DutchEnglishFrenchGerman

Hoger beroep testverplichting reizigers

Vonnis voorzieningenrechter in strijd met mensenrechtenverdragen

 Door mr. Jeroen Pols

ROTTERDAM – 6 februari 2021 – Een Israëlisch-Nederlandse vrouw sleepte samen met Viruswaarheid de Nederlandse Staat voor de rechter. De vrouw wil na een verblijf in Israël terugkeren naar Nederland, maar vanwege haar traumatische familiegeschiedenis weigert zij zich te onderwerpen aan de verplichte PCR-test. De voorzieningenrechter in Den Haag, mr. H.J. Vetter, stelde haar in het ongelijk.

 Met het vonnis komt een einde aan een nagenoeg absoluut mensenrecht dat al vanaf de middeleeuwen geldt. Verdragen als het Europese Mensenrechtenverdrag en het Internationale Verdrag voor Burgerlijke en Politieke rechten van de Verenigde Naties waarborgen het recht om te allen tijde terug te keren naar het thuisland. Met een verbod om zonder negatieve test naar huis te reizen maakt het kabinet inbreuk op dit recht. De regering ontmantelt langzaam maar zeker de rechtsstaat. De rechterlijke macht faciliteert en legitimeert de vorming van een totalitaire staat.

Invasieve medische handeling

De verplichte test, die neerkomt op een gedwongen invasieve medische handeling, is in strijd met de Internationale Gezondheidsregeling en de Wet publieke gezondheid. Daarnaast voerde Viruswaarheid aan dat het gebruik van de PCR-test om vast te stellen of iemand besmet zou zijn met Covid-19 in strijd is met de gebruiksaanwijzing. Ook de CE-certificering, een EU-certificaat dat bepaalt voor welke doelen een product op de Europese markt mag worden verkocht, laat niet toe dat de test wordt gebruikt voor het stellen van een diagnose. Dat de rechter desondanks het onrechtmatige beleid steun, is zorgwekkend.

 Middeleeuwen

De Magna Charta uit 1215, de eerste regeling die grondrechten van burgers waarborgde, garandeerde het recht om ten alle tijden terug te keren naar wat nu het Verenigd Koninkrijk is. Met de uitspraak van de kortgedingrechter wordt duidelijk dat zelfs fundamentele mensenrechten niet meer veilig zijn.

 Dictatoriale neigingen

Noodmaatregelen zijn geliefde beleidsinstrumenten van politiek leiders met dictatoriale neigingen. Daarom mogen fundamentele mensenrechten alleen onder extreme omstandigheden ingeperkt worden. Het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties formuleerde daarom de Siracusa Principles, een aantal strenge criteria voordat landen noodmaatregelen mogen inzetten.

Inperking grondrechten

Professor Manfred Novak, de vroegere directeur van het Instituut voor Mensenrechten van de Universiteit Utrecht, speelde destijds een belangrijke rol om te zorgen dat deze regels ook toegepast werden op het Europese Mensenrechtenverdrag. Een inperking van grondrechten is volgens deze criteria pas rechtmatig als de samenleving dusdanig ontwricht wordt dat deze bedreigd is in haar voortbestaan of een reële dreiging daarvan.

Internationale Gezondheidsregeling WHO

Ten onrechte oordeelde voorzieningenrechter dat de bevoegdheid voor de testverplichting ook te vinden is in de Wet publieke gezondheid. Deze is gebaseerd op de Internationale Gezondheidsregeling (IGR), een in 2005 tussen 196 landen gesloten verdrag van de WHO. Twee juristen van de WHO, Gian Burci en Riika Koskenmaki, benadrukten eerder dat de inperking van elementaire vrijheden en mensenrechten in het belang van de volksgezondheid alleen mogelijk is onder de strenge voorwaarden van de Siracusa-criteria. Volgens hen is het uitgangspunt van de IGR juist dat maatregelen moeten stroken met respect voor vrijheden en mensenrechten.

 Rechters in oorlogstijd

Afgelopen jaar werden ruim dertien procedures gevoerd tegen de maatregelen. Op een procedure na werd iedereen in het ongelijk gesteld. De rechters negeren daarbij wet- en regelgeving met onbegrijpelijke doelredeneringen. Dr. Derk Venema promoveerde in 2007 op een proefschrift over de confrontatie van de Nederlandse rechterlijke macht met nationaalsocialisme en bezetting. Toen was het evenmin relevant welke rechtsinterpretatie gebruikt werd. Het resultaat rechtvaardigde volgens Venema elke interpretatiemethode. Vonnissen in strijd met de wet waren geen uitzondering. De “gerechtvaardigde belangen” van partijen stond voorop.

In de vonnissen tegen de maatregelen van het afgelopen jaar zien we deze tendens terugkeren. In de strijd tegen corona is geen wet meer heilig voor de rechterlijke macht. De vraag is nu of de beroepsrechter hierin meegaat.

Meer lezen

Beroepsdagvaarding negatieve PCR-test

Vonnis voorzieningenrechter

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief