DutchEnglishFrenchGerman

De hele wereld in lockdown

  1. Een veel gestelde vraag is hoe het kan dat de hele wereld nagenoeg tegelijkertijd in een lockdown ging. Om het Nederlandse beleid in een internationale context te plaatsen, is het van belang dit aspect nader te belichten.
  2. Op 15 juni 2007 is de IHR voor 194 landen waaronder Nederland bindend in werking getreden.9 Elke staat is verplicht deze regeling om te zetten in wetgeving. In Nederland is dit gebeurd in de Wet publieke gezondheid (Wpg) en de daarop gebaseerde richtlijnen en KB’s.10 De IHR voorziet in maatregelen die wereldwijd gevolgd worden om de volksgezondheid te beschermen, onder meer op het gebied van het internationale reisverkeer. Deze IHRmaatregelen treden in werking in het geval van “a public health emergency of international concern”, waarover de beslissingsbevoegdheid uitsluitend bij de WHO ligt (Zie hierboven 2 e.v). Ook de beslissing tot het nemen van – en het soort maatregelen – ligt uiteindelijk alleen bij de WHO.
  3. De overheid is gehouden, zelfs wanneer zij andere inzichten zou hebben, de WHO hierin te volgen en te handelen conform de opgelegde richtlijnen voor het “pandemie”-scenario.12 Zolang de pandemiestatus voortduurt, kan de WHO op elk moment dat zij dit noodzakelijk acht, overgaan tot het nemen van gezondheidsmaatregelen die de lidstaten zullen opvolgen. De overheid stelt dat dit slechts aanbevelingen zijn die een staat niet hoeft op te volgen. Het is echter onduidelijk of dit voor alle maatregelen het geval is.
  4. Dit betekent dat als de WHO – al dan niet terecht – een pandemiestatus afkondigt, de overheid al dan niet op aanbeveling van de WHO fundamentele mensenrechten kan inperken. Dit kan zowel op grond van de WPG als op basis van aanbevelingen van de WHO. De grondwettelijke beschermingswaarborgen binnen lidstaten worden door het uitroepen van een pandemie dus automatisch terzijde gesteld waarmee de deur opengezet wordt voor vergaande inbreuken op de fundamentele mensenrechten en dit alles zonder voor de getroffen individu hiertegen beroepsmogelijkheden openstaan.
  5. Het uitroepen van het COVID-19-virus op 12 maart 2020 tot wereldwijde pandemie en de oproep om alle noodplannen in werking te stellen, had wereldwijd een kettingreactie van nationale lockdowns tot gevolg. Dit was mogelijk door de gelijkschakeling van de nationale wetgevingen als gevolg van de implementatie van de IHR sinds 2007.
  6. De regering kan echter een voortduren van de maatregelen niet rechtvaardigen door te verwijzen naar de verdragsbepalingen van de IHR en de aanwijzingen van de WHO. Artikel 2 EVRM schrijft immers voor dat de overheid verplicht is het recht op gezondheid en leven te waarborgen. Dit is een recht waarop niet gederogeerd mag worden, ook niet in een noodtoestand. Ook andere verdragsbepalingen verplichten overheden tot het nemen van maatregelen om een zo goed mogelijke lichamelijke en geestelijke gezondheid te verwezenlijken. Overigens behoeft het geen betoog dat de regering in haar handelen ten allen tijden het belang van de bevolking laat prevaleren
Meld je aan voor de nieuwsbrief