DutchEnglishFrenchGerman

Rechter negeerde internationale mensenrechtenverdragen

Gerechtshof behandelt 19 juli beroep Viruswaarheid tegen alle maatregelen

Door mr. Jeroen Pols

Rotterdam – 7 juli 2021 – Het gerechtshof in Den Haag behandelt op 19 juli het hoger beroep van het door Viruswaarheid tegen de Nederlandse Staat aangespannen kort geding. De actiegroep eist de onmiddellijke beëindiging van alle maatregelen omdat het kabinet de internationale verplichtingen voor de buitenwerkingstelling van grondrechten tijdens noodsituaties niet volgde. De rechter negeerde deze argumenten en wees bij vonnis van 10 mei de vordering af.

Viruswaarheid baseerde het kort geding op artikel 15 van het Europese mensenrechtenverdrag (EVRM) en de grondwettelijke regeling voor uitzonderingstoestanden. Overheden mogen alleen van fundamentele mensenrechten en vrijheden afwijken indien zij voldoen aan strenge voorwaarden. Nederland legde de bevoegdheden tot vergaande afwijkingen vast in de Wet publieke gezondheid.

Geen noodtoestand

De Staat beweerde in de rechtbank dat er van een noodtoestand geen sprake is en de maatregelen niet afwijken van fundamentele vrijheden. De toepassing van artikel 15 EVRM en de grondwettelijke regeling voor uitzonderingstoestanden zou daarom niet aan de orde zijn. De rechteninperkingen vallen volgens de Staat binnen de reikwijdte van de reguliere bevoegdheden van het bevoegde gezag. Een onderbouwing van dit standpunt gaf de landsadvocaat niet.  De rechter ging hierin mee en verwees naar het eerder door raadsheer Tan-de Sonneville in het ‘turbospoedappel’ gegeven oordeel in de Avondklokzaak.

Afwijking

De regeling bevat echter meerdere maatregelen die evident afwijken van grondrechten. Als voorbeeld wees Viruswaarheid op het verbod op groepsvorming en de sluitingen van middenstandsondernemingen en de horeca. De Oorlogswet voor Nederland en de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag bevatten vergelijkbare bevoegdheden. Deze kan het kabinet alleen na het afkondigen van een volledige noodtoestand inroepen. Een aantal andere Europese landen deed dat. Hiermee staat vast dat het zeer uitzonderlijke maatregelen zijn die fundamentele rechten terzijde schuiven.

Internationale Strafhof

Regeringsleiders die deze maatregelen nemen zonder te voldoen aan de door internationale mensenrechtenverdragen voorgeschreven voorwaarden, kunnen strafrechtelijk vervolgd worden op grond van artikel 7 van het Statuut van het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag. Een groep Franse advocaten en juristen diende bij dit hof onlangs op deze grond een aanklacht in tegen de Franse regering en andere nationale gezagdragers.

Rechtspraak

De rechtspraak wees in samenhang met de coronamaatregelen het afgelopen jaar meer dan twintig vonnissen. In nagenoeg alle zaken weigerden de rechters de noodzaak en evenredigheid van het beleid te toetsen en volgden de Staat kritiekloos. Daarmee legitimeerde en faciliteerde de rechtspraak de ingrijpendste vrijheidsinperkingen van de Nederlandse bevolking sinds de Tweede Wereldoorlog. Juristen van Viruswaarheid zullen in navolging van de Fransen eveneens een klacht neerleggen bij het ICC tegen onder anderen de betrokken rechters als medeplegers van misdaden tegen de menselijkheid.

Zitting

De behandeling van het beroep vindt op 19 juli om 9.30 uur plaats. Een livestream is aangevraagd. De zitting zal te volgen zijn via de website en social media kanalen.

Processtukken

Vonnis 10.5

Beroepsdagvaarding alle maatregelen def

Pleitnota Pels Rijcken

Pleitnotitie alle maatregelen

Dagvaarding Avondklok II definitief

Memorie van antwoord Staat

2) PLAINTE-CSAPE-CRIME-CONTRE-HUMANITE

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief