DAGVAARDING PCR test

Vandaag, zeventien november tweeduizendtwintig,

 

Op verzoek van:
1. Stichting VIRUSWAARHEID.NL, gevestigd te Rotterdam,
2. WILLEM CHRISTIAAN ENGEL, wonende te Rotterdam,
3. JEROEN SEBASTIAAN POLS, wonende te Vogelenzang,
allen voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van Lexion Advocaten te 4811 VC
Breda aan de Nieuwe Prinsenkade 10, van welk kantoor de advocaat mr. G.C.L. van de
Corput, voor deze zaak tot advocaat wordt gesteld,

heb ik, deurwaarder,

KRACHTENS DE DAARTOE VERSTREKTE LAST VAN DE VOORZIENINGENRECHTER
IN KORT GEDING GEDAGVAARD:

DE OPENBARE RECHTSPERSOON DE STAAT DER NEDERLANDEN, in het bijzonder het
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Directie Rechtsbestel Afdeling Rechtspraak
& Geschiloplossing, waarvan de zetel is gevestigd te ‘s-Gravenhage, ex artikel 48 Rv. aan het
parket van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden gevestigd te 2514 EK
Den Haag aan de Korte Voorhout 8 mijn exploot doende en afschrift dezes latende aan:

OM:
Op woensdag 25 november tweeduizendtwintig, des ochtend te 11.00 uur, in persoon of
vertegenwoordigd door een advocaat, te verschijnen in kort geding ten overstaan van de
Voorzieningenrechter bij de Rechtbank Den Haag, locatie Den Haag aan het adres Prins
Clauslaan 60;

AANZEGGINGEN
Daarbij heb ik gedaagde het volgende aangezegd:

a. indien een gedaagde niet in persoon en evenmin vertegenwoordigd door een advocaat
op de terechtzitting verschijnt en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht
zijn genomen, de rechter verstek tegen die gedaagde zal verlenen en de hierna
omschreven vordering zal toewijzen, tenzij deze hem of haar onrechtmatig of ongegrond
voorkomt;
b. indien ten minste één van de gedaagden in persoon of bij advocaat ter terechtzitting is
verschenen, tussen alle partijen één vonnis zal worden gewezen, dat als één vonnis op
tegenspraak wordt beschouwd;
c. bij verschijning in het geding van ieder van de gedaagden een griffierecht zal worden
geheven, te voldoen binnen vier weken te rekenen vanaf het tijdstip van verschijning;
d. de hoogte van de griffierechten is vermeld in de meest recente bijlage behorend bij de
Wet griffierechten burgerlijke zaken, die onder meer is te vinden op de website:
www.kbvg.nl/griffierechtentabel;
e. van een persoon die onvermogend is, een bij of krachtens de wet vastgesteld griffierecht
voor onvermogenden wordt geheven, indien hij/zij op het tijdstip waarop het griffierecht
wordt geheven heeft overgelegd:
f. Gedaagde partij wordt verzocht uiterlijk twee werkdagen voor de zitting bij voorkeur per
e-mail (akg.rb.den.haag@rechtspraak.nl) een conclusie van antwoord te zenden.
Partijen hebben in eerste termijn een spreektijd van twintig minuten.
1) een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de
rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die
redelijkerwijs niet aan hem/haar zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag,
bedoeld in artikel 24, tweede lid van de Wet op de rechtsbijstand, dan wel,
2) een verklaring van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in artikel 7,
derde lid, onderdeel 3, van de Wet op de rechtsbijstand, waaruit blijkt dat zijn/haar
inkomen niet meer bedraagt dan de inkomens bedoeld in de algemene maatregel
van bestuur krachtens artikel 35, tweede lid, van die wet.
f. van gedaagden die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende conclusies
nemen of gelijkluidend verweer voeren, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten
burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven.

Inhoud
1. Inleiding ……………………………………………………………………………………………………………………. 4
2. De SARS-CoV-2 PCR-test…………………………………………………………………………………………. 4
3. Beperkte CE-certificering van PCR-testkits……………………………………………………………….6
4. Gebruiksbeperkingen fabrikanten ……………………………………………………………………………..7
5. Onjuiste terminologie “besmetting” …………………………………………………………………………..8
6. Positieve PCR-tests detecteren geen infectie of “besmetting” ……………………………….. 8
6.1. Algemeen…………………………………………………………………………………………………………………. 8
6.2. Invloed Sensitiviteit en specificiteit op testresultaat ……………………………………………. 10
6.3. De noodzaak van een voorafgaande risico-inschatting: invloed prevalentie virus….. 11
6.4. Invloed ondeugdelijke testafnameprocedure op testuitslag ………………………………….. 13
6.5. CDC en WHO: Test sluit andere oorzaken niet uit en bewijzen geen
“besmettelijkheid”………………………………………………………………………………………………………….. 13
6.6. Validatie en ringonderzoek……………………………………………………………………………………..  14
6.7. Conclusie ………………………………………………………………………………………………………………..  15
7. De positieve PCR-testen als basis voor het maatregelenbeleid ………………………………   17
8. Misleidende en onvolledige overheidscommunicatie……………………………………………….   22
8.1. Richtlijnen overheidscommunicatie…………………………………………………………………………. 22
8.2. Aanbevelingen WODC-onderzoek “Mexicaanse Griep in Nederland” …………………….. 23
8.3. Positieve testresultaten……………………………………………………………………………………………24
8.4. Relativerende informatie………………………………………………………………………………………… 24
8.5. Ziekenhuis- en IC-opnames……………………………………………………………………………………. 25
8.6. COVID-19-doden ……………………………………………………………………………………………………. 25
8.7. Paniekcommunicatie ………………………………………………………………………………………………  26
9. Verweer…………………………………………………………………………………………………………………..     27
10. Conclusie ………………………………………………………………………………………………………………..  28
11. Grondslag vordering………………………………………………………………………………………………..   28
12. Bevoegdheid……………………………………………………………………………………………………………   30
13. Ontvankelijkheid eisers……………………………………………………………………………………………  30
14. Spoedeisend belang………………………………………………………………………………………………..  30
15. Bewijsaanbod ………………………………………………………………………………………………………….  31
Pagina 4 van 31

1. Inleiding
1. Nederland staat sinds half maart volledig in het teken van het overheidsbeleid ter
bestrijding van het SARS-CoV-2-virus. De bevolking ondergaat sindsdien ingrijpende
maatregelen die regelmatig op- en afgeschaald worden. Het beleid vormt een niet
eerder vertoonde inperking van grondrechten met een enorme maatschappelijke,
sociale en economische schade tot gevolg.

2. Het beleid stoelt op een omvangrijke testcampagne met de PCR-techniek. De
beleidsmakers gebruiken de dagelijkse aantallen positieve testresultaten als
graadmeter voor de stand van de epidemie. In de communicatie naar de bevolking
worden de dagelijkse getallen zonder context gecommuniceerd als besmettingen,
besmettelijken, gevallen en soms zelfs als patiënten.

3. De combinatie van aantallen positieve tests en de gebrekkige informatieverstrekking
aan het publiek, waardoor het niet mogelijk is een rationeel oordeel te vormen over
het gevoerde beleid, veroorzaakt een sfeer van voortdurende paniek.

4. Deze handelwijze is in twee opzichten onrechtmatig. Enerzijds worden aan de PCRtest eigenschappen toegedicht die deze niet bezit. De uitkomsten van deze testen
kunnen daarmee geen basis vormen voor welke maatregel dan ook. Anderzijds
voldoet de aan de bevolking gecommuniceerde informatie niet aan de minimale
eisen die aan overheidscommunicatie gesteld moeten worden.

5. Hierna zal eerst toegelicht worden dat de inzet van de PCR-test in de omvangrijke
testcampagne strijdig is met het toegelaten gebruik en de praktische
gebruiksbeperkingen. Daarna zal blijken dat de communicatie vanuit de overheid niet
voldoet aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld. Deze is als misleidend te
beschouwen. Eisers vorderen daarom een beëindiging van het strijdige gebruik van
de PCR-test en een veroordeling van de staat tot het wijzigen van het
communicatiebeleid.

2. De SARS-CoV-2-virus PCR-test

6. De PCR-test, de real-time Polymerase Chain Reaction (PCR) technologie, werd in 1983
door Kary Mullis uitgevonden die daarvoor in 1993 de Nobelprijs voor Scheikunde
ontving. Het is geen test doch een techniek om genetisch materiaal (DNA of RNA)
te vermenigvuldigen tot een hoeveelheid waarmee vervolgonderzoek kan
plaatsvinden.

7. Deze techniek wordt ingezet als voorbereiding voor vervolgonderzoek naar
bijvoorbeeld kankercellen of bloedafwijkingen. Het gebruik als diagnostisch
instrument om ziektes aan te tonen valt buiten het bereik van deze techniek. De
uitvinder van deze techniek distantieerde zich nadrukkelijk van het oneigenlijke
gebruik van de PCR-techniek om klinische diagnoses te stellen: “With PCR you can
find almost anything in anybody”.
Pagina 5 van 31

8. Alvorens met de PCR-test gewerkt kan worden, moet de target vastgesteld zijn.
Hiervoor moet de precieze genetische samenstelling van het virus of een ander
pathogeen bepaald worden. Bij het voor het SARS-CoV-2-virus ontwikkelde PCRtestprotocol is dit nooit gebeurd.

9. De test werd in de eerste week van januari 2020 binnen enkele uren samengesteld
door onder meer Christian Drosten (Chartité Berlijn) en OMT-lid Marion Koopmans
(Erasmus Universiteit) door uit een databank een aantal genen te selecteren van
“SARS-gerelateerde virussen”. Dit gebeurde op basis van vermoedens en aannames
waarmee zij een digitaal ontworpen “schets” van het virus produceerden. Klinische
(patiënten-)monsters stonden hen niet ter beschikking. De eerste versie van het
Corman-protocol werd op 13 januari 2020 bij de WHO aangeboden. Het SARS-CoV2-virus is tot op heden niet zuiver, in complete vorm en intact geïsoleerd.

Productie 1: Corman-protocol 17 januari 2020

10. De test detecteert daarmee genetisch materiaal dat mogelijk gelijkenis heeft met het
SARS-CoV-2-virus. Hiermee werd het op 17 januari 2020 gepubliceerde Cormanprotocol ontwikkeld. Dit gebeurde nog voordat er sprake was van een pandemie.

