Mondkapjes: aangifte tegen burgemeester Aboutaleb

PER AANGETEKENDE POST VERZONDEN

 

Aan de Hoofdofficier van Justitie

De E.A. heer H.M.P. Hillenaar

Arrondissementsparket Rotterdam

Postbus 50956

3007 BT Rotterdam

 

 

Rotterdam, 19 augustus 2020

 

Betreft: Aangifte tegen de heer Ahmed Aboutaleb (artikel 365 WvSr)

 

E.A. heer Hillenaar,

Middels dit schrijven doe ik, Willem Engel, wonende te Rotterdam als natuurlijk persoon en in de hoedanigheid van oprichter en bestuurder van Stichting Viruswaarheid[1] aangifte tegen de voorzitter van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, de heer Ahmed Aboutaleb, geboren op 29 augustus 1961 te Beni Sidel (Marokko) vanwege overtreding van artikel 365 Wetboek van Strafrecht[2] (misbruik van gezag).

De heer A. Aboutaleb heeft zich schuldig gemaakt aan voornoemd ambtsmisdrijf door:

Het op 4 augustus 2020 ex artikel 176 van de Gemeentewet en artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s uitvaardigen van de “Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond” (hierna: Noodverordening) en het – daarbij behorende – op 5 augustus 2020 nemen en uitvaardigen van het “Aanwijzingsbesluit gebieden en locaties waar het verplicht is een mondkapje te dragen” (hierna: Aanwijzingsbesluit) terwijl in die noodverordening en in dat Aanwijzingsbesluit de volgende bepalingen zijn opgenomen:

Artikel 2.4 Verbod gezamenlijk zingen of schreeuwen

Het is verboden in de publieke ruimte of in een besloten plaats, niet zijnde een woning of een daarbij behorend erf, in groepsverband te zingen of te schreeuwen. Dit verbod geldt niet voor zangers, zangkoren en zanggroepen en voor zang als onderdeel van de belijdenis van godsdienst of levensovertuiging, mits de richtlijnen die zijn opgenomen in het advies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu van 30 juni 2020 in acht worden genomen.

 Artikel 2.5a: Verbod niet dragen mondkapje

  1. Het is personen van 13 jaar en ouder verboden zich in door de voorzitter aangewezen gebieden of locaties te bevinden zonder een niet-medisch mondkapje te dragen. De voorzitter kan het verbod beperken tot bepaalde tijdvakken en kan bepaalde categorieën van inrichtingen geheel of gedeeltelijk van het verbod uitzonderen. Het verbod geldt niet in besloten plaatsen die zijn gelegen in de aangewezen gebieden of locaties.
  2. De voorzitter kan categorieën van inrichtingen aanwijzen waar het dragen van een niet-medisch mondkapje voor personen van 13 jaar en ouder verplicht is. De voorzitter kan de aanwijzing beperken tot bepaalde gebieden en tot bepaalde tijdvakken. Het is personen van 13 jaar en ouder verboden zich in een op grond de eerste volzin aangewezen inrichting te bevinden zonder een niet-medisch mondkapje te dragen;

terwijl de heer Aboutaleb wist (dan wel had moeten weten) dat hij in zijn hoedanigheid als voorzitter van de Veiligheidsregio, daartoe niet bevoegd was nu middels (c.q. in) deze noodverordening en het bijbehorende aanwijzingsbesluit grondrechten worden beperkt, waaronder in het bijzonder de volgende artikelen:

Artikel 9 Grondwet

  1. Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
  2. De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Artikel 10 Grondwet

  1. Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.
  2. De wet stelt regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens.
  3. De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.

terwijl een dergelijke beperking van grondrechten niet is toegestaan ex  artikel 176 (jo artikel 175) Gemeentewet en terwijl  op 5 augustus 2020 op grond van voornoemde Noodverordening en voornoemd Aanwijzingsbesluit:

  • Aangever, de heer Willem Engel, die met een groep betogers dan wel demonstranten aanwezig was in het Centrum van Rotterdam (gebied bijlage 4 Aanwijzingsbesluit/ Korte Lijnbaan) en tezamen met de groep betogers in vereniging middels borden en/of leuzen[3] aangaf tegen de mondkapjesplicht te zijn, vanwege overtreding van artikel 2.4 Noodverordening (hardhandig) werd verwijderd uit het Centrum van Rotterdam en/of;
  • De (dertig tot zestig) andere personen behorende bij deze groep betogers c.q. demonstranten een boete kregen opgelegd vanwege het niet dragen van een mondkapje ex artikel 2.5a Noodverordening en/of verwijderd werden uit het Centrum van Rotterdam ex artikel 2.4 Noodverordening.

Door aldus te handelen heeft de heer A. Aboutaleb misbruik gemaakt van zijn gezag.

Het was de heer Aboutaleb duidelijk dat de heer Willem Engel en voornoemde groep personen een betoging hielden die niet rechtmatig beëindigd mocht worden op grond van artikel 2.4 Noodverordening en/of het was de heer Aboutaleb duidelijk dat hij niet bevoegd was om een mondkapjesplicht in te stellen en/of deze te (laten) handhaven op grond van artikel 2.5a Noodverordening en/of de betogers op grond van artikel 2.4 Noodverordening  te (laten) verwijderen, nu deze voorschriften uit de Noodverordening een beperking van artikel 9 en 10 Grondwet inhouden hetgeen rechtens niet is toegestaan.

Daarbij is van belang dat het de heer Aboutaleb bekend was dat er sprake was van een betoging tegen het verplicht stellen van het dragen van een mondkapje in het aangewezen gebied en de desbetreffende demonstranten – in tegenstelling tot andere personen die geen mondkapje droegen –  een boete hebben gekregen vanwege het niet dragen van een  mondkapje.[4] Daarmee is er sprake van onrechtmatig willekeurig handelen en misbruik van gezag. Ter onderbouwing wordt daarbij  verwezen naar de volgende opmerkingen van de heer Aboutaleb  aangaande deze betoging d.d. 5 augustus 2020:

Interview Hart van Nederland d.d. 5 augustus 2020:

Opmerking journalist: Er zijn mensen die net ertegen hebben gedemonstreerd, tegen het…. 

Antwoord de heer Aboutaleb: Je mag tegen het dagen van een mondkapje zijn prima, dan moet je demonstreren op een plek waar het kan, maar als  je het toch hier doet dan loop je de consequentie dat je een bon krijgt en van al die mensen.. niet allemaal…. zijn er identiteitsbewijzen geschreven en die mensen krijgen een bon thuis gestuurd.”.[5]

Nieuwsbericht Telegraaf:[6]

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb vindt het gedrag van de demonstranten onverantwoordelijk en weinig solidair, zegt hij in een toelichting op de mondkapplicht die sinds woensdag vanaf 06.00 uur van kracht is in delen van het centrum, markten en twee grote winkelcentra. Aboutaleb sprak zelfs van asociaal gedrag. „Protesteren mag. Het is een onderdeel van onze democratie, maar doelbewust zonder mondkap op zo’n drukke plek protesteren is niet te tolereren. Aan de voet van de Erasmusbrug is genoeg ruimte.”

Nadere toelichting

Artikel 2.4 en 2.5a van de noodverordening bevatten een beperking van artikel 9 en 10 Grondwet. Op grond van artikel 176 Gemeentewet is (c.q. was) het de Voorzitter van de Veiligheidsregio, niet toegestaan deze grondrechten te beperken gelet op het navolgende:

Artikel 9 Grondwet

De heer Aboutaleb heeft in casu de betoging beëindigd op grond van artikel 4.2 Noodverordening (ex artikel 176 Gemeentewet). Dit is juridisch volstrekt onrechtmatig, grondrechten kunnen niet worden beperkt op grond van artikel 175 dan wel 176 Gemeentewet. Verwezen wordt naar het artikel van hoogleraar Brouwer en Wieringa ‘Coronacrisis en het recht’, deel 11 ‘De vrijheid om te demonstreren in Coronatijd’ (paragraaf 2)[7], alsmede naar het  advies van de Raad van State d.d. 25 mei 2020 onder 7:[8]

Zowel bij het geven van een noodbevel als bij het opstellen van een noodverordening geldt in beginsel dat weliswaar mag worden afgeweken van wettelijke voorschriften, maar niet van de Grondwet, zo vermeldt de tekst van beide bepalingen in de Gemeentewet.”[9]

