Voor het inzetten van herhaald grootschalig testen om de maatschappij te heropenen (scenario 3), zou het merendeel van de bevolking of de doelgroep zeer frequent (elke 3-4 dagen) moeten worden getest. Met een test die even gevoelig is als de PCR-test en indien 80% van de positief geteste personen daadwerkelijk direct in isolatie gaat.”

 

  1. De minister voorziet een uitbreiding van de testcapaciteit tot 10 miljoen testen per maand vanaf maart 2021. Het OMT waarschuwt dat “Nadelen zijn ook het relatief hoge percentage foutpositieven dat bij brede screening gevonden zal worden, zelfs bij testen met de hoogste specificiteit”. Het testen van symptoomvrije personen is hiermee niet verenigbaar.

 

  1. De gevolgen van het voornemen van de Staat is dat grote delen van de bevolking onderworpen worden aan een testdictatuur waarbij een positief testresultaat zonder enige nadere diagnosestelling tot gedwongen vrijheidsbenemende medische interventies als isolatie- en quarantainemaatregelen leidt. Dit terwijl de test volgens de CE-certificering en de gebruiksaanwijzingen van de fabrikanten de eigenschappen mist om op deze wijze ingezet te worden. De Staat handelt hiermee evident onrechtmatig.
    • Grief 5:

Ten onrechte heeft de voorzieningenrechter, in het bijzonder in rechtsoverweging 4.12, geoordeeld dat door de Staat onweersproken gesteld is dat de PCR-test ook internationaal gezien wordt aangemerkt als de “gouden standaard” en daarmee aantoont dat de test voldoende betrouwbaar is om te worden ingezet bij het testbeleid.

 

De voorzieningenrechter heeft in dit kader het volgende overwogen:

 

“4.12 De Staat heeft over de betrouwbaarheid van de PCR-test onweersproken gesteld dat de PCR-test ook internationaal gezien wordt aangemerkt als de “gouden standaard”. Op 18 november 2020 heeft de Europese Commissie (in Commission Recommendation of 18.1 1.2020 on the use of rapid antigen tests for the diagnosis of SARS-CoV-2 infection, C(2020)8037 final) nog de volgende uitlating gedaan over de PCR-test, waarbij het zich baseerde op de visie van de Wereldgezondheidsorganisatie en het Europees Centrum voor ziektepreventie- en bestrijding:

 

“(…) Currently, the ‘gold standard’ for COVID-19 diagnostics is the RT-PCR test, which is considered the most reliable methodology for testing of cases and contact by both the World Health Organisation (WHO) and the European Centre for Disease Prevention and

Control (ECDC)

 

Met dit alles heeft de Staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat de PCR-test voldoende betrouwbaar is om te worden ingezet bij het testbeleid.”

 

Toelichting op grief 5

 

  1. De voorzieningenrechter overweegt dat de PCR-test internationaal aangemerkt wordt als de “gouden standaard” en wijst hierbij op een aanbeveling van de Europese Commissie die zich baseert op de visie van de WHO en het ECDC. Dat de PCR-test “the most reliable methodology for testing” is, betekent niet dat deze geschikt is voor het gebruik in de testcampagne.

 

  1. Ook hier schept de Staat verwarring over de betekenis van een “gouden standaard”. De gouden standaard voor het identificeren van infecties is celkweek. De PCR-test is de gouden standaard voor genetisch onderzoek. Een gouden standaard voor de ene toepassing betekent niet automatisch dat die ook voor een andere toepassing geldt.

 

  1. Ook de WHO wijst in haar mededeling van 14 december dat de overhaastig ontworpen PCR-test foutgevoelig en aan verbetering onderhevig is:

 

“As with any diagnostic procedure, the positive and negative predictive values for the product in a given testing population are important to note. As the positivity rate for SARS-CoV-2 decreases, the positive predictive value also decreases. This means that the probability that a person who has a positive result (SARS-CoV-2 detected) is truly infected with SARS-CoV-2 decreases as positivity rate decreases, irrespective of the assay specificity. Therefore, healthcare providers are encouraged to take into consideration testing results along with clinical signs and symptoms, confirmed status of any contacts, etc.”

 

“Manufacturers regularly review the design of their product, including labelling and IFU based on customer feedback. In the early phases of the COVID-19 pandemic, in vitro diagnostics (IVDs) were rapidly developed, validated and verified, and then rolled out. Therefore, it is not unexpected that IVDs may require refinement based on user feedback after their introduction at scale. Users should verify the version of the IFU with each consignment they receive to see if any changes have been made to the IFU.”

  1. De PCR-test werd ontworpen op basis van een ander virus, namelijk het SARS-Cov-1 virus. Dit volgt uit de externe peer review van de Corman-Drosten-paper, het validatierapport dat de basis van de PCR-test vormt:

 

In short, a design relying merely on close genetic relatives does not fulfill the aim for a “robust diagnostic test” as cross reactivity and therefore false-positive results will inevitably occur. Validation was only done in regards to in silico (theoretical) sequences and within the laboratory-setting, and not as required for in-vitro diagnostics with isolated genomic viral rna. This very fact hasn’t changed even after 10 months of introduction of the test into routine diagnostics.”

 

  1. Of een test al dan niet betrouwbaar genoeg is om ingezet te worden voor een bepaald doel hangt af van de door de fabrikant bij de CE-certificering opgegeven Intended Purpose. Of de Europese Commissie of andere organisaties een test uitroepen tot gouden standaard, is niet doorslaggevend en zegt weinig over de betrouwbaarheid. Omdat ook een gebrekkig middel het best beschikbare kan zijn?

 

  1. De overweging dat de test gebruikt kan worden omdat er geen alternatief beschikbaar is die op een grote schaal ingezet kan worden, is overigens net zo onbegrijpelijk. De Wet publieke gezondheid biedt hiervoor ook geen aanknopingspunt.

 

  1. De wet gaat er namelijk vanuit dat mensen met symptomen zich melden bij een arts. Deze kan een diagnose stellen. Bij afwezigheid van symptomen dient ervan uitgegaan te worden dat iemand gezond is. Dat symptoomvrije mensen zouden bijdragen aan de verspreiding van het SARS-Cov-2 virus is nooit aangetoond. Deze veronderstelling berust op weinig overtuigende, anekdotische casussen.

 

  1. Het in grote getalen onderwerpen van gezonde mensen aan vrijheidsbeperkende interventies op basis van een onbetrouwbare test werd nimmer in de geschiedenis vertoond. Dit is een onaanvaardbare uitholling van de rechtsstaat en destructief voor de samenleving en de economie.

 

  1. Dat de test internationaal als gouden standaard beschouwd zou worden, vormt geen basis voor de conclusie dat deze dus betrouwbaar genoeg is voor gebruik in het testbeleid. Zoals de WHO in haar bericht van 16 december benadrukt, kan de test uitsluitend ingezet worden met inachtneming van de door de fabrikanten en CE-certificering aangebrachte gebruiksbeperkingen.

 

  • Grief 6:
  1. Ten onrechte heeft de voorzieningenrechter, in het bijzonder in rechtsoverweging 4.13, geoordeeld dat de PCR-test niet langer gebaseerd is op het Corman-protocol. Inmiddels zou er een opvolger zijn die op basis van een in Nederland aangetroffen virus gevalideerd werd. De voorzieningenrechter heeft in dit kader het volgende overwogen:

 

“De Staat heeft de stelling van Viruswaarheid c.s. dat de initieel gebruikte PCR-test niet zou zijn gevalideerd onder verwijzing naar de publicatie van dat validatierapport betwist. Verder heeft de Staat gesteld dat ook opvolgende PRC-tests zijn gevalideerd en dat voor laboratoria die voor de GGD-teststraten testen uitvoeren (conform het advies van de Europese Commissie) validatievereisten gelden.”

 

Toelichting op grief 6

  1. De Staat betoogde ter zitting dat de PCR-test niet langer gebaseerd is op het Cormanprotocol van 17 januari 2020. Inmiddels zou het synthetische controlemateriaal vervangen zijn door het SARS-Cov-2 virus zelf. Eind februari kwam volgens de Staat het SARS-Cov-2 virus ter beschikking in Nederland.

 

  1. De voorzieningenrechter nam deze stelling over terwijl de Staat naliet bewijs van haar stellingen in het geding te brengen. De beweringen van de Staat zijn onverenigbaar met eerdere uitlatingen. Zo stelde de Staat tijdens het kort geding tegen het RIVM op 22 augustus nog het volgende (p.5 pleitnotitie):

“Het RIVM beschikt niet over evaluatie- of validatierapporten met betrekking tot PCR-testen (anders dan voor iedereen toegankelijke wetenschappelijke publicaties). Wel is het RIVM betrokken geweest bij het validatieonderzoek naar de voor Nederland (ook nu nog) belangrijkste PCR-test. Het betreft een onderzoek dat is uitgevoerd door een groep van samenwerkende internationale wetenschappers. Dit onderzoek heeft geleid tot een publicatie die online beschikbaar is, evenals de gebruikte methodes en data.”

  1. De Staat verwijst vervolgens naar het Cormanprotocol. Dit betekent dat de Staat ter zitting op 25 november ook op dit onderdeel onwaarheden naar voren bracht en de voorzieningenrechter misleidde. Er is geen opvolger van de in januari haastig ontworpen PCR-test. Evenmin werd het virus inmiddels geïsoleerd.

 

  1. Het Cormanprotocol is het onderzoek dat achteraf niet peer reviewed bleek te zijn. Vooraanstaande wetenschappers kwalificeren het onderzoek als “onwetenschappelijk broddelwerk” Een externe peer review werd inmiddels aan Eurosurveillance gepresenteerd (zie Productie 3). Naar verwachting zal het onderzoek ingetrokken moeten worden.

 

  1. De conclusie is dat de Staat de voorzieningenrechter onjuist informeerde. De test is nog geheel gebaseerd op het begin januari haastig ontworpen protocol op basis van een virtueel samengesteld virus. Dit Cormanprotocol ligt onder vuur. Daarmee verliest de test elke geloofwaardigheid.

 

  •    Grief 7

Ten onrechte heeft de voorzieningenrechter, in het bijzonder in rechtsoverweging 4.20, geoordeeld dat de overheidscommunicatie tot nu toe niet als feitelijk onjuist, misleidend of bovenmatig angstaanjagend is geweest. De voorzieningenrechter heeft in dit kader het volgende overwogen:

 

4.22. Dat de overheidscommunicatie tot nu toe feitelijk onjuist, misleidend of bovenmatig angstaanjagend is geweest is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gebleken. Van strijd met de “Uitgangspunten overheidscommunicatie”, waar Viruswaarheid c.s. naar verwijzen, is naar voorshands oordeel evenmin sprake. Zoals de Staat terecht stelt zijn deze uitgangspunten in algemene en ruime termen geformuleerd. Viruswaarheid c.s. hebben onvoldoende geconcretiseerd waarom de overheidscommunicatie strijd met deze uitgangspunten zou opleveren. Dat Viruswaarheid c.s. de overheidscommunicatie graag anders ingericht zouden zien en daar (ook nog) andere informatie in willen zien terugkomen, betekent — mede gezien de vrijheid die de Staat toekomt bij de inrichting van de overheidscommunicatie — niet dat de overheidscommunicatie tot nu toe onrechtmatig is geweest.

 

Toelichting op grief 7

  1. Viruswaarheid vordert een aanpassing van de overheidscommunicatie. Deze is onvolledig, misleidend en onnodig alarmerend. De Staat publiceert de aantallen dagelijkse “besmettingen” met als gevolg een voortdurende sfeer van en paniek. De samenleving lijdt hierdoor ernstige schade.

 

  1. Dit gebeurt door het weglaten van de noodzakelijke context en relativerende informatie, het ten onrechte beweren dat COVID-19 een bedreiging voor de gehele bevolking vormt, dat dagelijks tientallen personen overlijden aan COVID-19 en het overdrijven van ziekenhuis- en ic-opnames.

 

  1. Viruswaarheid beschouwt de combinatie van de testcampagne en de overheidscommunicatie als een kwalijke zaak omdat de grens tussen rechtmatige overheidsvoorlichting en schadelijke propaganda uit het zicht raakt.

 

  1. Als toetsingskader hanteert Viruswaarheid zowel de “Uitgangspunten overheidscommunicatie” en de aanbevelingen uit het WODC-rapport uit 2011 het onderzoek “Mexicaanse griep in Nederland: berichtgeving, verontrusting en publieksreacties”.

 

  1. De voorzieningenrechter overweegt in het vonnis (r.o.4.18) dat de Staat een grote mate van vrijheid toekomt om de communicatie op de door haar gewenste wijze in te richten. Terecht merkt de rechter vervolgens op dat het de Staat daarbij uiteraard niet vrij staat om onjuiste informatie te verspreiden en evenmin om met die communicatie aan mensen bovenmatig angst aan te jagen.
  2. Het is onbegrijpelijk dat de rechter vervolgens oordeelt dat de overheidscommunicatie tot nu toe feitelijk niet onjuist, misleidend of bovenmatig angstaanjagend is geweest. Ook zou volgens het vonnis volgens een voorlopig oordeel niet gebleken zijn van strijd met de “Uitgangspunten overheidscommunicatie”

 

  1. Tot dit oordeel komt de voorzieningenrechter door te wijzen op de uitgebreide informatie die te vinden is in de technische briefings van de Tweede Kamer en op de website van het RIVM. Ook zou de Staat voor het eerst geconfronteerd zijn met een situatie als de huidige waardoor de overheid enigszins haar weg moet zoeken en van standaardprocessen geen sprake is. Verder is de informatie op talrijke punten aantoonbaar feitelijk onjuist en misleidend.

  1. Deze overwegingen zijn op meerdere gronden niet steekhoudend. Viruswaarheid benadrukt in de dagvaarding dat veel informatie inderdaad online te vinden is op de websites van het RIVM en andere overheidswebsites. Hier moet wel actief naar gezocht worden. De meerderheid van de bevolking informeert zich echter via persconferenties en persberichten die door de televisie en andere media overgenomen worden. Een minderheid gaat actief op zoek naar informatie door Kamerstukken te lezen of de RIVM-website te bestuderen.