11. Olfert Landt, een van de auteurs van het protocol en directeur-eigenaar van de PCRtestkitproducent TIB Molbiol, bevestigde deze werkwijze in een interview met het
Duitse medium TAZ: 1
“Warum TIB Molbiol erster war? Er arbeite mit vielen Virologen zusammen, sagt
Landt. Sie spekulierten aufgrund der gemeldeten Krankheitssymptome früh
auf ein Corona-Virus.“

12. Dr. Peter Borger (moleculaire genetica en biochemie, oprichter van The Independent
Research Initiative on Information & Origins) analyseerde de gebreken van het
Corman-protocol en kwam met een vernietigend oordeel. Het ontwerp heeft negen
fatale ontwerpfouten die, los van de PCR-techniek, de test onbruikbaar maken. Deze
analyse vormt de basis voor een retraction paper waarmee dr. Borger en aan hem
verbonden wetenschappers Eurosurveillance verzoeken om de publicatie terug te
trekken. Het Corman-protocol is tegen alle basisregels van good scientific practice
ontwikkeld en kan daarmee niet als “gouden standaard” gelden.

Productie 2: Presentatie “Wat is er mis met de RT-PCR-test?”

13. Het is onjuist om te spreken van “de coronatest”. Inmiddels zijn er tientallen
producenten die deze testen aanbieden met ieder hun eigen SOP’s (Standard
Operating Procedures). Er is geen sprake van een geüniformeerd en
gestandaardiseerd werkproces waardoor de uitkomsten van de testen moeilijk met
elkaar te vergelijken zijn.
1 https://taz.de/Firma-im-Fieber-zustand/!5671487/
Pagina 6 van 31

14. Ook gebruiken deze testen verschillende soorten en aantallen targets (het
onderscheidende DNA-materiaal). Dit betekent dat iemand die bij het ene
laboratorium positief getest is met een andere test mogelijk een negatieve uitslag
krijgt.

15. Los van de beperkingen van de PCR-techniek die deze ongeschikt maakt voor het
stellen van een diagnose, leidt het ontbreken van een standaard SOP en design bij
de talrijke aanbieders tot een wildwestpraktijk waarin alleen al in Nederland dit jaar
meer dan tweehonderd miljoen euro omgaat.

16. In de omvangrijke testcampagne, waarin op dit moment dagelijks tot 75 duizend
testen plaatsvinden, wordt een positieve uitslag als een “besmetting” aangemerkt.
Daarmee wordt de PCR-test ingezet als diagnostisch hulpmiddel.

17. Dit is in strijd met de door de fabrikanten opgegeven gebruiksbeperkingen en het
volgens de provisionele CE-certificering toegelaten gebruik. Het toegelaten gebruik
is beperkt tot onderzoeksdoeleinden. Hierna volgt een toelichting op dit punt.
3. Beperkte CE-certificering van PCR-testkits

18. Zonder CE-certificering mogen fabrikanten geen PCR-testkits op de markt brengen.
Recentelijk (15/04/2020) publiceerde de Europese Commissie “Richtsnoeren
betreffende diagnostische in-vitrotests voor COVID-19 en hun prestaties.” (kenmerk
2020/C 122 I/01). Volgens dit beleidsstuk is Richtlijn 98/79/EG betreffende medische
hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek van toepassing op COVID‐19-tests (Vanaf 26
mei 2022 vervangen door IVDR (EU) 2017/746) en is voorts bepaald dat:
“Voor COVID‐19-tests die voor gebruik door zorgverleners zijn bestemd, mag
de CE-markering aangebracht worden op grond van een verklaring van de
fabrikant dat aan de eisen van de richtlijn is voldaan (conformiteitsverklaring).”
“voor de diagnose van COVID‐19 bevelen de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) (3) en het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‐bestrijding
(ECDC) momenteel RT‐PCR-tests aan.”
“de Commissie, de lidstaten en de belanghebbenden moeten zich afvragen wat
de kritieke aspecten van de prestaties van hulpmiddelen zijn die specifiek zijn
voor COVID‐19, waarop een gemeenschappelijke aanpak moet worden
gebaseerd.”

19. De Richtlijn 98/79/EG bepaalt dat in-vitro medische hulpmiddelen (= de testkits)
legaal op “de markt” en in “de handel” mogen worden gebracht overeenkomstig de
door de fabrikanten gestelde gebruiksdoeleinden, de zogenaamde Intended Use.

20. Uit de kwalitatieve product- en gebruiksomschrijving (Intended Use) van de
verschillende fabrikanten, die zij conform de Richtlijn 98/79/EG moeten opstellen en
die de grondslag vormt voor toepasselijke CE-certificering, blijkt dat alle momenteel
Pagina 7 van 31
op de markt gebrachte testkits uitsluitend zijn toegelaten en bedoeld voor
laboratoriumonderzoek aan humane luchtwegmonsters ter detectie van (genetisch
materiaal van) een mogelijk pathogeen, in dit geval het SARS-CoV-2-virus.

21. Deze Intended Use betreft dus uitsluitend de instrumentele detectie van (genetisch
materiaal van) het SARS-CoV-2-virus en niet de medisch-diagnostische bepaling
van COVID-19 als (vermeend) ziektebeeld.
4. Gebruiksbeperkingen fabrikanten

22. Fabrikanten – waaronder het op de Nederlandse markt sterk vertegenwoordigde
Roche/TIB Molbiol – stellen de volgende gebruiksbeperkingen aan RT-PCRSystemen voor DNA-Polymerase-analyse voor het SARS-CoV-2-virus:
● Uitsluitend bedoeld voor onderzoeksdoeleinden (research use only);
● Uitsluitend geschikt voor analytisch gebruik in combinatie met de medische
geschiedenis en conditie van de geteste persoon in kwestie en andere
laboratoriumonderzoeken;
• Een positieve uitslag betekent niet zonder meer dat de persoon drager is
van het virus en kan uitsluitend beschouwd worden als een indicatie voor
ter zake betrokken medisch gekwalificeerd personeel;
● De test mag niet gebruikt worden als basis voor een klinische diagnose;
● Alleen uit te voeren door getraind professioneel personeel;
● De test dient uitgevoerd te worden in laboratoriumomstandigheden;
● De test kan geenszins uitsluiten dat andere pathogenen (mede) de oorzaak
kunnen zijn van een positief testresultaat.

Productie 3: Gebruiksaanwijzingen fabrikanten

23. Aan een positieve of negatieve testuitslag mogen dus geen conclusies of
consequenties worden verbonden. Het mag immers niet gebruikt worden als
diagnostisch middel. De massale testinspanningen zijn daarmee onverenigbaar met
deze product- en gebruiksbeperkingen. Immers, een positieve testuitslag betekent in
het huidige beleid zonder nadere medische diagnosestelling dat de geteste persoon
“besmet” is of als COVID-19 patiënt wordt aangemerkt.

24. Voor het geval de Staat het verweer voert dat het hier uitsluitend formele
gebruiksbeperkingen betreft doch de test desondanks toepasbaar is, volgt hierna
een onderbouwing van de technische beperkingen van de PCR-techniek. Een
positieve test betekent niet dat de betreffende persoon geïnfecteerd is. Omgekeerd
sluit een negatief testresultaat geenszins een infectie uit. Eerst zal ingegaan worden
op het onjuiste gebruik van de term “besmetting”.
Pagina 8 van 31
5. Onjuiste terminologie “besmetting”

25. Zowel het RIVM als de GGD”s, maar ook de overheid, spreken over “besmettingen”
en niet over “infecties”. Deze termen zijn onverenigbaar met de Wet publieke
gezondheid (Wpg). Een infectie is:
“Het binnendringen en de ontwikkeling of vermenigvuldiging van een infectueus
agens in het lichaam van mensen, waardoor een volksgezondheidsrisico kan
ontstaan.”

26. Een persoon kan volgens de Wpg namelijk niet besmet zijn. Die term is gereserveerd
voor gebouwen, goederen en vervoersmiddelen:
“De aanwezigheid van een vector, infectueus of giftig agens of infectueuze of
giftige stof op of in een terrein, gebouw, goed of vervoermiddel, waardoor een
volksgezondheidsrisico kan ontstaan.”

27. Het gebruik van de term “besmetting” schept verwarring en heeft geen juridische
betekenis. Onduidelijk is waarom voor deze afwijkende terminologie gekozen werd.
Saillant is dat, indien er geen sprake is van een “infectie”, de Wet publieke
gezondheid niet voorziet in een grondslag voor enige maatregel.
6. Positieve PCR-tests detecteren geen infectie of “besmetting”

6.1. Algemeen
28. De aanwezigheid van SARS-CoV-2-virusmateriaal toont niet automatisch een
COVID-19-infectie aan. Wie materiaal bij zich draagt, is daarmee nog niet “besmet”.
Zelfs niet als de test goed uitgevoerd werd. Dit probleem staat los van de mogelijke
valspositieven door fouten in het monsterafnametraject.

29. De PCR-test stelt alleen vast of SARS-CoV-2-genetisch materiaal gevonden is maar
kan niet detecteren of het om reproduceerbaar virusmateriaal gaat en er dus sprake
is van een ziekteverwekker noch een infectie. De test kan zelfs maanden na een
infectie nog genetisch materiaal identificeren.

30. Om het pathogeen te detecteren, wordt het afgenomen materiaal vermenigvuldigd.
Het signaal dat boven het achtergrondsignaal uitkomt en detecteerbaar wordt door
de amplificatie noemt men de CT-waarde (cycle treshold). Ook hierin schuilt een
belangrijke factor die de testuitkomst beïnvloedt. Over het algemeen beschouwt men
een CT-waarde van rond de 30 als bovengrens. Zo schreef OMT-lid Mark Bonten in
een artikel van 26 september 2020 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde
dat een positief testresultaat verkregen bij een CT-waarde boven de 35
onbetrouwbaar is. Ook Anthony Fauci, directeur van het Amerikaanse National
Institute of Allergy and Infectious Diseases verklaarde op 17 juli 2020: 2
2 https://www.youtube.com/watch?v=a_Vy6fgaBPE&feature=emb_logo&ab_channel=VincentRacaniello
Pagina 9 van 31
”If you get a cycle threshold of 35 or more, the chances (of the virus) being
replicated competent is miniscule.”

Productie 4: Artikel Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 26 september 2020

31. Het protocol “Diagnostic detection of 2019-nCov by real-time RT-PCR” – opgesteld
door onder meer Christian Drosten van het Robert Koch Institut (RKI) en Marion
Koopmans – gaat echter uit van 45 cycles. Het Pasteur-instituut gaat zelfs tot 50
cycles. Ook in Nederland gebeurt dit. Zo verklaart arts-microbioloog Jean-Luc Murk
van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in het NRC van 18 september (“De
onzekerheden na een bezoek aan de coronateststraat”) dat zij tot 50
verdubbelingsrondes gaan om heel zwak-positieven op te pikken. Hij erkent dat dit
veel fout-positieve testuitslagen oplevert.

Productie 5: Artikel NRC 18 september 2020

32. In de meeste gevallen verstrekken de laboratoria geen informatie over het aantal
cycli waarop de tests zijn gebaseerd. De zo noodzakelijke standaardisering en
uniformering van de testprocedure ontbreekt.

33. Met andere woorden: niemand weet hoeveel van degenen die positief testen
daadwerkelijk zijn geïnfecteerd. Op basis van aantallen positieve testresultaten
kunnen geen uitspraken gedaan worden over al dan niet toenemende aantallen
”besmettingen” of “nieuwe besmettingen”. Het RIVM bestempelt de positieve
testgevallen nog steeds als “COVID-19-patiënten” in haar “weekrapportages
epidemiologische situatie COVID-19 in Nederland”. Deze beweringen zijn per
definitie misleidend.

34. Dit geldt ook voor de telling van sterfgevallen met COVID-19. Een persoon is een
“patiënt” als hij of zij symptomen van een bepaalde ziekte vertoont en deze
symptomen diagnostisch werden bevestigd. Een overlijden wordt op dit moment als
COVID-19-sterfgeval geregistreerd indien de overledene voor of na overlijden
positief getest werd. Dit betekent nog niet dat de overledene een COVID-19-
patiënt was.

35. Evenmin toont de RT-PCR wat de staat of hoeveelheid is van het gedetecteerde
RNA-virusmateriaal. Dit materiaal hoeft niet afkomstig te zijn van een intact “virulent”
virus dat tot infecties of ziekte kan leiden.

36. Daarbij komt dat louter de aanwezigheid van het virus aantonen niet volstaat voor
het vaststellen van een infectie. Er moet heel veel aanwezig zijn in het lichaam om
er ook inderdaad ziek van te worden. Deze test kan dat niet.

37. Het Duitse Robert Koch Instituut publiceerde eerder het onderzoeksrapport
“Coronavirus: Irreführung bei den Fallzahlen nun belegt”:
“Es bedarf zudem eines sogenannten Goldstandards, das heißt einer von PCR
unabhängigen Methode, um nachzuweisen, dass PCR das Richtige verstärkt.
Das sind in der Regel serologische Tests, die allerdings bei Viren schwierig
Pagina 10 van 31
sind, da Viren teilweise schwer zu kultivieren und zu isolieren sind. Man ist
deshalb in den letzten Jahren, auch mangels Alternativen, dazu übergegangen
PCR zu seinem eigenen Goldstandard zu erklären.
Das ist äußerst fragwürdig. (…) Ob man mit PCR etwas findet oder nicht hat
nichts mit der Frage zu tun, ob die betreffende Spezies, zu der die
untersuchte DNA gehört, ursächlich für die Krankheit ist. (…)
Es gibt eine Vielzahl von viralen Erregern, die leichte oder schwere
Atemwegserkrankungen hervorrufen können, zum Beispiel Grippeviren. Die
müsste man in allen Fällen jeweils mit PCR nachweisen oder eben nicht, um
sie auszuschließen. Jedoch, wenn man nur nach SARS-CoV-2 mit PCR schaut,
wird man auch nur das finden oder eben SARS-CoV-2 zuordnen. Ob SARSCoV-2 (ausschließlich) ursächlich für die Atemwegserkrankung ist, lässt sich
damit nicht sagen.”3

38. Hoe meer mensen “besmet” zijn en geen ziektelast ervaren, hoe meer dit wijst in de
richting van groepsimmuniteit. Dit is juist een positieve ontwikkeling. Het RIVM
schrijft op haar website: “Hoe meer mensen immuun zijn voor een bepaalde ziekte,
hoe kleiner de kans op verspreiding”. Bovendien weet iedere viroloog dat hoe meer
asymptomatische gevallen er zijn, hoe minder gevaarlijk het pathogeen.

6.2. Invloed sensitiviteit en specificiteit op testresultaat
39. Geen enkele test is honderd procent betrouwbaar. Daarom vraagt een testresultaat
altijd een interpretatie in samenhang met de individuele gegevens. Jessica Watson
et al schreven in het British Medical Journal (BMJ) een praktijknota voor hun collega’s
om de kans in te schatten dat iemand die positief test ook daadwerkelijk geïnfecteerd
is en andersom.4 De focus ligt hierbij op twee factoren.

40. RT-PCR-tests detecteren RNA-delen van een virus. Sensitiviteit en specificiteit zijn
de belangrijkste parameters voor de betrouwbaarheid van de test zelf. Het RIVM
geeft hierover geen duidelijke informatie. Sensitiviteit is de kans dat een
virusdragend persoon positief wordt getest. Een test met een gevoeligheid van 98%
identificeert 98 van de 100 infecties en mist er twee. Het nadeel van een zeer
gevoelige test is dat het veel foutpositieve resultaten oplevert als de specificiteit niet
groot genoeg is. Specificiteit is het percentage niet-geïnfecteerde personen dat ook
daadwerkelijk een negatieve testuitslag krijgt. Een specificiteit van 95% produceert
een foutpositief resultaat bij 5 op de 100 niet-geïnfecteerde mensen.

41. De vaak genoemde bijna honderdprocent sensitiviteit onder
laboratoriumomstandigheden is in de praktijk niet haalbaar, alleen al door de
3 Coronavirus: Irreführung bei den Fallzahlen nun belegt, 28. März 2020, Schreier, Robert Koch-Institut,
www.rubikon.news/artikel/der-fluch-der-pcr-methode en https://multipolar-magazin.de/artikel/coronavirusirrefuhrung-fallzahlen
4 Watson J, Whiting PF, Brush JE: Practice Pointer: Interpreting a covid-19 test result. BMJ 2020; 369: m1808.
Pagina 11 van 31
onzekerheidsfactoren van de test zelf. Aldus detecteert elke test het virus alleen
binnen een specifiek tijdvak van het infectieverloop.

42. Zo bevatte een uitstrijkje van de keel virusload tot de vierde en van sputum tot de
achtste dag na aanvang van de eerste symptomen. Vals-negatieve resultaten
kunnen het gevolg zijn van een fout bij de monsterafname of het transport. Bij
patiënten met een redelijk vermoeden van een SARS-CoV-2-infectie, wordt daarom
aanbevolen na een eerder negatieve uitkomst de test te herhalen.

43. Uit meerdere onderzoeken naar personen die negatief testten, bleek bij een
herhaling dat het percentage initiële fout-negatieve resultaten tussen 2% en 29%
lag.5 Dit komt overeen met een “effectieve” sensitiviteit van de tests tussen 71% en
98%.6

44. Bij een lage sensitiviteit en gematigde specificiteit heeft een positieve PCR-test voor
SARS-CoV-2 meer gewicht dan een negatief resultaat, benadrukken de auteurs in
de BMJ. Omgekeerd mag bij een patiënt met verdachte symptomen nooit vertrouwd
worden op een enkele negatieve testuitslag.

6.3. De noodzaak van een voorafgaande risico-inschatting: invloed prevalentie
virus
45. Artsen moeten voorafgaand aan de test een inschatting maken van de reële kans op
de aanwezigheid van een infectie, uitgedrukt als een positieve of negatieve
voorspellende waarde (dit geldt niet alleen voor COVID-19). De risico-inschatting is
gebaseerd op de klinische beoordeling van de betreffende persoon en zijn of haar
omgeving: is er contact geweest met geïnfecteerde personen of komt hij of zij uit een
risicogebied? Zijn hun leeftijd, symptomen en bevindingen compatibel met COVID19? Is er sprake van andere aandoeningen en kunnen andere diagnoses uitgesloten
worden?

46. De prevalentie van de ziekte in de bevolking is hierbij van groot belang. Zo kan het
risico hoger ingeschat worden in een verpleeghuis waar al meerdere infecties
aangetroffen werden.

47. Om de grote invloed van de geschatte prevalentie op de voorspellende waarde te
illustreren, worden de prevalenties van SARS-CoV-2-infecties van 3%, 20% en 80%
vergeleken in het eerder genoemde BMJ-artikel: In die gevallen zouden er 30, 200
of 800 geïnfecteerde mensen per 1.000 zijn.

48. Jessica Watson et al schatten de sensitiviteit van de RT-PCR-test op 70% en de
specificiteit op 95%. Bij een SARS-CoV-2-prevalentie van 3% (bijvoorbeeld bij een
huisartsenpraktijk) worden 21 van de 30 personen terecht als positief geïdentificeerd.
5 Robert Koch-Institut: SARS-CoV-2 Steckbrief zur Coronavirus-Krankheit-2019 (COVID-19) (Stand: 29. Mai
2020); http://daebl.de/QY17.
6 4. Arevalo-Rodriguez I, Buitrago-Garcia D, Simancas-Racines D, et al.: False-negative results of initial RT-PCR
assays for covid-19: a systematic review. medRxiv 2020 Apr 21; doi: 10.1101/2020.04.16.20066787.
Pagina 12 van 31
Bij 9 personen geeft de test echter een vals negatieve testuitkomst: 921 van de 970
personen worden correct herkend als niet-geïnfecteerd. 49 krijgen echter een foutpositieve uitslag. De positieve voorspellende waarde wordt berekend als het quotiënt
van het aantal personen dat correct positief testte (21) en de som van alle personen
met een positief testresultaat. Deze is met 0,3 alarmerend laag. 70% van de positief
geteste personen heeft het virus helemaal niet, maar wordt wel samen met zijn
omgeving met ingrijpende vrijheidsbeperkende maatregelen geconfronteerd.

49. De negatieve voorspellende waarde als quotiënt van het aantal 921 mensen dat
correct negatief testte en de som van alle mensen met een negatief testresultaat
(921 + 9 = 930) is 0,99, wat zeer goed is.

50. Bij een prevalentie van 20% (bijvoorbeeld een verpleeghuis) testen 140 van de 200
mensen correct positief en zijn 60 resultaten vals negatief. De test detecteert 760
van 800 mensen terecht als negatief en 40 als vals-positief. De positief voorspellende
waarde (140/180) is nu 0,78, dus de kans op een infectie is 2,5 keer hoger bij de
veronderstelde prevalentie van 20% dan bij de lage prevalentie van 3%.

51. De negatieve voorspellende waarde (760/820) is 0,93. Maar liefst 7% van de
negatieve testuitkomsten is drager van het virus en kan dit verspreiden.

52. Bij een prevalentie van 80% (bijvoorbeeld een isolatieafdeling) zijn 800 van de 1000
geteste personen geïnfecteerd. Hiervan detecteert de test 560 en mist deze 240.
Van de 200 niet-geïnfecteerde personen krijgen 190 terecht een negatieve
testuitslag. 10 personen krijgen een fout-positieve uitslag. De positief voorspellende
waarde (560/570) bereikt een veilige 0,98, terwijl de negatief voorspellende waarde
daalt naar 0,44. 56% van de personen die negatief testen, draagt wel het virus
en kan deze verspreiden.

53. Dit betekent dat in een populatie met een lage prevalentie, bijvoorbeeld 3% en
uitgaande van een lage effectieve sensitiviteit van 70%, de positieve voorspellende
waarde uiterst laag is. Een (fout)positieve uitslag heeft echter vergaande gevolgen
op individueel niveau.

54. Het nemen van beleidsmaatregelen op basis van het aantal positieve testen in een
situatie met een lage prevalentie, zoals in Nederland gebeurt, heeft enorme gevolgen
voor de economie, het welzijn en gezondheid van de bevolking.

55. Daarbij blijft een groot deel van de daadwerkelijk geïnfecteerde personen
onopgemerkt zodat aan het doel van grootschalig testen, namelijk de
indamming van het virus, voorbijgeschoten wordt. Het doorbreken van de
infectieketen is daarmee onhaalbaar.

56. De wereldwijd gebruikte PCR-testen voor SARS-CoV-2 zijn niet allemaal (even)
betrouwbaar, zelfs niet onder gedefinieerde laboratoriumomstandigheden. In een
Pagina 13 van 31
recente Amerikaanse studie werden negen PCR-tests uit de Verenigde Staten,
China, Hongkong en Duitsland vergeleken.7

57. Er waren enorme verschillen in prestaties afhankelijk van de virale targets (RNAsecties die coderen voor omhullingsmateriaal, nucleocapsid, RNA-afhankelijk RNApolymerase [RdRp] etc.) en de verdunningsgraad van de monsters. De in Nederland
veel gebruikte RdRp-SARSr-test wordt door de Amerikaanse auteurs
onbetrouwbaar geacht voor kleine hoeveelheden virus. Deze test gebruikt de ESarbeco, die enveloppengenen detecteert, als initiële screeningassay en de RdRpSARSr als bevestigingstest.

6.4. Invloed ondeugdelijke testafnameprocedure op testuitslag
58. Een ander probleem is dat de door de fabrikanten voorgeschreven afnameprocedure
niet gevolgd wordt. De sensitiviteit van de test is zo groot dat één molecuul de uitslag
kan beïnvloeden.

59. In Nederland zijn teststraten ingericht waar ongeschoolde krachten door
autoraampjes testen afnemen. Deze omstandigheden vergroten de
onnauwkeurigheid van de testuitslagen omdat het risico op contaminatie van de
afgenomen samples levensgroot is.

60. De fabrikant schrijft voor om de test af te nemen onder laboratoriumomstandigheden
waarbij de kledingvoorschriften nauwkeurig gevolgd dienen te worden en in de
afnameruimte zelfs geen vaccins gegeven mogen worden om de test niet te
beïnvloeden. De testpraktijk zoals deze nu is ingericht, garandeert een verlaagde
betrouwbaarheid van de PCR-test.

6.5. Test geen bewijs “besmettelijkheid”, andere oorzaken mogelijk (CDC, WHO)
61. Een positief testresultaat betekent niet dat het SARS-CoV-2-virus de oorzaak
is van symptomen. Dit is de conclusie van het Amerikaanse CDC en de WHO:
“Detection of viral RNA may not indicate the presence of infectious virus or that 2019-
nCoV is the causative agent for clinical symptoms. [..] This test cannot rule out diseases
caused by other bacterial or viral pathogens. Positive results are indicative of active
infection with 2019-nCoV but do not rule out bacterial infection or co-infection with other
viruses. The agent detected may not be the definite cause of disease.” 8
7 Vogels CBF, Brito AF, Wyllie AL, et al.: Analytical sensitivity and efficiency comparisons of SARS-COV-2 qRTPCR assays. medRxiv 2020 Apr 26; doi: 10.1101/2020.03.30.20048108.
8 WHO, Coronavirus disease (COVID-19) technical guidance: Laboratory testing for 2019-nCoV in humans;
www.who.int/emergencies/diseases/novel-coronavirus-2019/technical-guidance/laboratory-guidance. “Several
assays that detect the 2019-nCoV have been and are currently under development, both in-house and
commercially. Some assays may detect only the novel virus [COVID] and some may also detect other strains
(e.g. SARS-CoV) that are genetically similar.” WHO inhouse molecular assays, www.who.int/docs/defaultsource/coronaviruse/whoinhouseassays.pdf?sfvrsn=de3a76aa_2, pag.9/2; “Serological surveys can aid
investigation of an ongoing outbreak and retrospective assessment of the attack rate or extent of an outbreak.
Cross reactivity to other coronaviruses can be challenging” WHO-COVID-19-laboratory-2020.5-eng; “Even though
the majority of the developed assays showed high sensitivity and specificity, numerous studies reported on crossreactive antibodies to antigens from wide-spread common cold associated CoVs. Zie ook Meyer, Drosten,
Pagina 14 van 31

62. Prof. Derrick Crook en zijn team van Oxford University deden onderzoek naar deze
“serological assays for SARS-CoV-2” die onbetrouwbaar blijken en “false positives”
geven:
“The performance of current LFIA devices is inadequate for most individual patient
applications.
9

63. Tenslotte bevestigt de WHO duidelijk dat de aanwezigheid van virusmateriaal niet
betekent dat iemand ook “besmettelijk” is. Dit is van groot belang omdat de Wet
publieke gezondheid (lex specialis) hoge letaliteit en besmettelijkheid vereist
voordat maatregelen mogen worden ingesteld: 10
“It is important to note that the detection of RNA in environmental samples based on
PCR-based assays is not indicative of viable virus that could be transmissible.” 11

6.6. Validatie en ringonderzoek
64. Het RIVM heeft naar eigen zeggen geen eigen onderzoek gedaan naar de
betrouwbaarheid van de gebruikte PCR-testen. Dit bleek tijdens het kort geding
tegen het RIVM (Rechtbank Utrecht 9 september 2020, C/161507259 1KG ZA
20/399):
“De Staat heeft aangevoerd dat het RIVM niet beschikt over evaluatie- of
validatierapporten met betrekking tot PCR-testen. Wel was het RIVM betrokken bij het
validatieonderzoek naar de voor Nederland belangrijkste PCR-test. Het betreft een
onderzoek dat is uitgevoerd door een groep van samenwerkende internationale
wetenschappers. Dat onderzoek heeft geleid tot een publicatie die online beschikbaar
is. Die publicatie geldt als validatierapport. Vervolgens zijn ook andere fabrikanten
PCR-tests gaan ontwikkelen. Die fabrikanten voeren kwaliteitstests uit. Het RIVM heeft
daar geen bemoeienis mee en beschikt dus ook niet over de kwaliteitsrapporten van
die PCR-tests.”

65. Dit is opmerkelijk. Het RIVM stelt dat het aantal fout-positieve uitslagen bijzonder
klein is, maar kan dit niet onderbouwen. Het Cormanprotocol is geen
validatieonderzoek.

66. De Deutsche Akkreditierungsstelle, vergelijkbaar met het Nederlandse Meetinstituut
(NMi), publiceerde in april 2020 een zogenaamd “ringonderzoek” om de
Serological assays for emerging coronaviruses: challenges and pitfalls. Virus Res. 2014 Dec 19;194:175-
83; www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24670324.
9 Evaluation of antibody testing for SARS-CoV-2 using ELISA and lateral flow immunoassays, British
Medical Journal, Prof Derrick Crook en zijn team, Serological assays for SARS-CoV-2 Department of
Microbiology, John Radcliffe Hospital, Oxford www.medrxiv.org/content/10.1101/2020.04.15.20066407v1.full.pdf
en zie CDC study: https://wwwnc.cdc.gov/eid/article/26/7/20-0841_article.
10 De Wet publieke gezondheid kent uitsluitend individuele maatregelen en geen algemene maatregelen
11 See https://apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/331616/WHO-2019-nCoV-Sci_Brief-Transmission_modes2020.2-eng.pdf, Pag. 2.
Pagina 15 van 31
betrouwbaarheid van door verschillende fabrikanten aangeboden PCR-testen te
onderzoeken.

67. In dit onderzoek zijn naast echte COVID-19-samples ook twee onschuldige
coronavirussen en een placebo getest. Het resultaat is schokkend. Een van de
onschuldige verkoudheidsvirussen testte zelfs in 7,6% van de gevallen positief voor
COVID-19. De placebosamples gaven in 1,4% van de gevallen een positief
testresultaat. De testkits waren afkomstig van verschillende fabrikanten. De
betrouwbaarheid blijkt echter zeer variabel. De testkits van één fabrikant gaf zelfs tot
50% foutpositieve testresultaten.

68. Bovendien waren in dit onderzoek de CT-waardes beperkt tot maximaal 30. In
Nederland wordt getest met een CT-waarde tot 45. Hierdoor stijgt het aantal
foutpositieven aanzienlijk.

69. Het onderzoek onderstreept nog eens de problemen die als gevolg van oneigenlijke
toepassing van de PCR-techniek ontstaan. Door het ontbreken van validatieonderzoeken is de onzekerheid nog groter. Als PCR-testen ook op onschuldige
verkoudheidsvirussen positieve resultaten produceren, staat zelfs niet vast
wat gemeten wordt.

Productie 6: Onderzoek PCR-tests Deutsche Akkreditierungsstelle

6.7. Conclusie

70. Uit het voorgaande volgt dat aan de uitkomsten van de PCR-test geen conclusies
verbonden mogen en kunnen worden. Dit is ook de gevolgtrekking van drie
wetenschappers, dr. ir. Carla Peeters, prof. dr. Wim van den Berghe en prof. dr.
Mattias Desmet in de HP de Tijd van 27 september 2020, “De coronatest is
onbetrouwbaar en het testbeleid faalt Zij roepen op het beleid drastisch te herzien:
het ontbeert rationaliteit, is onrechtmatig en dient daarom onverwijld beëindigd te
worden.

71. Deze conclusie past bij de uitspraken van prof. dr. Jaap van Dissel, directeur
Centrum Infectieziektebestrijding RIVM en voorzitter van het OMT waarin hij
herhaaldelijk wees op de gebreken en beperkingen van de PCR-test. Al op 4 februari
zei hij in een briefing aan de Tweede Kamer letterlijk:
“Het is natuurlijk essentieel om een test te hebben die gevalideerd is en waarvan je
precies weet wat je ermee kan in een situatie, als die positief of negatief is.”

72. Tot op heden is van een dergelijk extern valideringsonderzoek niet gebleken. Voorts
stelde hij in de technische briefing aan de Tweede Kamer van 22 september 2020
zonder voorbehoud dat:
Pagina 16 van 31
“Een positieve PCR-test betekent dat je genetisch materiaal aantoont, maar niet per
definitie dat je levend virus aantoont, en dus ook niet per definitie dat je levend virus
aantoont waar iemand ziek van is.”

73. Het is verbazingwekkend dat het RIVM deze wankele testbasis nog verder verzwakt
(Webversie 17 juli 2020):
“Alles afwegende en geplaatst in het kader van tekorten bij moleculaire diagnostiek, lijkt
het logisch om bij noodzaak om over te gaan op slechts één target de E-gen PCR te
kiezen. De E-gen PCR is niet de meest discriminerende test omdat het alle SARS-like
beta-coronavirussen target.”

74. Deze gewijzigde testmethode vergroot de kans op fout-negatieve en/of fout-positieve
uitslagen nog verder. Het is niet ondenkbeeldig dat de stijging van het aantal
positieve testresultaten mede het gevolg is van deze wijziging.

75. In een gerechtelijke uitspraak van 11 november 2020 bevestigde de rechtbank in
Lissabon dat een positieve PCR-test geen basis vormt voor een diagnosestelling.
Deze habeus corpus-procedure volgde nadat iemand in quarantaine geplaatst op
basis van een testuitslag. De rechter is helder over het gebruik van de PCR-test:
“Het enige bewijs in dit verband is dat er RT-PCR-tests zijn uitgevoerd, waarvan er
één positief is getest voor een van de aanvragers.
D. In het licht van het huidige wetenschappelijke bewijs is een dergelijke test alleen
niet in staat om zonder redelijke twijfel vast te stellen dat een dergelijk positief
resultaat in feite overeenkomt met de besmetting van een persoon met het SARSCoV-2-virus, om verschillende redenen, waarvan we er twee benadrukken (naast de
kwestie van de goudstandaard, die we vanwege het specifieke karakter ervan niet
eens zullen aanpakken):
De betrouwbaarheid is namelijk afhankelijk van het aantal cycli waaruit de test
bestaat;
Omdat deze betrouwbaarheid afhankelijk is van de hoeveelheid aanwezige
virusbelasting.
III. Elke diagnose of elke handeling van gezondheidstoezicht (zoals de vaststelling
van het bestaan van een virale infectie en een hoog blootstellingsrisico, die onder
deze concepten vallen) die wordt gesteld zonder voorafgaande medische observatie
van de patiënten en zonder de tussenkomst van een bij het OM geregistreerde arts
(die hun tekenen en symptomen zou beoordelen, alsook de onderzoeken die hij
passend acht voor hun toestand), is in strijd met de verordening nr. Het kan een
misdrijf van misbruik van functies zijn, p. en p. door art. 358 al.b) van het Wetboek
van Strafrecht.”

Productie 7: Uitspraak Rechtbank Lissabon 1783 / 20.7T8PDL.L1-3 van 11
november 2020
Pagina 17 van 31

76. Deze uitspraak illustreert dat de technische beperkingen de PCR-test diskwalificeert
als diagnostisch middel. De CE-toelating en gebruiksvoorschriften van de fabrikant
zijn in deze uitspraak niet aan bod geweest. Zowel formeel als materieel is het
evident dat de PCR-test geen basis kan vormen voor vergaande maatregelen en
grondrechteninperkingen en de overheid dus onrechtmatig handelt. Eisers hebben
derhalve recht en belang beëindiging van deze testcampagne te vorderen.

7. De positieve PCR-testen als basis voor het maatregelenbeleid
77. De PCR-testcampagne vormt de basis voor het coronabeleid. De beleidsmakers
presenteren de aantallen positieve testen als “besmettingen”, gevallen en soms zelfs
als patiënten, zonder daarbij enige context te verschaffen. Het kabinet verdedigt de
beleidsbeslissingen met een beroep op de testuitslagen.

78. De directe samenhang tussen aantallen positieve testen en beleid blijkt uit de
“Routekaart Coronamaatregelen”. In deze routekaart zijn vier risiconiveaus met
daarbij behorende maatregelen beschreven. Aanscherping dan wel afzwakking van
de maatregelen wordt gekoppeld aan de aantallen positieve tests per week per
100.000 inwoners.

79. Deze schaal loopt van >50 (Waakzaam) tot >250 (Zeer ernstig). Bij het hoogste
niveau wordt nagenoeg de gehele samenleving stilgelegd. Opvallend is dat de
laagste schaal geen optie biedt om naar een situatie zonder maatregelen terug te
gaan. De samenleving blijft in een permanente crisissituatie.

Productie 8: Routekaart

80. Deze directe koppeling tussen beleid en aantallen positieve testen volgt ook uit de
persconferenties en persberichten van de ministers. Zo bevat het nieuwsbericht van
13 oktober 2020, waarin een “gedeeltelijke lockdown” afgekondigd wordt, de
volgende zinsneden:
“Het kabinet heeft vandaag besloten dat er strengere maatregelen nodig zijn die ervoor
moeten zorgen dat het aantal besmettingen daalt.”
“Meer dan we zouden willen heeft de verscherping van de maatregelen impact op de
samenleving en de economie. Maar deze stap is nu nodig zodat zich daarna een nieuw
perspectief aandient: een samenleving waarin we het virus onder controle houden. Het
is cruciaal dat we 1,5 meter afstand tot anderen kunnen houden en de basisregels
blijven volgen. Iedereen met klachten laat zich testen en mensen met een positieve
testuitslag blijven thuis. Daarmee kan het allergrootste deel van de besmettingen
worden voorkomen.”
“Wat we willen is zo gericht mogelijk ingrijpen. Maar hoe hoger het aantal besmettingen,
hoe minder fijnmazig de maatregelen.”

Productie 9: Nieuwsbericht 13 oktober 2020
Pagina 18 van 31
81. Uit de persconferentie van 23 oktober 2020 volgt dat de er volgens de ministerpresident drie indicatoren zijn, namelijk het aantal “besmettingen” per dag (positieve
testen), de signaalwaarde (eveneens gebaseerd op aantallen positieve testen) en de
aantallen ziekenhuisopnames. Laatstgenoemd criterium lijkt een ondergeschikte rol
te spelen; het krijgt geen nadere getalsmatige invulling.
Letterlijke tekst persconferentie na ministerraad 23 oktober 2020:
“”Die cijfers, tienduizend besmettingen vandaag. Ik begrijp niet zo goed waarom u…
dat voor u dan misschien op dit moment geen aanleiding is om met hardere
maatregelen te komen, omdat de zwaarste categorie in het routeplan, was meen ik 250
besmettingen. Dus we zitten daar….
RUTTE
We leven in de zwaarste fase al. Daar zitten we al in.
BOVEN
Ja precies, maar die begint met 250 besmettingen per dag.
RUTTE
Ja, maar daar zitten dus ook in, daarom hebben we het hele pakket gemaakt van 13
oktober.
BOVEN
Ja, maar dat is toch een totaal andere orde, tienduizend of 250, dus is dat niet…dat
alleen al genoeg om te zeggen…
RUTTE
Ik heb nooit gezegd 250 per dag.
BOVEN
Wat is dan de hoogste categorie in de…? Wanneer ga naar…?
RUTTE
Wat wij willen, je wil uiteindelijk naar vijftig per honderdduizend. En je zit nu op ongeveer
250 per honderdduizend en in sommige regio”s hoger. Dus dat is veel te hoog. En
daarom hebben we ook dat pakket van 13 oktober gemaakt. Dat is een pakket wat hoort
bij het niveau “zeer ernstig”. Binnen “zeer ernstig” kun je ook nog een extra klap moeten
geven, daar speculeert u op. En daar blijf ik nog even van weg, want we weten nog niet
of dat pakket van 13 oktober doet wat je wil dat het doet. Dat kun je echt nog niet
zeggen, omdat we die besmettingscijfers, de mensen die zeg maar ziek zijn geworden
na 13 oktober of besmet zijn geraakt, dat duurt een aantal dagen. Je moet getest
worden, uitslagen moeten komen. Dus voordat je dat in de cijfers ziet, ben je zo al gauw
tien, twaalf, veertien dagen verder.
“Het aantal besmettingen is nog steeds heel hoog: vandaag meer dan 10.000 positieve
testen gemeld en dat is echt nog veel te veel.”
“Je kijkt naar drie indicatoren. Dit is er één en de andere is het aantal positiefgetesten per zoveel inwoners, dus het percentage positieve testen en dat ligt in
Nederland gewoon hoog, echt heel hoog. Veel hoger dan het mag liggen. Je kijkt
ook naar het aantal positief-getesten per honderdduizend. Dat ligt zo”n vijf keer
hoger dan je zou willen. We moeten eigenlijk onder de vijftig per honderdduizend
per week en het ligt nu vijf keer hoger ongeveer, soms nog hoger.
Pagina 19 van 31
En, nou ja goed, je kijkt natuurlijk naar de opnames in de ziekenhuizen. En ook die
stijgen natuurlijk door en dus, je kijkt naar al die cijfers. Niet alleen naar het aantal
besmettingen op één dag. En ook ten aanzien van de besmettingen op één dag zoals
vandaag, dat je zegt “ook door een ICT-aanpassing zit daar mogelijk een opwaartse
fout in”, is die waarschijnlijk hoger dan nodig is, maar nog steeds echt te hoog. Dat laat
ook zien dat je dat beter kunt bekijken over een aantal dagen. Dus je kijkt over drie,
vijf, zeven dagen, naar de besmettingscijfers, en niet van één dag.”

82. De website van de Rijksoverheid stelt een positief getest persoon gelijk aan een
patiënt. Dit heeft directe en zwaarwegende gevolgen voor de geteste persoon en zijn
of haar omgeving, waaronder quarantaine en een bron- en contactenonderzoek.
• “Bron- en contactonderzoek
Heeft u zich laten testen en heeft u corona? Dan doet de GGD samen met bron- en
contactonderzoek om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen.

Bron- en contactonderzoek door GGD
Een GGD-medewerker belt u voor bron- en contactonderzoek. Samen onderzoekt u:
• Waar u de besmetting opgelopen kunt hebben (de bron);
• Met wie u in contact bent geweest;
• Wie u mogelijk besmet kunt hebben (uw contacten).
Uw contacten krijgen te horen dat ze mogelijk ook besmet zijn met het virus.
Is het aantal besmettingen in Nederland heel hoog, of stijgt het snel? Dan kan de
werkwijze bij de GGD anders zijn.
Wat u zelf moet doen voor het contactonderzoek
Wacht u op de uitslag van de test? U kunt alvast opschrijven met wie u de afgelopen
dagen contact heeft gehad. Het gaat vooral om mensen met wie u:
• Langer dan 15 minuten samen bent geweest;
• Contact had op minder dan 1,5 meter afstand;
• Samen bent geweest vanaf 2 dagen voordat de klachten begonnen, tot het
moment dat u thuis bleef.

Onderzoek GGD naar uw contacten
De GGD doet onderzoek naar:
• Huisgenoten
Zij blijven, na het laatste contact met u 10 dagen thuis (quarantaine). De GGD vertelt
wanneer ze weer naar buiten kunnen.
Pagina 20 van 31
• Nauwe contacten
Dit zijn personen met wie u langer dan een kwartier contact had op minder dan 1,5
meter. Bijvoorbeeld de kapper of pedicure. Of personen met wie u korter dan een
kwartier contact had, maar met een hoog risico. Bijvoorbeeld mensen met wie u heeft
gezoend, of iemand die u in het gezicht heeft gehoest. De GGD neemt contact met deze
mensen op. Soms vraagt de GGD aan u om contact met hen op te nemen.
Overige contacten
Dit zijn personen waarmee u langer dan een kwartier op meer dan 1,5 meter in dezelfde
ruimte was. Zoals een collega of klasgenoot. De GGD informeert deze mensen.
Let op: Bron- en contactonderzoek is altijd maatwerk. Lees ook de richtlijnen voor bronen contactonderzoek op de website van het RIVM.”

83. Ook de website van het RIVM stelt een positieve test gelijk aan een diagnose en
verbindt daaraan vergaande vrijheidsbeperkende maatregelen:12
“Beste meneer, mevrouw,
U krijgt deze brief omdat u positief bent getest op COVID-19. Lees deze brief goed
door, hierin staat belangrijke informatie.
U moet thuis in isolatie uitzieken, omdat u besmettelijk kunt zijn voor anderen. Ook
uw huisgenoten moeten thuisblijven, omdat zij misschien door u besmet zijn geraakt.
Zo voorkomen zij dat zij anderen besmetten.
U mag weer uit isolatie als u 24 uur geen klachten meer heeft die passen bij COVID19 én het minimaal 7 dagen geleden is dat u ziek werd. Heeft u een verminderde
weerstand? Dan mag u pas uit isolatie als u 24 uur geen klachten meer heeft die
passen bij COVID-19 én het minimaal 14 dagen geleden is dat u ziek werd.
Bespreek dit ook altijd met de GGD. Bent u uit isolatie? Volg dan de algemene
adviezen op die op dit moment gelden. Kijk op Rijksoverheid.nl voor meer informatie.
Bent u ernstig ziek of heeft u medische hulp nodig? Ga niet naar de huisarts of
het ziekenhuis, maar bel direct de huisarts.
Heeft u hulp nodig als u in thuisisolatie gaat vanwege corona? Kijk in de brochure hulp
en steun bij thuisquarantaine op Rijksoverheid.nl/quarantaine.
In deze brief krijgt u een aantal leefregels voor de isolatieperiode. Voor
eventuele huisgenoten is er een aparte informatiebrief met leefregels. Uw huisgenoten
moeten thuis in quarantaine blijven tot 10 dagen na het laatste risicocontact met u. Dit
kan soms best moeilijk zijn. Het is belangrijk dat alle huisgenoten deze regels volgen.
12 https://lci.rivm.nl/informatiepatientthuis
Pagina 21 van 31
Zo voorkomen u en uw huisgenoten dat het virus zich verder verspreidt en dat mensen
om u heen besmet raken.
Leefregels
Blijf thuis, ontvang geen bezoek – huisgenoten blijven ook thuis
• U mag niet naar buiten, naar school, de winkel of naar het werk.
• U mag in uw tuin of op uw balkon zitten.
• Er mag niemand bij u op bezoek komen, behalve voor medische zaken
(bijvoorbeeld huisarts, GGD).
• Alleen de mensen die bij u wonen, mogen samen met u in huis zijn.
• Heeft u medische hulp nodig? Ga dan niet naar de huisarts of het ziekenhuis.
Neem eerst telefonisch contact op met uw arts. Geef daarbij aan dat u in
isolatie zit voor COVID-19.
• Ook uw huisgenoten mogen geen bezoek krijgen. Zie hiervoor de informatie
voor huisgenoten van positief geteste COVID-19-patiënten.
• U mag weer uit isolatie als u 24 uur geen klachten meer heeft die passen bij
COVID-19 én het minimaal 7 dagen geleden is dat u ziek werd. Heeft u ook
een afweerstoornis? Bespreek dit dan met de GGD. Dan mag u pas uit de
isolatie als u 24 uur geen klachten meer heeft die passen bij COVID-19 én het
minimaal 14 dagen geleden is dat u ziek werd. Als u weer uit isolatie gaat en
u weer naar buiten mag, volg dan de algemene adviezen op. De adviezen die
op dit moment gelden in Nederland over naar school gaan, werken, etc. staan
op Rijksoverheid.nl.”

84. Het “Coronadashboard” communiceert over “meldingen” van COVID-19. Dit is in
meerdere opzichten misleidend. Artikel 22 Wet publieke gezondheid bepaalt namelijk
het volgende: 13
“De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte behorend tot groep
A vermoedt of vaststelt, meldt dit onverwijld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst.”

85. Een positieve PCR-testuitslag is echter geen diagnosestelling zodat niet gesproken
mag worden van een patiënt of vermoedelijk patiënt. Als geen klinische diagnose
plaatsvond waarbij éénduidig en manifest een COVID-19-ziektebeeld vastgesteld
werd, is er geen meldingsplicht. Dit klemt eens te meer omdat zowel Jaap van Dissel
als Sjaak de Gouw (GGD) verklaarden dat 98% van het aantal positief geteste
personen geen of slechts milde klachten ontwikkelen.14 Dit is van belang omdat
alleen van patiënten gesproken mag worden als er professioneel medische,
paramedische en/of verpleegkundige hulp vereist is.

86. Ook de overige indicatoren van het dashboard baseren zich op aantallen positieve
testen. Noodzakelijke informatie om de gegevens in de juiste context en verhouding
te plaatsen, ontbreekt.

87. De hiervoor gegeven voorbeelden zijn illustratief voor de wijze waarop de staat de
positieve testresultaten richting het publiek communiceert en gebruikt als basis voor
13 https://coronadashboard.rijksoverheid.nl/
14 Technische Briefing 2e Kamer, 25 juni 2020
Pagina 22 van 31
maatregelen op individueel en nationaal niveau. Opvallend daarbij is de alarmerende
toon van de informatievoorziening. Ook in de Tweede Kamer is deze wijze van
communicatie opgevallen:
Verslag van de plenaire vergadering van maandag 26 oktober 2020:
“De heer Van Pareren (FvD):
Voorzitter. Ik heb nog een aantal vragen waar ik mijn verhaal mee af wil ronden. De
vraag is — ik zal niet noemen voor welke minister die direct is — of u ervoor kunt zorgen
dat onze bevolking niet meer overstroomd wordt met paniek aanjagende meldingen van
duizenden besmettingen per dag. Het geeft geen pas voor de mensen om daar een
oordeel over te vellen. Het geeft alleen maar paniek. De vraag is: waarom kiest u voor
deze aanpak en bent u ook bereid om deze aan te passen tot meer geruststellende
berichtgeving?”

88. Deze wijze van communicatie is in meerdere opzichten onrechtmatig. Dit wordt
hierna toegelicht aan de hand van de geldende richtlijnen en aanbevelingen.

8. Misleidende en onvolledige overheidscommunicatie
8.1. Richtlijnen overheidscommunicatie

89. De Commissie Toekomst Overheidscommunicatie presenteerde in 2001 het rapport
“In dienst van de democratie”.15 Hierna volgde in 2005 het rapport “50 aanbevelingen
voor communicatie met een andere overheid” van de Gemengde Commissie
Communicatie.16 Deze adviescommissie drong aan op de implementatie van de
adviezen van de commissie-Wallage.

90. De conclusies van de adviescommissies hebben geleid in de richtlijn “De
uitgangspunten voor overheidscommunicatie.
17 Deze is van toepassing op
persvoorlichting, de woordvoering en alle communicatie met het publiek.

91. In deze richtlijn is het volgende uitgangspunt geformuleerd:
“VOLDOENDE EN JUISTE INFORMATIE
De communicatie van de Rijksoverheid is waarheidsgetrouw en bevat
voldoende en juiste informatie om belangstellenden en belanghebbenden
tijdig in staat te stellen zich zelfstandig een oordeel te vormen over het
gevoerde en het te voeren beleid.
15 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2007/09/20/in-dienst-van-de-democratie-het-rapport-van-decommissie-toekomst-overheidscommunicatie
16 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2007/07/19/50-aanbevelingen-voor-communicatie-met-en-dooreen-andere-overheid
17 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2010/12/09/uitgangspunten-overheidscommunicatie
Pagina 23 van 31
> In het belang van een goede en democratische bestuursvoering dient de
informatieverstrekking door de overheid begrijpelijk, tijdig, zo gericht mogelijk en
niet overbodig te zijn.
> Het onjuist vermelden, weglaten of overaccentueren van feiten en argumenten
om daarmee degenen op wie de communicatie is gericht tot een andere keuze te
brengen dan zij wellicht anders zouden hebben gedaan, is nimmer toegestaan.”
92. De communicatie moet dus niet alleen waarheidsgetrouw zijn en voldoende en juiste
informatie bevatten om het publiek in staat te stellen zelfstandig een oordeel te
vormen over het gevoerde beleid. Het onjuist vermelden, weglaten of
overaccentuering van feiten om het publiek tot een keuze te brengen die zij, met de
juiste informatie niet hadden gedaan, is nooit toegestaan.

93. De huidige situatie is een herhaling van zetten zoals deze ook tijdens de Mexicaanse
griep speelde. Dit heeft de samenleving veel schade toegebracht. Hieruit moeten
lessen getrokken worden.

8.2. Aanbevelingen WODC-onderzoek “Mexicaanse Griep in Nederland”

94. Een overkill aan alarmerende en misleidende communicatie speelde ook in 2009
tijdens de Mexicaanse Griep. Het WODC publiceerde in 2011 het onderzoek
“Mexicaanse griep in Nederland Berichtgeving, verontrusting en publieksreacties.”
Dit onderzoek stelt vast dat in de westerse cultuur een diepgewortelde angst voor
een epidemie bestaat. Het is de vrees dat een dodelijk, niet te stuiten virus de hele
samenleving zou kunnen ontwrichten of zelfs de hele mensheid zou kunnen
uitroeien. Bij de communicatie over een epidemie moet met deze angsten rekening
gehouden worden.

95. Dit brengt met zich mee dat gezondheidsautoriteiten en wetenschappelijke experts
een sleutelrol vervullen: zij beschikken over de “definitiemacht” en hebben daarmee
een grote invloed op de berichtgeving. Zij bepalen de framing in de berichtgeving.
Hier ligt een grote verantwoordelijkheid om het publiek op een juiste wijze te
informeren en onnodige “paniekschade” te beperken.

96. Een van de onderzoeksvragen van het WODC was destijds of met de verontrustende
toonzetting in de mediaberichtgeving de overheid niet te veel nadruk legt op het worst
case scenario in geval van een pandemie. De verontrusting over een bepaald risico
neemt verder toe als gevolg van de niet aflatende media-aandacht voor het
onderwerp. De druk op de overheid om drastische maatregelen te treffen neemt
daardoor toe. Het gevolg is dat het publiek en de media bevestigd worden in hun
beeld dat er sprake is van een ernstige dreiging.

97. Na de ervaringen met de Mexicaanse griep is ervoor gepleit om in de communicatie
de nadruk te leggen op het meest waarschijnlijke en niet op het worst case scenario.
Bovendien werd aanbevolen om een nieuw virus vooral in de context van de jaarlijkse
griep te plaatsen en niet in die van een pandemie.
Pagina 24 van 31
98. Experts die sceptisch stonden tegenover alle verontrusting over de griep kwamen
destijds slechts sporadisch aan bod. Ook dit zien we gebeuren in de huidige situatie.
Sterker, het systematisch weren van kritische geluiden uit de media en het actief
bestrijden van tegengeluiden maakt zelfs onderdeel uit van het communicatiebeleid.
Een sfeer van paniek en angst domineert het publieke debat. Het testbeleid en de
mediaverslaggeving opereren hierbij hand in hand.

99. Deze richtlijnen en aanbevelingen zijn door de overheid sinds de aanvang van de
coronacrisis op grove wijze terzijde geschoven. Dit staat een maatschappelijke
discussie op basis van feiten in de weg. Een aanzienlijk deel van de bevolking
verkeert tot op de dag van vandaag in de veronderstelling dat het SARS-Cov-2-virus
een reëel en ernstig gevaar voor hen vormt. Dit is een direct gevolg van de
gebrekkige informatie. De samenleving lijdt daardoor in veel opzichten een enorme
schade. Hierna zal nader toegelicht worden op welke punten de
overheidscommunicatie aanpassing vereist.

8.3. Positieve testresultaten

100.Zoals hierboven werd beschreven, is de overheidscommunicatie met betrekking tot
positieve testresultaten feitelijk onjuist en misleidend. Het presenteren van een
positieve test als “besmetting, “besmettelijke”, “zieke” of “geval” is daarbij onnodig
alarmerend. In beginsel heeft het publiceren van aantallen testresultaten geen
toegevoegde waarde. De aantallen hangen direct samen met de testinspanningen.
Hoe meer getest wordt, hoe meer positieve testuitslagen. Het suggereert een
dynamiek die in werkelijkheid niet bestaat.

101.In een pandemie of epidemie draait het immers per definitie om aantallen doden en
zieken. Of iemand met het virus in aanraking kwam, is voor de ernst van een
epidemie niet relevant. Een pandemie of epidemie is voorbij zodra er geen sprake
meer is van een bovengemiddeld aantal zieken. Bij een griepepidemie worden soms
meer dan een miljoen mensen geïnfecteerd. De overheid heeft nimmer dagelijks
aantallen besmettingen gepubliceerd.

102. Voor zover de overheid toch communiceert over deze testresultaten, is het
noodzakelijk niet alleen de totale aantallen afgenomen testen te publiceren. De
getallen zullen in de context van begrijpelijke informatie geplaatst dienen te worden.
In de eerste plaats dat een positieve test niet betekent dat iemand ook daadwerkelijk
geïnfecteerd is of ziekteverschijnselen heeft.

8.4. Relativerende informatie

103. In de communicatie dient ook het gevaar van een infectie met het SARS-CoV-2-
virus in perspectief geplaatst te worden. Zo is noodzakelijk dat in de
overheidscommunicatie steeds gewezen wordt op volgende feiten:
▪ Op de door de WHO gepubliceerde IFR (infection fatality rate), die
onlangs tot 0,23% verlaagd werd, die daarmee in het bereik van een
griepvirus ligt.
Pagina 25 van 31
▪ Op de informatie van het RIVM dat het virus voor 98% van de bevolking
geen bedreiging vormt.

104. Deze informatie is op te vinden op de websites van het RIVM en de overheid
wanneer burgers actief op zoek gaan. In persberichten en persconferenties ontbreekt
deze context terwijl daarmee juist het grote publiek wordt bereikt. De overheid dient
echter actief Informatie over de reële kans op overlijden en ziekte te communiceren
aan het publiek. Deze gegevens zouden bijvoorbeeld ook op het coronadashboard
vermeld moeten worden zodat het publiek een reële inschatting kan maken van het
gevaar.

8.5. Ziekenhuis- en ic-opnames

105. Dit geldt ook voor de communicatie over ziekenhuis- en ic-opnames. Of er sprake
is van een noodsituatie, kan eenvoudig gerelateerd worden aan de bezettingsgraad
in voorgaande jaren. Hoeveel personen lagen er vorig jaar in deze periode op de ic
In hoeverre is de overbelasting van de ic-s het gevolg van coronagevallen en in
hoeverre van de bezuinigingen de afgelopen tien jaar?

106. Dit bevestigt ook het op 18 september 2020 gepubliceerde wekelijkse bulletin van
NIVEL-zorgregistraties waaraan 350 huisartsenpraktijken deelnemen. Het aantal
patiënten dat de huisarts consulteert voor acute bovenste luchtweginfecties is op het
niveau dat gebruikelijk is in deze tijd van het jaar.

107. Een ander essentieel feit dat aan het publiek gecommuniceerd dient te worden, is
dat in de cijfers van in ziekenhuizen opgenomen “COVID-19-patiënten” iedereen
meegeteld is die positief getest werd. Ook als zij voor andere aandoeningen in het
ziekenhuis verblijven. Zo wordt iemand die met een gebroken been opgenomen is
en positief test, als een COVID-19-patiënt geregistreerd ook al vertoont deze
persoon geen enkel symptoom. Dit is onnodig alarmerend en misleidend.

108. Om de ic-tekorten in het juiste perspectief te plaatsen, is het ook essentieel te
communiceren dat het tekort aan ic-bedden een jaarlijks terugkerend probleem is en
in de eerste plaats het gevolg is van bezuinigingen waarbij bijna de helft van de
capaciteit geschrapt werd. Ook ontbreken getallen van hen die de ic verlaten.

8.6. COVID-19-doden

109. Bij de communicatie over sterftegevallen speelt een vergelijkbaar gebrek. Een groot
deel van de bevolking is ervan overtuigd dat dit jaar ruim tienduizend mensen aan
COVID-19 overleden.

110. Volgens het WHO-protocol van 20 april 2020 “International Guidlines for
Certification and Classification od COVID-19 as cause of death” dient iedereen die
ofwel positief getest werd ofwel waarvan vermoed wordt dat zij COVID-19 hadden
meegeteld te worden in de statistieken. Een COVID-19-dode is als volgt
omschreven:
Pagina 26 van 31
“A death due to COVID-19 may not be attributed to another disease (e.g. cancer)
and should be counted independently of preexisting conditions that are suspected of
triggering a severe course of COVID-19.”

111. Dit betekent dat ook iedereen die bijvoorbeeld sterft aan een hartaandoening of
kanker als COVID-19-sterfgeval geregistreerd wordt op basis van een positieve
testuitslag of een vermoeden van “besmetting”. Deze informatie is voor het publiek
essentieel om de aantallen sterfgetallen in het juiste perspectief te plaatsen.

112. In het wekelijkse epidemiologische overzicht van het RIVM is deze informatie
weggestopt tussen tientallen pagina’s met cijfers en grafieken. Uit deze gegevens
blijkt dat slechts bij 9% van de sterfgevallen onder de 60 jaar geen andere
onderliggende doodsoorzaak vastgesteld werd. Ook is hier terug te vinden dat 97%
van de sterfgevallen ouder dan 60 is.

113. Deze essentiële informatie wordt echter niet actief gecommuniceerd. In de
overheidscommunicatie worden de doden consequent toegeschreven aan het virus.
Door het weglaten van de noodzakelijke context schept wederom een onnodig
alarmerende sfeer, wat het maken van rationele afwegingen over de reële dreiging
bemoeilijkt.

Productie 10: International Guidlines for Certification and Classification of COVID19 as cause of death

8.7. Paniekcommunicatie

114. Het is noodzakelijk dat deze dynamiek van een enorme testcampagne in combinatie
met alarmerende berichtgeving over aantallen positieve testresultaten en
ziekenhuisopnames doorbroken wordt. Om te voldoen aan de geformuleerde
uitgangpunten voor overheidscommunicatie en de aanbevelingen van het WODCrapport “Mexicaanse griep in Nederland. Berichtgeving, verontrusting en
publieksreacties” dient de communicatie minimaal volgende elementen te bevatten:
• Positieve testresultaten zijn geen besmettingen, infecties, gevallen,
zieken of patiënten;
• Aantallen positieve testuitslagen worden in beginsel niet
gecommuniceerd of alleen in verhouding tot het totale aantal
afgenomen testen met vermelding van de door de fabrikanten
gestelde gebruiksbeperkingen en de gehanteerde ct-waarden;
• Aantallen opnames van COVID-19 patiënten in het ziekenhuis en de
ic worden in verhouding geplaatst tot de normale bezetting als gevolg
van longinfecties in andere jaren;
• Bij de ziekenhuis- en -opnames wordt vermeld of de patiënt voor
COVID-19 of voor een andere aandoening opgenomen werd;
Pagina 27 van 31
• Aantallen positief geteste sterfgevallen worden genoemd met
vermelding van de (gemiddelde) leeftijd en de oorzaak van hun
overlijden;
• De aantallen dagelijkse sterfgevallen met of aan COVID-19 worden in
de context geplaatst van sterfgevallen aan kanker en hart- en
vaatziektes;
• De dagelijkse publicatie gaat gepaard met een realistische weergave
van het gevaar door dit in verhouding te zetten tot de griep, de
vermelding van de risicogroepen en het ifr zoals dit door de WHO is
vastgesteld en de mededeling dat het virus voor 98% van de bevolking
geen gevaar vormt.

9. Verweer

115. Op 13 en 28 oktober zijn de bezwaren tegen zowel de testcampagne als de
gebrekkige overheidscommunicatie aan de minister van VWS voorgelegd. Advocaat
Mr. M.R. Botman reageerde hierop bij brief van 2 november 2020. De minister
weigert tegemoet te komen aan de vorderingen om de testcampagne te beëindigen
en de communicatie aan te passen.

116. Volgens de minister is de PCR-test wereldwijd de gouden standaard. Het
percentage foutief positieve uitslagen zou “laag” zijn. De minister meent dat bij
lichamelijke klachten in combinatie met een positieve PCR-test ervan uitgegaan mag
worden dat iemand daadwerkelijk besmettelijk is voor anderen.

117. Op welke informatie de minister baseert dat het aantal fout-positieven klein zou zijn,
is niet vermeld. Indien uitgegaan zou worden van een foutmarge van 3%, dan is dit
bij honderd testen ook een klein aantal. Bij wekelijks 350 duizend testen zijn dit meer
dan 10.000 mensen en hun directe omgeving die ten onrechte zware
vrijheidsbeperkingen opgelegd krijgen.

118. De minister reageert evenmin op de technische beperkingen van de PCR-techniek
of het gebruik als diagnostisch instrument in strijd met de en de CE-toelating.

119. Ook in de Tweede Kamer weigert de minister om vragen over de PCR-test te
beantwoorden. Lid Van Haga stelt regelmatig vragen aan de minister, de ministerpresident maar ook aan Jaap van Dissel over de betrouwbaarheid van de PCRtechniek. Zo vroeg lid Van Haga op 18 augustus 2020 veertien vragen die ook in
deze dagvaarding aan de orde gesteld zijn. De antwoorden blijven uit.

Productie 11: Kamervragen en rappel Van Haga

120. Elk beleid op basis van aantallen positieve testresultaten, is gebaseerd op drijfzand
en daarmee onrechtmatig. Maatregelen die in een samenleving op economisch,
sociaal en maatschappelijk zware schade aanrichten, vereisen een solide
onderbouwing. Een PCR-test is daarvoor niet geschikt.
Pagina 28 van 31
121. Ook stelt de minister dat van een onnodig alarmerende communicatie over
testresultaten geen sprake is. Hiervoor verwijst de minister naar een Kamerbrief van
27 oktober 2020 en de presentatie van Van Dissel aan de Tweede Kamer.

122. Het is juist dat deze informatie beschikbaar en te vinden is indien actief gezocht
wordt. Het publiek zal dit slechts beperkt doen en vertrouwt op de
informatievoorziening in persconferenties en persberichten. Ook de media baseren
hun berichtgeving hoofdzakelijk op deze bronnen. Zoals hiervoor aangetoond werd,
ontbreekt in deze berichtgeving de noodzakelijk context die het publiek in staat stelt
een rationele afweging over het virus te maken. Deze is dan ook onnodig alarmerend
en verontrustend.

Productie 12: brief 13 oktober
Productie 13: brief 28 oktober
Productie 14: brief 2 november

10. Conclusie
De gronden van deze dagvaarding kunnen als volgt samengevat worden:
● De CE-certificering van de PCR-test ziet niet op de inzet en toepassing ervan als
klinisch-diagnostisch instrument (bepaling van de ziekte COVID-19);
● De fabrikanten stellen zonder uitzondering dat aan een positief testresultaat geen
(medische) kwalificaties, conclusies of consequenties kunnen of mogen worden
verbonden.
● Dit is niet alleen een formeel punt. Door de technische beperkingen van de PCRtechniek kan uit een positieve uitslag niet afgeleid worden of de geteste persoon het
virus bij zich draagt of een infectie heeft. Het testbeleid is in strijd met de door de
fabrikanten gestelde gebruiksbeperkingen;
● Om een diagnose te stellen is nader onderzoek nodig waaronder een klinische
diagnose op basis van symptomen. Deze zijn voor COVID-19 echter dusdanig
aspecifiek dat deze ook op de aanwezigheid van andere virussen of aandoeningen
kunnen wijzen.
● Het is aannemelijk dat het huidige testbeleid in een situatie van lage prevalentie een
groot aandeel foutpositieve testresultaten produceert;
● De wijze waarop de overheid communiceert over de positieve testresultaten zonder
de noodzakelijke context en informatie is daarmee misleidend en onnodig
alarmerend;
● De overheid creëert met deze testcampagne en de eenzijdige communicatie een
sfeer waarin het publiek bereid is haar grondrechten zonder verzet op te geven. Het
publiek zou een andere afweging maken als zij volledig en juist geïnformeerd wordt.
De aangerichte schade in economisch, menselijk en maatschappelijk opzicht is
enorm.
● Er is dan ook sprake van onrechtmatig handelen zijdens de overheid.
11. Grondslag vordering
Pagina 29 van 31
123. De maatregelen tegen de verspreiding van het virus maken ernstige inbreuk op tal
van grondrechten en door het EVRM beschermde mensenrechten. In de memorie
van toelichting bij de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 erkent de minister dit. Zo
noemt hij de inperking van het recht op persoonlijke levenssfeer, vrijheid van
godsdienst en levensovertuiging, het recht van eenieder zich vrijelijk te verplaatsen,
de vrijheid van onderwijs, het eigendomsrecht, het recht van vergadering en
vereniging en het recht van betoging.

124. De tijdelijke inperking van deze rechten is volgens de jurisprudentie van het EHRM
uitsluitend mogelijk als dit noodzakelijk is in een democratische samenleving. Het
kabinet onderbouwt deze noodzaak door te wijzen op aantallen positieve
testresultaten. In de Routekaart Coronamaatregelen is een direct verband tussen
aantallen positieve testen per 100.000 inwoners en de omvang van de maatregelen.
Dit is de zogenaamde signaalwaarde. De PCR-testcampagne raakt daarmee direct
de vrijheden van de bevolking en daarmee ook eisers.

125. Zoals uit het voorgaande volgt, dicht het kabinet hiermee de PCR-test
eigenschappen toe die deze volgens de fabrikanten niet heeft. Een positieve test
betekent niet dat de betreffende persoon drager is van het virus. Daarbij is de
techniek en het testprocedé gevoelig voor beïnvloeding. De vrijheidsbeperkingen zijn
daarmee afhankelijk van door beleidsmakers beïnvloedbare indicatoren. De
signaalwaarde wordt hoger naarmate de testinspanningen stijgen.

126. Door de foutmarge van de PCR-test zijn er altijd een aantal positieve testen. Deze
aantallen kunnen substantieel zijn. Het is bijvoorbeeld niet uitgesloten dat op dit
moment het merendeel van de positieve testen een onschuldig verkoudheidsvirus
betreft.

127. De testinspanningen worden de komende tijd flink opgevoerd. Op dit moment zijn
dat ruim 50.000 testen per dag. Als er voldoende wordt getest, blijven de
maatregelen onbeperkt van kracht. De hele zomer zijn maatregelen van kracht
gebleven op basis van positieve testresultaten.

128. De signaalwaarde zal verder stijgen door de stijging van het aantal testen. Dit
gebeurt zelfs als er geen coronavirus meer is. Als in dezelfde omvang
zwangerschapstesten uitgevoerd zouden worden, dan zouden we mogelijk 3000
zwangere mannen per week aantreffen. Iedereen zou begrijpen dat dit niet mogelijk
is.

129. Noch de noodzaak van maatregelen noch de omvang daarvan kan afhankelijk
gesteld worden van deze testcampagne. De test is daarvoor niet toegelaten en
evenmin geschikt. Hiermee handelt de staat onrechtrechmatig jegens de bevolking
en daarmee jegens eisers.

130. De onjuiste en onvolledige overheidscommunicatie bewerkstelligt dat de bevolking
andere keuzes maakt dan zij zou doen als zij juist geïnformeerd zou worden. Volgens
de uitgangspunten van overheidsinformatie is dit nimmer toegestaan. Het is
nauwelijks voorstelbaar dat de bevolking zou instemmen met een massieve
Pagina 30 van 31
inperking van haar rechten en de daardoor ineenstortende economie en samenleving
als zij weet wat de daadwerkelijke risico’s van het virus zijn en dat het aantal positieve
testen geen uitkomst geeft over aantallen geïnfecteerde of zieke personen.

131. De testcampagne en de misleidende overheidscommunicatie vormen daarmee een
bedenkelijke symbiose die een voortduren en uitbreiding van de
vrijheidsbeperkingen faciliteert. De staat maakt hiermee onrechtmatige inbreuk op
de rechten van de bevolking en dus ook van eisers. De vordering is daarom
gebaseerd op artikels 6:162 BW jo 3:296 BW. Eisers hebben daarmee recht en
belang om deze vordering in te stellen.

132. Ook aan de overige vereisten van artikel 6:162 BW is voldaan. De onrechtmatige
daad is toerekenbaar aan de Staat, er is schade, een causaal verband tussen daad
en schade en relativiteit.

12. Bevoegdheid

133. De Rechtbank Den Haag is op grond van artikel 99 Rv. bevoegd om van het geschil
kennis te nemen aangezien de Staat der Nederlanden zetel heeft te Den Haag.

13. Ontvankelijkheid eisers

134. Eiser sub 1 komt op grond van artikel 3:305a BW op voor een algemeen belang,
welk belang zij volgens haar statuten behartigt Aan de eisen van artikel 3:305a BW
is voldaan. Zij behartigt de belangen die hier in het geding zijn, op basis van
toereikende statutaire doelomschrijvingen en ontplooit activiteiten op het gebied van
bescherming van grondrechten en de rechtsstaat. Eiser sub 1 heeft ruim 300 duizend
adhesieverklaringen van Nederlandse burgers en bedrijven die via de website het
formulier hebben ingevuld.

135. Eisers hebben bij brieven van 13 en 28 oktober getracht in der minne het in deze
procedure gevorderde te bereiken. Gedaagde heeft echter bij brief van 3 november
geweigerd om ook maar enigszins tegemoet te komen aan de vermelde bezwaren
en nadelen.

136. Eisers sub 2 en 3 hebben ieder afzonderlijk een belang bij de ingestelde
vorderingen. Nu zij de Nederlandse nationaliteit hebben en in Nederland woonachtig
zijn, worden zij in het dagelijkse leven geconfronteerd met ernstige beperkingen in
hun persoonlijke vrijheden en andere grondrechten.

14. Spoedeisend belang

137. Het spoedeisende belang volgt eo ipso uit het hiervoor gestelde. Het voortduren van
de maatregelen veroorzaakt dagelijks verdere persoonlijke en maatschappelijke
schade van een ongekende omvang.
Pagina 31 van 31
15. Bewijsaanbod

138. Zonder enige bewijslast op zich te willen nemen die rechtens niet op eisers rust,
bieden zij bewijs aan van al hun stellingen door alle middelen rechtens.

MITSDIEN:
het U Edelachtbare Heer/Vrouwe Voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, moge
behagen bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad,
Primair:
gedaagde te bevelen het gebruik van de PCR-test in strijd met de voorschriften van de
fabrikanten althans het volgens de CE-certificering toegelaten gebruik binnen twee dagen na
het te wijzen vonnis te beëindigen en beëindigd te houden en gedaagde te veroordelen alle
vormen van overheidscommunicatie, waaronder de overheids- en GGD-websites,
persberichten en persconferenties aan te passen zodat deze voldoet aan de “Uitgangspunten
overheidscommunicatie” met inachtneming van de onder kantlijnnummer 111 genoemde
aanwijzingen;
Subsidiair:
Gedaagde te veroordelen alle vormen van overheidscommunicatie, waaronder de overheidsen GGD-websites, persberichten en persconferenties aan te passen zodat deze voldoet aan
de “Uitgangspunten overheidscommunicatie” met inachtneming van de onder kantlijnnummer
111 genoemde aanwijzingen;
Primair en subsidiair:
althans een in goede justitie beslissing te nemen met veroordeling van gedaagde in de kosten
van de procedure.

Meld je aan voor de nieuwsbrief