Daarbij wordt (ten overvloede) nog gewezen op het feit dat er géén sprake was van een acute bedreiging van de volksgezondheid:

Er is géén enkel wetenschappelijk bewijs dat het aanhouden van de “anderhalf meter” regel bijdraagt aan het voorkomen van het (verder) verspreiden van het virus. Het RIVM heeft nimmer daartoe enig bewijs overgelegd. Zie in dit kader ook de uitspraak van de heer Roel Coutinho (voormalig voorzitter van het RIVM ) die in een uitzending van Nieuwsuur d.d. 7 augustus 2020 erkent dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs bestaat dat door anderhalf meter toe te passen besmettingen worden voorkomen of het aantal besmettingen verminderd:  “Voor de 1,5 meter is ook geen wetenschappelijk bewijs en toch doen we het allemaal.[10] Van één van de in artikel 175 Gemeentewet opgesomde omstandigheden

(oproerige beweging, ernstige wanordelijkheden, rampen of zware ongevallen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan) was géén sprake.

Ook is er geen enkel bewijs aanwezig dat besmettingen in de open lucht (alwaar de betoging plaatsvond) zou kunnen plaatsvinden, verwezen wordt naar het volgende artikel in de Volkskrant d.d. 20 mei 2020:[11]

(…) ‘Het belang van deze constatering wordt niet goed erkend door de samenleving en door beleidsmakers’, stellen de wetenschappers, onder leiding van Li Yuguo van de Universiteit van Hongkong. ‘De overdracht van ademhalingsinfecties zoals sars-cov-2 (de officiële naam van het huidige coronavirus, red.) is een binnenshuis fenomeen.’

 Zon inactiveert virus

 Andere wetenschappers herkennen en erkennen die bevinding. ‘Je moet altijd uitkijken of de selectie van de gegevens wel goed is’, zei RIVM-epidemioloog Jaap van Dissel woensdagochtend bij een presentatie over de Chinese bevindingen. Zo wijzen de Hongkongers erop dat mensen sowieso meer tijd binnenshuis doorbrengen dan buiten. ‘Maar dat het virus buiten minder verspreidt, is zeker waar. Het kan er verwaaien en je hebt er zonlicht met uv-straling die het virus inactiveert.’

 ‘Je moet altijd een beetje oppassen, de ene buitenlucht is niet de andere’, zegt hoogleraar klinische virologie Louis Kroes (LUMC), doelend op overdekte tenten en afgeschermde terrassen. ‘Maar in de normale buitenwereld gaat het je echt niet lukken het virus over te dragen. Er is gewoon geen bewijs dat dit soort respiratoire virussen in de buitenlucht kunnen worden overgedragen op een manier die ook maar enigszins relevant is voor de epidemie.’

 Buitengewoon kritisch is Kroes dan ook over de strikte handhaving van de anderhalvemeterregel in parken, natuurgebieden en op straat. ‘Men wil duidelijkheid, rechtlijnigheid. Maar we schieten er ook in door.’ Als voorbeeld noemt hij gemeenten die zich het hoofd breken hoe ze om moeten gaan met stoepen die minder dan anderhalve meter breed zijn. ‘Dan denk ik: moet je nou álles tot een probleem verklaren? In de buitenlucht kun je best een iets ander beleid voeren.’ (…)

Gelet op het voorgaande heeft de heer Aboutaleb misbruik van zijn gezag gemaakt door op 5 augustus 2020 de betoging ex artikel 4.2 noodverordening met sterke arm te (laten) beëindigen.

 Artikel 10 Grondwet

Het krachtens artikel 176 (jo 175) Gemeentewet verplicht stellen van het dragen van een mondkapje in de bij het Aanwijzingsbesluit aangewezen gebieden is in strijd met artikel 10 Grondwet. Het is niet mogelijk om ex artikel 176 Gemeentewet (jo 175 Gemeentewet) artikel 10 Grondwet te beperken.  

Ter onderbouwing wordt allereerst verwezen naar de dagvaarding van Stichting Viruswaarheid (bijlage) die hier als ingelast en herhaald dient te worden beschouwd. 

Expliciet wordt verwezen naar de conclusie van drie hoogleraren staatsrecht (de heer Brouwer, de heer Voermans en de heer Uzman):[12]

“Coronavirus Een mondkapjesplicht beperkt de grondrechten en is daarom juridisch niet zomaar mogelijk, zeggen hoogleraren staatsrecht.

Het kabinet kan niet op korte termijn beslissen tot een mondkapjesplicht in de openbare ruimte. Dat zeggen drie experts in het staats- en bestuursrecht tegen NRC. De maatregelen in de strijd tegen het coronavirus worden momenteel opgenomen in noodverordeningen en die zijn niet geschikt om grondrechten langdurig in te perken, zegt hoogleraar recht en samenleving Jan Brouwer (Rijksuniversiteit Groningen). Bij een mondkapjesplicht is dat volgens hem aan de orde.

Door de recente stijging van het aantal besmettingen is een bredere mondkapjesplicht momenteel onderdeel van het publieke debat. In Nederland geldt alleen een draagplicht in het openbaar vervoer, maar in veel andere Europese landen zijn mondkapjes ook verplicht in bijvoorbeeld winkels of horeca en zelfs op straat. Het kabinet besloot vrijdag het Outbreak Management Team (OMT) om advies te vragen of het gebruik van mondkapjes in Nederland „breder verplicht gesteld moet worden”.

Kleding voorschrijven

Volgens hoogleraar Brouwer gaat een mondkapjesplicht in tegen artikel 10 van de Grondwet, waarin staat dat eenieder recht heeft op „eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer”. Volgens Brouwer „kan de overheid niet zonder wettelijke grondslag kleding aan burgers gaan voorschrijven”. Hij wijst op eerdere mislukte pogingen om zonder wetgeving petjes of motorkleding te verbieden met plaatselijke verordeningen. Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans (Universiteit Leiden) geeft Brouwer gelijk en verwijst ook naar het boerkaverbod, dat vorig jaar zomer inging. „Burgemeesters wilden dat eerder al lokaal regelen, maar dit bleek niet mogelijk zonder een aparte wet.”

Zo’n aparte wet is er voorlopig nog niet. Het kabinet heeft onlangs wel een speciale coronawet ingediend, maar die wordt pas na de zomer behandeld in het parlement. Voorlopig worden coronamaatregelen dus nog in noodverordeningen opgenomen. Daarover oordeelde de Raad van State in een advies eind mei dat het werken met noodverordeningen „niet aansluit bij de specifieke wettelijke grondslag die de Grondwet eist voor de beperking van grondrechten”. Brouwer stelt daarom dat „je als overheid geen mondkapjesplicht kan invoeren als dat via een noodverordening volgens de Raad ongrondwettelijk is. Basisregel één in een rechtsstaat is dat de overheid zich aan het door zichzelf gecreëerde recht houdt.” Als de mondkapjesplicht er zonder goede juridische basis toch komt, denkt Brouwer dat burgers goede kans hebben bij de rechter als zij een boete voor het niet dragen van een mondkapje aanvechten.

Niet voor 1 oktober

Hoogleraar staatsrecht Jerfi Uzman (Universiteit Utrecht) deelt Brouwers’ interpretatie. „De Raad zei: grondrechten beperken met een noodverordening kan alleen heel kort en tijdelijk, bij een acuut probleem. Maar de coronacrisis is inmiddels een langlopend probleem en zo’n mondkapjesplicht gaat niet om een paar dagen, maar eerder om een paar maanden.” De Raad van State wil niet ingaan op een mondkapjesplicht omdat het kabinet de Raad hierover nog geen specifiek advies heeft gevraagd.”.

Van belang is daarbij op te merken dat de overheid zelf nota bene erkent dat er géén enkel wetenschappelijk bewijs aanwezig is dat het dragen van een mondkapje in de buitenlucht besmettingen zou (kunnen) voorkomen:

Website Rijksoverheid “Veelgestelde vragen over het gebruik van mondkapjes”:[13]

Moet ik een mondkapje dragen als ik naar buiten ga?

Dit is niet nodig. (…)

Persconferentie d.d. 29 juli 2020:[14]

  • Jaap van Dissel (voorzitter RIVM)

Het instituut toont dat ongeveer 200.000 personen ten minste een week een mondkapje moeten dragen om misschien, ik benadruk: misschien, één geval van besmetting te voorkomen.

  • Tamara van Ark (minister)

En omdat er vanuit medisch oogpunt geen bewezen effectiviteit is van mondkapjes heeft het kabinet besloten dat er geen landelijke plicht komt tot het dagen van niet medische mondkapjes.

Het verplicht stellen van het dragen van mondkapjes berust dan ook niet op het beschermen van de volksgezondheid, maar is niets anders dan een “willekeurig experiment” waarbij naar willekeur (namelijk mensen die een boodschap uitdroegen die de heer Aboutaleb niet beviel), werden beboet. Zie voornoemde opmerkingen van de heer Aboutaleb en de voorzitter van de Veiligheidsraad in eerder genoemde persconferentie:

Hubert Bruls (voorzitter Veiligheidsraad)

Belangrijkste is dus dat we als regio’s ook na vandaag kunnen zeggen ‘Ja we hebben de ruimte om op te treden, er kan ook zelfs geëxperimenteerd worden…. Dat wordt verder uitgezocht……’

Het uitvoeren van ‘experimenten’ middels een het uitvaardigen van een noodverordening ex artikel 176 Gemeentewet  en het naar willekeur op grond van die noodverordening beboeten van burgers is onrechtmatig.

Er is sprake van een onrechtmatige beperking van artikel 10 Grondwet: Een ‘experiment’ doorstaat evident het proportionaliteitsvereiste en subsidiariteitsvereiste niet.

Gelet op al het voorgaande heeft de heer A. Aboutaleb misbruik gemaakt van zijn gezag. Van overtreding van dit strafbare feit doet ondergetekende hierbij aangifte.

Voor zover de heer Aboutaleb zou stellen dat hij bevoegd was voornoemde noodverordening en aanwijzingsbesluit uit te vaardigen gelet op de aanwijzingen van de minister van Volksgezondheid de heer H. de Jonge wordt opgemerkt dat tegen laatstgenoemde in dit kader aangifte zal worden gedaan vanwege schending van artikel 355 Wetboek van Strafrecht.

Ik verzoek u om de ontvangst van de aangifte binnen 5 werkdagen schriftelijk te bevestigen en mij op de hoogte te houden van het verloop van de procedure.

Hoogachtend, 

Willem Engel

[1] Stichting Viruswaarheid, KvK 78278775, Emmastraat 3, 3043 TE Rotterdam.

[2] De ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

[3] Zie bijvoorbeeld: https://www.gids.tv/video/240162/protestante-in-rotterdam-uit-de-kleren-bij-demonstratie-tegen-mondkapjes-video

[4] https://www.rijnmond.nl/nieuws/197831/Voorlopig-in-Rotterdam-alleen-waarschuwing-voor-mensen-zonder-mondkapje

 

[5] https://www.hartvannederland.nl/nieuws/2020/betogers-mondkapjesplicht-rotterdam-krijgen-boete/

[6] https://www.telegraaf.nl/nieuws/317586649/rotterdamse-politie-gooit-demonstranten-zonder-mondkapje-op-de-bon?utm_source=t.co&utm_medium=referral&utm_campaign=twitter

[7] https://www.openbareorde.nl/tijdschrift/coronacrisis-en-het-recht-deel-11/

[8] https://www.raadvanstate.nl/@121106/w04-20-0139-vo/

[9] Artikel 175 en 176 Gemeentewet. Zie ook onder 11i: ‘Noodverordeningenmoeten dienen uit grondrechtelijk oogpunt niet verder te gaan dan nodig is. Mede in dat licht bezien moet ervan worden uitgegaan dat betogingen zijn blijven vallen onder het regime van de Wom’.

 

[10] https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2343273-oud-rivm-directeur-voor-landelijke-mondkapjesplicht-hekelt-vrijblijvend-beleid.html

[11] https://www.volkskrant.nl/wetenschap/onderzoek-nauwelijks-kans-op-besmetting-in-buitenlucht~b28c006b/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

[12] https://www.nrc.nl/nieuws/2020/07/27/algemene-mondkapjesplicht-kan-juridisch-niet-a4007106

 

[13]https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/openbaar-en-dagelijks-leven/mondkapjes

[14] https://www.hartvannederland.nl/nieuws/2020/persconferentie-mondkapjes/

Meer lezen: 

Dagvaarding mondkapje

Meld je aan voor de nieuwsbrief