 

Verschuivingen in informatievoorziening tijdens COVID 19 (Amsterdam School of Communication, Universiteit van Amsterdam

 

  1. De overheid heeft een actieve informatieplicht en dient in tijden van crisis op een verantwoorde wijze het publiek te informeren. Juist in persberichten en persconferenties verspreidt de overheid desinformatie. De media nemen deze berichtgeving over. De Staat kan dit niet rechtvaardigen met het argument dat de juiste en complete informatie te vinden is op expertisewebsites als het RIVM en de Tweede Kamer.

 

  1. De voorzieningenrechter volgt de Staat in de stelling dat de “Uitgangspunten overheidscommunicatie” in te algemene en ruime termen zijn geformuleerd. Deze overweging is evenmin te volgen.

 

  1. Het geformuleerde uitgangspunt is dat het onjuist vermelden, weglaten of overaccentueren van feiten en argumenten om daarmee degenen op wie de communicatie is gericht tot een andere keuze te brengen dan zij wellicht anders zouden hebben gedaan, nimmer is toegestaan. Dit zijn concrete en toetsbare maatstaven. Het is ook een duidelijke afbakening van de rechtmatigheidsgrens van overheidscommunicatie. Een overheid die in strijd met deze maatstaven communiceert, handelt onrechtmatig. Hierin bestaat geen beleidsruimte.

 

  1. Evenmin kan de Staat zich rechtvaardigen met de stelling dat zij zich geconfronteerd ziet met een nieuwe situatie waarvoor geen standaardprocessen bestaan en derhalve zoekende is. De COVID-19 crisis is in alle opzichten een herhaling van de situatie ten tijde van de Mexicaanse Griep in 2009. De WODC onderzocht destijds uitgebreid de fouten in de overheidscommunicatie. Dit resulteerde in duidelijke aanbevelingen. Een overheid die nauwelijks tien jaar later dezelfde fouten niet alleen herhaalt maar deze zelfs naar een hoger plan tilt, handelt zorgvuldig noch rechtmatig

 

  1. Hiervoor onder kantnummer 35 en verder is aan de hand van verschillende vormen van communicatie toegelicht op welke wijze de overheid angst aanwakkert met aantallen “besmettingen” en doden. Ter aanvulling hierop volgt een analyse van de televisietoespraak die minister-president Rutte op 14 december hield. Deze toespraak is illustratief voor het aantoonbaar misleidende, onjuiste en desinformatieve karakter van de overheidscommunicatie. Ruim 5,5 miljoen mensen keken naar deze uitzending.

 

  1. Een aantal opmerkingen van Rutte zullen hierna getoetst worden aan de Uitgangspunten overheidscommunicatie en de aanbevelingen van het WODC-rapport. Over andere discutabele aspecten van deze toespraak, zoals de hypnotische elementen in het taalgebruik, kan meer gezegd worden doch dat gaat het bereik van deze dagvaarding te buiten.

 

Productie 22: Letterlijke tekst toespraak Rutte

 

  • Besmettingen
  1. Als eerste valt het gebruik van de term “besmettingscijfers” op:

“Minder dan een week geleden zei ik in de persconferentie nog dat we op een tweesprong stonden. Ik zei toen dat strengere maatregelen denkbaar waren als de besmettingscijfers verder zouden stijgen.

En dat is helaas precies wat we sindsdien in sneltreinvaart zien gebeuren. Het coronavirus grijpt nog sneller om zich heen dan waar we vorige week mee rekenden. En daarom gaat Nederland voor een periode van in ieder geval 5 weken in lockdown. Nederland gaat op slot.”

Elke dag noteren we gemiddeld zo’n 9.000 nieuwe besmettingen. Dat is een volle Kuip in minder dan 6 dagen.”

  1. Rutte gebruikt hier opnieuw de “besmettingscijfers” om een opschorting van fundamentele grondrechten te rechtvaardigen. Dit mechanisme vormt de basis van deze dagvaarding.

 

  1. De voorzieningenrechter oordeelt in het vonnis dat het gebruik van de term besmetting niet onrechtmatig is. “De PCR-test toont in beginsel de aanwezigheid van het coronavirus aan, zodat het bij een positief testresultaat niet onjuist is als wordt gesproken over een besmetting met het virus”, aldus het vonnis.

 

  1. Uit het gestelde onder Grief 2 volgt dat de term besmetting misleidend. Een PCR-test toont niet meer aan dan dna-fragmenten waarbij de test niet kan onderscheiden tussen reproduceerbaar virus of brokstukken. In navolging van de Staat maakt de rechter hier een paardensprong en dicht de PCR-test eigenschappen toe die deze niet heeft.

 

  1. Vervolgens bevestigde de Staat ter zitting dat zij een “besmetting” gelijkstelt met een “infectie”. Een test kan echter geen infectie aantonen. Daarvoor is een diagnose van een arts noodzakelijk. Rutte gaat hieraan voorbij in zijn toespraak, die derhalve misleidend en dus onrechtmatig is.

 

  1. Overigens prijst de voorzieningenrechter de Staat (r.o. 62) dat op 7 december de website van het RIVM aangepast werd. Patiënten zijn volgens de mededeling van het RIVM mensen die zo ziek zijn dat ze opgenomen moeten worden of sterven. Deze uitleg is nog steeds misleidend. Dit wekt ten onrechte de indruk dat iedereen die positief getest is, ziek is ook al zijn er geen symptomen.
  2. Vervolgens beweert Rutte dat de besmettingscijfers alarmerend zijn. Het virus grijpt volgens hem om zich heen: “Elke zes dagen een stadion vol”. Uit de op de RIVM-website gepubliceerde cijfers volgt dat het aantal positieve testen in een week omhoogging van 43.103 naar 58.412. Dit is inderdaad ruim een derde meer dan een week eerder.
  3. Wat Rutte niet vertelt, is dat het aantal doorgevoerde tests met eenzelfde percentage steeg. Het percentage positieve testuitslagen bleef nagenoeg gelijk. De minister van VWS is voornemens het aantal testen op te voeren naar tien miljoen per maand. Als het percentage positieve testresultaten gelijk blijft, stijgt het aantal “besmettingen” naar meer dan een miljoen per maand. Dat zijn twintig voetbalstadions vol. Welke maatregelen zal Nederland dan over zich heen krijgen? Rutte misleidt hiermee het publiek door de indruk te wekken dat het virus zich razendsnel verspreidt en een ernstige bedreiging vormt.

 

  1. Feit is ook dat het percentage positieve testuitslagen van 18,4% begin november gedaald is naar 12% in de tweede week van december. Deze informatie ontbreekt in de toespraak. Door de situatie als alarmerend voorspiegelen aan de bevolking met als doel draconische maatregelen door te voeren, handelt de Staat onrechtmatig.
  2. Viruswaarheid eist daarom dat de toekomstige communicatie over positieve testresultaten als volgt aangepast wordt:
    • Positieve testresultaten zijn geen besmettingen, infecties, gevallen, zieken of patiënten;
    • Aantallen positieve testuitslagen worden in beginsel niet gecommuniceerd of alleen in verhouding tot het totale aantal afgenomen testen met vermelding van de door de fabrikanten gestelde gebruiksbeperkingen en de gehanteerde Ct-waarden (overeenkomstig de aanbeveling van de WHO van 16 december 2020);

 

  • Sterfgevallen
  1. Met de volgende uitspraken van Rutte worden de gevolgen van het virus beschreven op een wijze die in geen enkele verhouding staat tot de realiteit.

We maken met 17 miljoen mensen iets mee dat ongekend is, iets dat groter is dan we ooit in vredestijd hebben meegemaakt, en toch slaan we ons er doorheen. Het is goed dat te blijven zien en het helpt ook de volgende fase aan te kunnen.

Dat is een ongelijke strijd. En het is precies waar we nu naar kijken. Want het virus springt over – en veel te vaak. Elke dag overlijden gemiddeld 60 mensen aan corona.

  1. Ook hier gebruikt Rutte alarmerende bewoordingen alsof het virus een catastrofe veroorzaakt. De realiteit is dat de sterftecijfers van 2020 weinig bijzonderheden vertonen. In de meeste landen is er zelfs sprake van een lagere sterfte dan normaal.
  2. Met het noemen van een dagelijks aantal “coronadoden” misleidt Rutte het publiek. Ten eerste spreekt Rutte niet de waarheid door te stellen dat deze mensen sterven aan corona terwijl dit met corona of “met een positief testresultaat” zou moeten zijn.

 

  1. Hiervoor werd al gewezen op het WHO-protocol van 20 april 2020 “International Guidelines for Certification and Classification. In de media wordt bij sterftecijfers steeds vaker gesproken over mensen die sterven met en niet aan COVID-19. Tot nu toe stierven 100 mensen van in totaal 2033 sterfgevallen onder de zeventig jaar zonder onderliggende aandoeningen met COVID-19. De gemiddelde leeftijd van de overledenen ligt boven de 83 jaar.

 

 

  1. Door het aantal dagelijkse doden zonder context of toelichting te noemen, zaait Rutte paniek. Dit is in strijd met de aanbevelingen van het WODC.

