Rechter Hammerstein over Viruswaarheid: “inhoudsloos geblaat”

Oud-raadslid Hoge Raad geeft mening zonder dagvaarding te lezen

 Door mr. Jeroen Pols

Voormalig raadsheer van de Hoge Raad Fred Hammerstein publiceerde maandag in NRC Next een opinie over het onlangs tegen Viruswaarheid gewezen vonnis. Hammerstein prijst de rechter en noemt het vonnis “om in te lijsten”. De “schreeuwers” in de samenleving verdienen geen steun.” De rechtspraak heeft volgens hem juist gehandeld en voorkomt met dit vonnis dat dat het gezag van de overheid ondermijnd wordt. Deze rechter toont met zijn mening de teloorgang van de rechterlijke onafhankelijkheid.

Een rechter is voor het leven benoemd. Van Hammerstein mag daarom verwacht worden aan waarheidsvinding te doen alvorens te oordelen. De rechterlijke waardigheid vereist verder enige terughoudendheid bij het doen van uitlatingen. De raadsheer hanteert echter de feitenvrije retoriek van de staat als toetsingskader en doet vervolgens polariserende uitspraken over Viruswaarheid.

Mediaberichten

Zo weet Hammerstein zeker dat zonder de maatregelen de ramp niet te overzien zou zijn geweest. Hij leidt dit af uit de situatie in de VS, Brazilië en Mexico. De oud- raadsheer baseert zich in zijn meningsvorming kennelijk uitsluitend op mediaberichten.  Viruswaarheid betwist in de dagvaarding op basis van feiten en goed onderbouwde argumenten echter dat COVID-19 de potentie heeft om de samenleving te ontwrichten en stelt op basis daarvan de proportionaliteit van de maatregelen ter discussie. Het doel van de procedure was juist om een inhoudelijk debat op feiten en waarheidsvinding te voeren buiten de feitenvrije mediaberichtgeving.

Het lag vervolgens op de weg van de staat om aan te tonen dat het nemen van maatregelen op basis van de beschikbare kennis gerechtvaardigd is. Ook kan de staat inzichtelijk maken welke afwegingen aan de besluiten ten grondslag liggen. De staat doet dit niet. Ook niet nadat de maatregelen al bijna vijf maanden een verwoestend spoor door onze samenleving trekken.

Lapmiddelen

De raadsheer leert verder uit het vonnis dat ook fundamentele rechten van burgers beperkt kunnen worden in tijden van crisis. De verordeningen zijn volgens Hammerstein dan wel “lapmiddelen”, maar de rechter gunt de overheid de tijd om met wetgeving een meer solide basis aan te brengen. Dit is opmerkelijk. Onze overheid heeft helemaal geen lapmiddel nodig om in een uitzonderingstoestand grondrechten in te perken. Daarvoor biedt artikel 103 Grondwet namelijk een goed afgewogen noodprocedure waarbij de Staten-Generaal het laatste woord heeft. De enige les die dit vonnis ons dan ook leert, is dat de overheid onze grondrechten op dit moment onbeperkt kan inperken zonder dat de rechter ingrijpt.

Hiermee is niet alleen Viruswaarheid verliezer. Zelfs voorstanders van de maatregelen moeten niet willen dat hun grondrechten buiten de wet om ingeperkt worden. Als een regering de wet niet meer als leidend beschouwt en de rechter vervolgens wegkijkt, betekent dit het einde van de rechtsstaat. Daarmee verliest heel Nederland met dit vonnis.

Geen virus

De rechter vraagt zich vervolgens ook af waarop Viruswaarheid haar standpunt baseert dat er in Nederland geen virus meer rondwaart. Uit deze opmerking wordt duidelijk dat Hammerstein de dagvaarding niet gelezen heeft.

Viruswaarheid stelt dat namelijk niet. Uit Duits wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de gebruikte coronatest een foutmarge heeft van minimaal enkele procenten. Daarmee volgt Viruswaarheid de juridische redenering dat, afgezet tegen de grote hoeveelheid testen, het aantal dagelijkse “besmettingen” binnen deze foutmarge liggen. Daarmee kan volgens Viruswaarheid op dit moment niet aangetoond worden of het virus nog in Nederland te vinden is.

De staat had dit standpunt kunnen weerleggen door de validatierapporten van de gebruikte PCR-test op tafel te leggen maar weigert dit. Daarmee blijft het standpunt van Viruswaarheid onweersproken. Het spreekt voor zichzelf dat de overheid de noodzaak voor grondrechteninperkingen dient aan te tonen. Als de aanwezigheid van het virus niet aangetoond wordt, dan ontbreekt vanzelfsprekend de noodzaak.

Deskundigen

Hammerstein vindt ook dat de staat mag afgaan op de blote adviezen van deskundigen. In een kort geding kan geen “battle of experts” beslecht worden. Dat is op zichzelf juist. Maar de voorwaarde is wel dat de experts een onderbouwing geven van hun adviezen. Dan kan namelijk vastgesteld worden op welke feiten en uitgangspunten deze deskundigen hun mening baseren. De staat heeft dit nagelaten.

De oud-raadsheer sluit zich ook aan bij de overweging dat de staat “niet gehouden is om Viruswaarheid te overtuigen dat de gekozen aanpak de beste en enige juiste is.” De actiegroep zou pretenderen dat wel te weten. Ook op dit punt is wordt duidelijk dat  Hammerstein er goed aan had gedaan eerst de dagvaarding te lezen alvorens een mening te geven.

Viruswaarheid stelt in de dagvaarding namelijk dat de staat moet aantonen dat er sprake is van een noodsituatie. Vervolgens vraagt Viruswaarheid om een onderbouwing van het gevoerde beleid waarbij met name aangetoond moet worden of er een deugdelijke afweging gemaakt is van de te verwachten voor- en nadelen van de maatregelen, de zogenaamde proportionaliteitsafweging. Dit is noodzakelijk om de rechtmatigheid van het beleid te toetsen. Temeer daar tal van grondrechten drastisch ingeperkt zijn.

Hierbij speelt het geen rol dat er met 50% van de kennis 100% van de beslissingen genomen moeten worden. Indien de staat echter haar beslissingen niet onderbouwt, heeft dit als logische conclusie dat de maatregelen opgeheven dienen te worden. Dit is een zuivere en juridische redenering.

De staat hoeft niet alleen Viruswaarheid te overtuigen Elke Nederlander heeft het recht op een onderbouwing waaruit de noodzaak tot inperking van zijn grondrechten volgt. Hierbij dient ook de vraag beantwoordt waarom de overheid een ongrondwettelijke weg bewandelt. Het is merkwaardig dat een oud-raadsheer van de Hoge Raad dit kennelijk aanvaardbaar vindt.

Schreeuwers

Het lag op de weg van de voorzieningenrechter om de burger tegen deze onrechtmatige aantasting van grondrechten te beschermen. Hammerstein denkt daar kennelijk anders over en doet feitelijk het tegenovergestelde. De mensen die opkomen voor hun grondrechten zijn in de ogen van de oud-raadsheer “schreeuwers” die de rechtspraak puur opportunistisch gebruiken en nare spelletjes met de rechtsstaat spelen. Over de misleiding van de staat tijdens de zitting laat Hammerstein zich daarentegen niet uit. Dit soort “nare spelletjes” kunnen echter aan Viruswaarheid niet verweten worden.

Ondermijning gezag

Met enige zelfgenoegzaamheid stelt Hammerstein nog vast dat de rechtspraak de samenleving in deze zaak behoedt voor de ondermijning van het gezag. Het is niet de overheid maar de populisten van Viruswaarheid die volgens de oud-raadsheer met vuur spelen. Hier bedient de raadsheer zich van een gevaarlijke retoriek.

De kern van de rechtstaat is dat de overheid zich aan haar eigen regels houdt. Verder hoort de rechter zich als derde macht zich onpartijdig tegenover het bestuur op te stellen. Hammerstein gebruikt de term “rechtsstaat” echter in de afwijkende betekenis namelijk dat de overheid de regels tegenover de burgers handhaaft. Dit is een tegengestelde betekenis. In deze visie heeft de rechtspraak kennelijk niet tot taak de burger te beschermen tegen de overheid maar het tegengaan van “ondermijning” van het gezag. Dat doet Viruswaarheid in zijn ogen door de onrechtmatige grondrechteninbreuk bij de rechter aan te kaarten.

Einde rechtstaat

Deze rechter van de Hoge Raad  zet zonder feitenonderzoek op rancuneuze wijze mensenrechtenactivisten weg als “schreeuwers” met “inhoudsloos geblaat”. Hiermee overschrijdt hij een duidelijke grens. Gehoopt mag worden dat de uitlatingen van deze raadsheer niet representatief zijn voor de rechtspraak.  Dat zou namelijk betekenen dat  de rechtspraak haar taak als bewaker van de rechtstaat niet meer vervult. De uitlatingen van de raadsheer tasten daarmee het vertrouwen in de rechtspraak ernstig aan. Ook geven de uitlatingen grond voor ernstige twijfel over de onpartijdigheid van de Nederlandse rechter.

Meer lezen

Artikel NRC

Meld je aan voor de nieuwsbrief