DutchEnglishFrenchGerman

Rechtspraak faciliteert, legitimeert en ridiculiseert

Ontluisterende uitspraken hoger beroep PCR-test en inreisverbod

 Door mr. Jeroen Pols

ROTTERDAM – 22 mei 2021 – Afgelopen dinsdag stelde het gerechtshof Viruswaarheid in twee beroepszaken opnieuw in het ongelijk. De actiegroep eiste een verbod op het gebruik van de PCR-test in strijd met de CE-toelating. Ook het inreisverbod zonder negatief testresultaat kreeg de goedkeuring van het hof. De rechtspraak faciliteert en legitimeert onrechtmatig overheidsbeleid. Alle remmen zijn los.

In maart vorig jaar startte de overheid een frontale aanval op onze rechtsstaat. De huidige inperkingen van fundamentele vrijheden en mensenrechten waren tot voor kort ondenkbaar. Het is de taak van de rechter om de bevolking te beschermen tegen onrechtmatige inbreuken op grondrechten. Viruswaarheid voerde tot op heden ruim vijftien rechtszaken. De balans is ontnuchterend. De rechtspraak biedt geen oplossing. Zij is het probleem.

PCR-zaak

De PCR-test vormt de spil van het coronabeleid. De test heeft grote foutmarges en volgens de gebruiksaanwijzingen van de fabrikanten zegt een positieve of negatieve uitslag weinig over de aanwezigheid van het virus. Het aantreffen van een stukje DNA afkomstig van het SARS-Cov-2 virus bepaalt immers niet of iemand op dat moment ziek, besmettelijk of geïnfecteerd is. Daarmee mag de test hoogstens gebruikt worden als indicatie in een diagnoseprocedure door een arts.

Deze gebreken maken dit hulpmiddel ongeschikt als basis voor ingrijpende beleidsbeslissingen. Het huidige gebruik is evident onverenigbaar met de CE-toelating. Dit is in strijd met de wet en de rechter dient dan een verbod uit te spreken.

De staat verweerde zich met woordspelletjes. Zij zou geen diagnoses stellen doch alleen de aanwezigheid van het virus opsporen. De staat ziet hier over het hoofd dat ook deze toepassing in strijd is met het toegelaten gebruik.

Desondanks volgde het gerechtshof dit verweer. In combinatie met symptomen zou namelijk de kans reëel zijn dat de persoon besmettelijk was is of wordt. Dit vormt een wel hele wankele basis om een bevolking van haar vrijheden te ontdoen. Daarbij zijn het voornamelijk gezonde mensen die in de teststraten aanschuiven.  Het hof negeert ook dit punt.

Volgende analogie maakt duidelijk hoe onnavolgbaar de argumenten van het hof zijn. Op een crime scene worden DNA-sporen aangetroffen van een bepaalde persoon. Volgens deze rechters is daarmee de kans reëel dat deze persoon op dat moment aanwezig is op de crime scene en dat hij de dader is. In realiteit kan uit de vondst van DNA-sporen zonder aanvullend bewijs niets afgeleid worden. Zelfs niet of iemand die locatie bezocht.

In plaats van de wet toe te passen en de test wegens strijdigheid met de CE-toelating te verbieden komen de rechters tot de slotsom dat de test goed genoeg is. Daarmee weigerde het hof het recht toe te passen en faciliteren en legitimeren zij een voortzetting van een hoogst bedenkelijk en onrechtmatig beleid.

Overheidscommunicatie

Viruswaarheid voerde verder aan dat de communicatie over testuitslagen in strijd is met de uitgangspunten voor overheidscommunicatie. Deze is volgens Viruswaarheid misleidend en onnodig alarmerend. Zo verkoopt de staat de positieve testen aan het publiek als gevallen van corona.

Het hof denkt hier anders over. De overheid mag de positieve testen presenteren als “gevallen” of “besmettingen”. Ook hoeft de overheid in haar communicatie de bevolking niet te informeren in hoeverre de zorg meer of minder overbelast is dan andere jaren of dat elk jaar duizenden mensen overlijden aan de griep. Dat een groot deel van de officiële coronapatiënten in werkelijkheid voor andere aandoeningen in het ziekenhuis ligt, is evenmin informatie waar het publiek recht op heeft. Het hof geeft de overheid daarmee een vrijbrief voor ongebreidelde angstpropaganda.

Inreisverbod

In het andere hoger beroep stelde Viruswaarheid de rechtmatigheid van de verplichte negatieve test als voorwaarde om naar huis te reizen aan de orde. Dit is in strijd met artikel 3 van het Vierde Protocol bij het Europese mensenrechtenverdrag. Een staat mag aan ingezetenen onder geen enkel beding het recht onthouden terug te keren. Dit is een absoluut recht zonder een inperkingsclausule.

Het hof denkt daar anders over. Dit recht zou maatregelen met een tijdelijk karakter niet uitsluiten omdat het beoogt verbanningen te verbieden. Viruswaarheid voerde aan dat uit de toelichting bij het verdrag volgt dat verbanningen vaak tijdelijk waren. Daarbij is hier sprake van een medische verbanning. De onderhandelaars van het verdrag zagen het destijds als ondenkbaar om ingezetenen de toegang tot hun land op medische gronden te verbieden. Daarvan is hier sprake.

Ook aan de overige gronden van Viruswaarheid, zoals de strijdigheid met het systeem van de Grondwet en de Wet publieke gezondheid gaat het hof met doelredeneringen voorbij.

Faciliteren, legitimeren en ridiculiseren

De balans na een jaar procederen is ontnuchterend. De rechtspraak vervult haar rol niet als handhaver van de rechtsstaat. Integendeel. Met haar uitspraken legitimeert en faciliteert zij een overheid die fundamentele mensenrechten en vrijheden in een ongekend tempo afbouwt. Daarnaast ridiculiseren de vonnissen organisaties die hiertegen in het geweer komen. De rechters laten de bevolking in de kou staan.

Bij de grote schandalen van de afgelopen jaren bleef de rol van de rechters opvallend onderbelicht. Zo is in de toeslagenaffaire de aandacht gericht op de beleidsmakers en uitvoeringsorganisaties. Terecht, doch de rechtspraak draagt een minstens zo grote verantwoording. Zij faciliteerden en legitimeerden onrechtmatig overheidshandelen waardoor duizenden gezinnen opzettelijk door een kwaadaardige overheid in de wanhoop en ruïne gedreven werden.

Dit geldt ook in de coronacrisis. De mythe van de onberispelijke Nederlandse rechtspraak is doorgeprikt. Als de rechters het recht zouden toepassen in plaats dit te buigen en te negeren, was de maatschappelijke, sociale en economische schade beperkt gebleven. Daarmee is de rechtspraak ook als hoofdschuldige van de huidige crisis aan te wijzen.

Binnen de rechterlijke organisaties bevinden zich ook mensen die het recht een warm hart toedragen en hun taakopvatting serieus nemen. Zo wees rechter Hoekstra een moedig vonnis.  De organisatie als geheel is echter doodziek.

De vraag is hoe de rechtspraak in deze rol terechtkwam. Een grondig onderzoek naar het functioneren van de rechtspraak is daarmee noodzakelijk. Daarbij zullen de verantwoordelijken ook strafrechtelijk aangesproken dienen te worden. Een functionerende rechtspraak is een voorwaarde om een integere overheid en een menselijke samenleving op te bouwen. Dat zal niet eenvoudig zijn.

Meer informatie

arrest inreisverbod

Arrest PCR

Dagvaarding HB PCRBetekende dagvaarding appel

20210315 Memorie van antwoord

Betekende dagvaarding appel

Meld je aan voor de nieuwsbrief