 

  1. In Nederland sterven daarbij elke dag bijna 130 mensen aan kanker en meer dan 100 aan hart- en vaatziekten. Iedere dag van het jaar, jaar in jaar uit. Met deze context begrijpt het publiek beter dat de situatie catastrofaal noch alarmerend is. Afgelopen jaar stierven gemiddeld 27 mensen per dag die positief getest waren voor SARS-Cov-2 met een gemiddelde leeftijd van meer dan 83 jaar. Deze boodschap klinkt al heel anders. Viruswaarheid eist daarom dat de toekomstige communicatie over positieve testuitslagen als volgt aangepast wordt:
  • Aantallen positief geteste sterfgevallen worden genoemd met vermelding van de (gemiddelde) leeftijd en de oorzaak van hun overlijden;
  • De aantallen dagelijkse sterfgevallen met of aan COVID-19 worden in de context geplaatst van sterfgevallen aan kanker en hart- en vaatziektes;

 

  • Ziekenhuisopnames
  1. Rutte spiegelt het publiek ook steeds de dreiging van een overbelast zorgsysteem voor. In zijn toespraak zegt hij het volgende:

 

Ook in de ziekenhuizen en verpleeghuizen stijgen de cijfers. In de tweede golf komen meer mensen in het ziekenhuis terecht dan in de eerste golf.

Ik weet: getallen zijn abstract. En ze vertellen ook zeker niet het hele verhaal. Maar de realiteit is dat inmiddels meer dan een miljoen reguliere behandelingen in het ziekenhuis zijn uitgesteld. Het zal je maar overkomen als je op een behandeling zit te wachten.

De realiteit is dat de mensen in de ziekenhuizen en verpleeghuizen alweer drie maanden op hun tandvlees lopen. De rek is er echt uit. En dan moet het griepseizoen nog beginnen.

En dat is ook waarom ik vandaag nog een keer tegen alle werkers in de ziekenhuizen, in de verpleeghuizen, in de thuiszorg en bij de GGD’s wil zeggen: dank jullie wel.

Er wordt van ons allemaal veel gevraagd in deze tijd, maar van jullie wel het meest.
Ik heb, wij allemaal hebben, grote bewondering voor jullie.
(…)

 

  1. Wat Rutte het publiek niet vertelt is dat de overbelasting van de zorg een jaarlijks terugkerend probleem is. Dit is niet het gevolg van de ernst van het virus doch in de eerste plaats het gevolg van onverantwoorde bezuinigen de afgelopen jaar. De afgelopen vijf jaar halveerde het Kabinet Rutte het aantal ic-bedden. Sinds de eerste golf is er niets gedaan om de aantallen op peil te brengen. Ook dit ontbreekt in het verhaal.

 

  1. Verder is onduidelijk hoeveel patiënten in het ziekenhuis verblijven door COVID-19-klachten en hoeveel er positief getest zijn terwijl zij voor een andere kwaal behandeld worden.

 

  1. Rutte beweert ook dat er tijdens de tweede golf meer mensen in het ziekenhuis belanden dan tijdens de eerste. Dit klopt feitelijk. Doch deze opnames zijn verdeeld over vier maanden. Daardoor is de druk op de zorg veel lager dan in maart en april. De druk op de ic-capaciteit was tijdens de eerste golf drie keer zo hoog als nu. Door deze essentiële informatie weg te laten, misleidt Rutte het publiek.

 

 

  1. De overheidscommunicatie over de overbelasting van de zorg is daarmee misleidend, onnodig alarmerend en onvolledig. Derhalve dient de overheidscommunicatie als volgt gewijzigd te worden:

 

  • Aantallen opnames van COVID-19 patiënten in het ziekenhuis en de ic worden in verhouding geplaatst tot de normale bezetting als gevolg van longinfecties in andere jaren;
  • Bij de ziekenhuis- en -opnames wordt vermeld of de patiënt voor COVID-19 of voor een andere aandoening opgenomen werd;
    • Gevaar virus
  1. Van begin af aan is het dreiging van het virus sterk overdreven. Met een onjuiste weergave van feiten wordt het publiek in angst gehouden. Rutte wekt de indruk dat het virus voor iedereen een gevaar vormt:

 

“En de realiteit is ook dat we niet te maken hebben met een onschuldige griep, wat sommigen – bijvoorbeeld de demonstranten hierbuiten – nog steeds denken, maar met een virus dat iedereen hard kan raken. Dus niet alleen de alleroudsten onder ons.

Inmiddels hebben ongeveer 30.000 mensen met corona in het ziekenhuis gelegen waarvan 6.000 op de intensive care. Van die 6.000 was de groep jonger dan 50 jaar 2,5 keer groter dan de groep boven de 80.

 

De harde waarheid is dat bijna al deze 6.000 mensen zouden zijn overleden als ze niet op de intensive care behandeld waren. En dat ze bijna zonder uitzondering nog lang na hun ontslag uit het ziekenhuis te maken hebben met kortademigheid, extreme moeheid en andere klachten.

Dat is wat corona doet. Dat is waarom het zo belangrijk is dat de zorg toegankelijk blijft. Dat er een bed voor je is als je dat nodig hebt.”

  1. Zonder enige toelichting beweert Rutte “dat we niet te maken hebben met een onschuldige griep”. In werkelijkheid is de griep niet onschuldig. Jaarlijks overlijden duizenden personen in Nederland aan de griep. Uit de cijfers volgt dat COVID-19 geen groter gevaar vormt dan de griep en ook niet tot meer ziekenhuisopnames leidt. Deze informatie is bekend bij de beleidsmakers.

 

  1. Van Dissel geeft maandelijks een briefing aan de Tweede Kamer. Hieruit blijkt dat het virus voor 98% van de bevolking geen gevaar vormt. Ook staat vast dat de IFR niet hoger is dan een gemiddelde griep. Dit is essentiële informatie die tijdens persconferenties en in andere actieve communicatie niet met het publiek gedeeld wordt. Tijdens een debat in de Tweede Kamer bleek dat Rutte dit cijfer – de meest cruciale indicator voor de ernst van de epidemie – niet paraat had, al gaf hij op vragen uit de Kamer wel toe dat het “zeer laag” is. Hij weet dus precies wat hij doet.

 

  1. Integendeel, Rutte jaagt bij het publiek angst en paniek aan met misleidende informatie. Hij insinueert in zijn toespraak dat er meer mensen onder de 50 getroffen worden door het virus dan boven de 80. Wie onderstaande grafiek bekijkt, stelt vast dat het aandeel personen jonger dan 50 op de ic’s zeer klein is. Daarbij worden zij doorgaans niet voor COVID-19 doch voor andere aandoeningen behandeld. Een positieve PCR-test of een verdenking door griepsymptomen maakt hen tot COVID-19 patiënt.

 

  1. De sterfgevallen onder de 50 maken 0,7% van de totale sterfte uit. Daarvan heeft slechts 10% geen onderliggend lijden. De kans dat een gezond persoon onder de 50 getroffen wordt door COVID-19 is verwaarloosbaar klein. De kans om bij een verkeersongeluk te overlijden is vele malen groter.

 

 

  1. Ook de mededeling dat dit jaar al 6.000 mensen met COVID-19 op de IC belandden, is zonder context misleidend. Jaarlijks zijn er gemiddeld 10.000 patiënten die met Severe Acute Respiratory Infection (SARI) behandeld worden op de IC’s. COVID-19 patiënten vallen in deze patiëntengroep. Uit de onderstaande grafiek blijkt dat de huidige aantallen opnames niet uitzonderlijk zijn ten opzichte van vorige jaren. Ten onrechte presenteert Rutte deze aantallen als onderdeel van een nationale ramp.

 

 

 

  1. Het is evident dat de Staat paniek zaait door het publiek met disinformatie te bespelen. Dit gebeurt niet alleen in persconferenties en toespraken. Dit geldt evenzeer voor persberichten en overheidswebsites als voor het coronadashboard. Zoals de voorzieningenrechter terecht opmerkt, staat het de Staat niet vrij om onjuiste informatie te verspreiden en evenmin om middels die communicatie mensen bovenmatig angst aan te jagen.

 

  1. Dit betekent dat de communicatie in ieder geval de volgende feiten dient te bevatten:
    • De door de WHO gepubliceerde IFR, die onlangs tot 0,23% verlaagd werd, die daarmee vergelijkbaar is met een griepvirus.
    • Op de informatie van het RIVM dat het virus voor 98% van de bevolking geen bedreiging vormt.
    • Het virus vooral een gevaar vormt voor de groep die ook door de griep getroffen worden namelijk mensen van hoge leeftijd met andere gezondheidsproblemen.
  • Grief 8

Ten onrechte heeft de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 4.20, geoordeeld dat alle vorderingen van Viruswaarheid moeten worden afgewezen en als in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding wordt veroordeeld.

 

Toelichting

  1. Deze grief dient om het geschil in eerste instantie opnieuw en in zijn geheel aan het oordeel van Uw Hof te onderwerpen.

 

Bewijsaanbod

  1. Voor zover het gerechtshof oordeelt dat op Viruswaarheid enige bewijslast rust, biedt Viruswaarheid aan haar stellingen door alle middelen rechtens te bewijzen.

 

  1. Conclusie
  1. De grieven kunnen als volgt samengevat worden:

 

  • De voorzieningenrechter beoordeelt los van de CE-certificering, de Intended Purpose en gebruiksvoorschriften van de fabrikanten de betrouwbaarheid van de PCR-test. De beoordelingsruimte voor de rechter beperkt zich echter tot het onderzoeken of het gebruik door de Staat overeenstemt met de bij de certificering opgegeven Intended Use en de gebruiksaanwijzingen. Wijkt dit af, dan is het gebruik niet toelaatbaar.

