Verslag Kamercommissie Noodwet: Wat vinden de partijen?

Alleen PVV, FvD, PvdD en Haga keuren voorstel scherp af

Door mr. Jeroen Pols

Rotterdam – 1 september 2020 – De Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid presenteerde 24 augustus haar verslag over het wetsvoorstel “Tijdelijke wet maatregelen COVID-29”. Het stuk omvat 65 pagina’s met vragen en opmerkingen. Na bestudering resteert de vraag hoe het mogelijk is dat volksvertegenwoordigers serieus debatteren over een wetsvoorstel dat sociaal gedrag strafbaar stelt. Toekomstige generaties zullen met verbijstering op ons terugkijken. Wat zijn de standpunten van de partijen? Er is hoop.

Bron: Wikikids

 Kamer verdeeld in drie groepen

De Kamerfracties kunnen ingedeeld worden in drie groepen. De PvdA, VVD en het CDA ondersteunen het wetsvoorstel onvoorwaardelijk. De VVD houdt zich op de vlakte maar het CDA en de PvdA gaan nog een stap verder: zij zien het liefst dat de bevoegdheden in het wetsvoorstel nog verder uitgebreid worden.

De ChristenUnie, D66, SP, SGP en GroenLinks steunen in beginsel de wettelijke regeling maar plaatsen serieuze kanttekeningen. 50PLUS steunt eveneens het wetsvoorstel, maar beperkt haar kritiek tot de opmerking dat “het doel niet de middelen heiligt”.  De PVV, Forum voor Democratie en de Partij voor de Dieren nemen een duidelijk standpunt in: de wet is voor hen in alle opzichten volstrekt onacceptabel.

Bijna alle partijen hebben kritiek op de vangnetbepalingen die een carte blanche afgeven aan de regering. Het regeren met ministeriële besluiten zonder parlementaire controle stuit eveneens op bezwaren, omdat de democratische legitimiteit ontbreekt.

De mogelijkheid om zonder inspraak van het parlement de looptijd van de wet te verlengen, roept ook vragen op.

Dit geldt eveneens voor de ruime en open begripsomschrijvingen in het voorstel. Zo vragen de verschillende fracties welke criteria gehanteerd worden om te bepalen of er sprake is van een directe dreiging of wanneer er sprake is van een situatie dat de wet ingetrokken kan worden. De onduidelijke begrippen geven de regering de bevoegdheid tot in lengte van dagen zonder inspraak van het parlement te regeren en vrijelijk maatregelen per decreet uit te vaardigen. Hierna komen de standpunten van de verschillende partijen aan de orde.

 Het CDA: Mondkapjes, quarantaineplicht, verplicht testen en handhaving tot  in de woonkamer

Het CDA kent nauwelijks grenzen bij het inperken van burgerlijke vrijheden en vraagt onbeschaamd om nog meer bevoegdheden. De partij prijst in Orwelliaans  taalgebruik het wetsvoorstel omdat de maatregelen “gestoeld zijn op vrijwilligheid”. Wie echter tussen de straf- en verbodsbepalingen zoekt naar deze eigen verantwoording, komt bedrogen uit.  Van vrijwilligheid is geen enkele sprake, wel  van zware repressie en straffen.

Deze partij is voorstander van het opnemen van een quarantaineverplichting voor reizigers uit “oranje landen ”. Ook meent de partij dat de noodwet een kader moet bieden voor “toekomstige vergelijkbare situaties” en niet alleen tegen COVID-19.

Feitelijk pleit zij hier voor een regering die permanent met nagenoeg onbeperkte bevoegdheden bij  decreet regeert. Waar de partij zich vooral bezorgd om maakt, is de “onterechte onrust” in de samenleving over het voorstel. De regering moet meer doen aan publieksvoorlichting om het draagvlak te vergroten. De ervaringen van de laatste maanden rechtvaardigen de verdenking dat zij in Orwelliaans  taalgebruik een intensivering van de censuur bepleit.

Het CDA vraagt verder of een mondkapjesverplichting ingevoerd kan worden op basis van de bevoegdheid om hygiënemaatregelen voor te schrijven. De partij bepleit een specifieke grondslag in de wet.

Deze christelijke partij vindt overigens dat het niet strafbaar moet zijn om levens te redden. De leden zien graag een uitzonderingbepaling van de strafbaarheid op het aanhouden van de veilige afstandsverplichting in levensbedreigende situaties.

Het zit deze partij verder niet lekker dat het gewijzigde wetsvoorstel geen mogelijkheid biedt om huizen binnen te vallen. De meeste besmettingen vinden volgens de fractie thuis plaats. Woningen worden volgens de partij misbruikt voor “coronafeestjes” waar alcohol rijkelijk vloeit. Hierdoor neemt de discipline voor het naleven van de veilige afstandsregels mogelijk af. Het CDA ziet graag een mogelijkheid om achter de deur te handhaven als woningen “misbruikt” worden als feestlocatie.

Deze partij behartigt niet de belangen van de bevolking. De conclusie is dat het CDA de rechtsstaat definitief afschaft.

PvdA: Quarantaine- en testplicht, politiecontrole woonkamer

De PvdA prijst het wetsvoorstel. Volgens de fractie vindt de regering met dit voorstel een “optimale balans tussen enerzijds de noodzaak van snel en effectief handelen en anderzijds de bescherming van grondrechten en de democratische legitimering.”

Tegelijkertijd vraagt zij een bevoegdheid voor de regering om de regels in woningen te kunnen handhaven. De PvdA speelt een dubieuze rol, welke  belangen zij hier dient, is onduidelijk. In ieder geval niet die van de bevolking.

Ook willen de leden duidelijkheid of op basis van het wetsvoorstel de hele horecasector, een tijdelijke sluiting van een bepaalde horecazaak, een plaatselijke mondkapjesverplichting of het afsluiten van stranden of natuurgebieden geregeld  kan worden. Indien dit niet het geval is, wil zij weten op basis waarvan dat wel mogelijk is.

De PvdA mist in het wetsvoorstel de mogelijkheid tot verplichte testen voor reizigers uit risicogebieden en quarantaineverplichting.  De partij vraagt of dit soort verplichtingen op basis van bestaande regelgeving afgedwongen kan worden en in hoeverre dit voor grote groepen mensen mogelijk is. Het wetsvoorstel dient volgens de fractie uitgebreid te worden met deze onderdelen.

De PvdA schaft samen met de VVD en het CDA de rechtsstaat af.

VVD: houdt zich op de vlakte

De VVD blijft met vragen en opmerkingen op de vlakte maar is als regeringspartij groot voorstander van de wet.

De vangnetbepaling is volgens de partij nodig voor spoedsituaties. Wel vraagt de partij wat een directe dreiging van de ziekte inhoudt en hoelang er geen sprake meer moet zijn van een directe dreiging om de wet te doen vervallen.

Verder maakt de partij zich zorgen over de bevoegdheid van de burgemeesters om bevelen te geven teneinde  naleving van de regels in open en gesloten plaatsen te verzekeren. De partij vraagt of bij sluitingen rekening gehouden moet worden met de belangen van ondernemers. Ook vinden zij dat gekeken moet worden of de verantwoordelijke voor een gesloten plaats de zorgplicht goed nageleefd heeft.

De leden vragen zich af of het mogelijk is maatregelen te laten doorlopen na afloop van de wet.

D66: Steunt wetsvoorstel maar is  wel kritisch

De D66-fractie looft de aanpassingen en steunt het wetsvoorstel,  maar vinden de looptijd van zes maanden te lang. De partij vraagt op welke wijze een verlenging van de wet tegengehouden kan worden door het parlement en of dit alleen kan met een motie van wantrouwen. Ook de boetes zijn naar hun mening erg hoog.

De leden zien verder dat de noodverordeningen vervangen worden door ministeriële regelingen en verzoeken om inzage daarvan. Inperkingen van grondrechten moeten volgens de fractie bij wet geregeld worden. De partij heeft zorgen over de beperkte invloed van het parlement op de inhoud van deze regelingen.

Ook bestaan er bezwaren tegen de vangnetbepalingen. Deze bieden geen rechtsstatelijke garanties. Daarbij is er volgens de partij sprake van een dubbel vangnet. Artikel 58a lid 2 geeft namelijk ook de mogelijkheid om in bijzondere gevallen noodverordeningen in werking te stellen. De partij vraagt waarom deze bepaling naast de vangnetbepaling opgenomen is.

D66 stelt verder vragen over de nalevingsplicht van RIVM-protocollen door zorgpersoneel, welke eigen afwegingsruimte zij hebben en in hoeverre deze gehandhaafd kunnen worden met boetes en schriftelijke aanwijzingen.

De partij vraagt ook in hoeverre het wetsvoorstel de bewegingsvrijheid van bewoners  waarborgt en of zij kunnen meebeslissen over het ontvangen van bezoek. Volgens de fractie moet er aandacht blijven voor de kwaliteit van leven naast de noodzaak om de gezondheid te beschermen.

Gerechtsgebouwen zouden volgens D66 uitgesloten moeten worden van de sluitingsbevoegdheid van de minister. Ook vragen zij zich af of het mogelijk is bij ministeriële regeling het dragen van een mondkapje algemeen verplicht te stellen.