 

  • De voorzieningenrechter overweegt ten onrechte dat de Staat de PCR-test niet gebruikt in strijd met de Intended Purpose volgens de CE-certificering en de gebruiksaanwijzingen. De Staat gebruikt de test evident in strijd met navolgende gebruiksbeperkingen:

 

    • Testen met een RUO-toelating worden voor diagnostische doeleinden gebruikt;
    • De Staat merkt een positieve testuitslag aan als een infectie. Een PCR-test kan uitsluitend dna-fragmenten detecteren, waarbij niet vastgesteld kan worden of dit afkomstig is van een reproduceerbaar virus of een infectie;
    • De Staat erkent dat een test geen diagnose is en stelt dat het testbeleid als uitgangspunt heeft dat na een positief testresultaat diagnosestelling door een arts volgt. Dit blijkt evident onjuist. De Staat beschouwt een positieve testuitslag zonder de betrokkenheid van een arts als een diagnose en verbindt hieraan een behandelplan in de vorm van een quarantaine of isolatie.
    • De Staat beweert dat de PCR-test betrouwbaar is omdat deze internationaal als gouden standaard beschouwd wordt. Dit is niet doorslaggevend. Of de test geschikt is voor het doel moet blijken uit de certificering en de gebruiksaanwijzingen;
    • De testen worden in strijd met de gebruiksaanwijzingen afgenomen door ongeschoold personeel in teststraten. Dit vormt een groot risico op contaminatie van de samples;
    • In de testcampagne worden vanaf 1 december 2020 mensen zonder symptomen getest worden terwijl consensus bestaat dat dit in strijd met de gebruiksbeperkingen is;
  • De Staat zet overheidscommunicatie in om onjuiste en misleidende informatie te verspreiden om mensen bovenmatig angst aan te jagen.

 

  1. Uit het voorgaande volgt dat de positieve testresultaten nimmer de basis mogen vormen voor grondrechtinperkingen op individueel of landelijk niveau. Daarvoor is de test niet toegelaten of geschikt.

 

MITSDIEN

Het is op deze gronden dat de advocaat van appellante onder overlegging van het procesdossier in eerste aanleg de eer heeft te concluderen dat het Uw gerechtshof behage, te vernietigen het vonnis van 9 december 2020 met zaaknummer 2020C/091602 130 / KG ZA 20-1060 door de voorzieningenrechter te Den Haag tussen partijen gewezen en opnieuw rechtdoende te beslissen

 

Primair:

Gedaagde te bevelen het gebruik van de PCR-test in strijd met de voorschriften van de fabrikanten althans het volgens de CE-certificering toegelaten gebruik binnen twee dagen na het te wijzen vonnis te beëindigen en beëindigd te houden en gedaagde te veroordelen alle vormen van overheidscommunicatie, waaronder de overheids- en GGD-websites, persberichten en persconferenties aan te passen zodat deze voldoet aan de “Uitgangspunten overheidscommunicatie” met inachtneming van de onder kantlijnnummer 72 genoemde beginselen;

 

Subsidiair:

Gedaagde te veroordelen alle vormen van overheidscommunicatie, waaronder de overheids- en GGD-websites, persberichten en persconferenties aan te passen zodat deze voldoet aan de “Uitgangspunten overheidscommunicatie” met inachtneming van de onder kantlijnnummer 72 genoemde beginselen;

 

 

Primair en subsidiair:

Althans een in goede justitie beslissing te nemen met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties.

 

 

De advocaat.

 

 

 

De kosten dezes zijn:

 

Requiranten voornoemd verklaren dat zij de omzetbelasting niet kunnen verrekenen in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968 en dat voorts de eventueel gemaakte verschotten noodzakelijk waren om de onderhavige ambts-handeling te kunnen verrichten en dat ik, deurwaarder, rechtstreeks noch middellijk enig belang heb in de onderneming die de kosten factureerde.

 

 

 

[1] https://taz.de/Firma-im-Fieber-zustand/!5671487/

[2] https://coronadashboard.rijksoverheid.nl/

[3] Technische Briefing 2e Kamer, 25 juni 2020

[4] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2007/09/20/in-dienst-van-de-democratie-het-rapport-van-de-commissie-toekomst-overheidscommunicatie

[5] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2007/07/19/50-aanbevelingen-voor-communicatie-met-en-door-een-andere-overheid

[6] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2010/12/09/uitgangspunten-overheidscommunicatie

[7] https://mobile.twitter.com/tijsvandenbrink/status/1332234537972207616

[8]P. 11 Conclusie van Antwoord, par. 3.5.1, 23 november 2020

[9] P.12 Conclusie van Antwoord, par. 3.5.2, 23 november 2020

[10] www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2020/20/oversterfte-tijdens-de-eerste-zes-weken-van-de-corona-epidemie

Meld je aan voor de nieuwsbrief