GroenLinks: Steunt wetsvoorstel maar is  wel kritisch

GroenLinks steunt het voorstel, maar vraagt zich af of en wanneer een mogelijke verplichte quarantaine en medewerking aan contactonderzoek aan de Kamer wordt voorgelegd. Ook verbaast het de fractie dat de regering kiest  voor noodverordeningen in plaats van  de door artikel 103 Grondwet voorgeschreven weg.

De fractie vindt het wetsvoorstel strijdig met de uitlatingen van de regering, deze  bevat volgens de partij namelijk meer bevoegdheden voor de ministers. Ook stelt GroenLinks vraagtekens bij de noodzaak van de wet. Verder ontbreken volgens de partij concrete criteria zoals de verspreidingsgraad of IC-bezetting om te bepalen of  de wet niet meer nodig is. De leden zijn benieuwd of met ministeriële besluiten de boetes verhoogd kunnen worden.

De mogelijkheid om het openbaar vervoer stil te leggen, kan evenmin op goedkeuring van GroenLinks rekenen. Zij zien dit als een essentiële dienst. Ook zien zij graag dat mensen met een beperking uitgezonderd worden van de mondkapjesplicht.

Opvallend is dat de partij tegelijkertijd wel aandringt op strenge en consequente handhaving omdat anders “regelgetrouwe burgers hun motivatie verliezen”. Als voorbeeld noemt de fractie de “corona feesten” onder bruggen of in de vrije natuur. ”Het is vaker voorgekomen dat deze feestjes beëindigd werden zonder oplegging van boetes. Dat is niet uit te leggen aan mensen die beboet werden voor het niet dragen van een mondkapje”, aldus de fractie.

ChristenUnie: Steunt wetsvoorstel maar heeft  duidelijke twijfel

De ChristenUnie vindt de wet verdedigbaar, maar vraagt waarom met een tijdelijke wet,  maatregelen getroffen worden voor de lange termijn. Zij stelt ook vraagtekens bij de proportionaliteit en noodzaak van het wetsvoorstel nu de IC’s leeg zijn.

De leden zien in de wet geen basis voor het invoeren van een vaccinatieplicht en vragen de regering om de garantie dat dat dit niet gebeurt. Ook ontbreekt volgens de partij een beroep op de eigen verantwoording van de burger.

Een punt van zorg is volgens de fractie de communicatie over de wet en de maatschappelijke onrust rondom de consultatieversie.

De partij vindt het verder onacceptabel dat zonder inspraak van het parlement bij een “directe dreiging” van het virus de looptijd verlengd kan worden. Dit criterium dient uit de wet geschrapt te worden.

Er mag van de leden ook geen landelijk bezoekverbod meer komen voor verpleeghuizen, dit leidde tot schrijnende situaties . Ook moeten mantelzorgers altijd toegang hebben.

Bij scholensluitingen moet lokaal maatwerk plaatsvinden zodat alleen sluitingen plaatsvinden bij vastgestelde besmettingen. De ChristenUnie vraagt verder waarom er een algemene afstandsbeperking voor minderjarigen onderling is opgenomen.

Ook zien zij niet hoe het onderscheid tussen 12- en 13-jarigen vorm zal krijgen, alsook wat vastgelegd wordt over de afstandseis tussen volwassenen en minderjarigen als zij niet tot hetzelfde huishouden behoren. De partij geeft de voorkeur aan het maken van onderscheid tussen minder- en meerderjarigen op basis van onderzoeken van het RIVM.

De boetes zijn volgens de partij veel te hoog.

SP: kritisch

De SP maakt zich grote zorgen om de democratische zeggenschap van het parlement.  Wel ziet de partij het belang om een veilige afstand te houden. De afgelopen maanden zijn er discrepanties in het beleid, zoals uitzonderingen voor het openbaar vervoer. Ook ziet de partij dat het niet altijd mogelijk is  deze afstand te houden ook al is dat het beste.

De vragen die de partij opwerpt maken de absurditeit van de discussie duidelijk.

De partij vraagt zich af als iemand op straat valt en een onbekende schiet te hulp, diegene een boete en strafblad krijgt waardoor een Verklaring Omtrent Gedrag geweigerd wordt als deze werkzaam is bij justitie of als buitengewoon opsporingsambtenaar. Ook vraagt de partij zich af of mensen die samen naar een vakantiepark gaan, in hun huisje geen 1,5 meter afstand hoeven houden maar zodra zij buiten zijn wel.

En klopt het dat opa’s en oma’s geen afstand hoeven te houden van niet-inwonende kleinkinderen tot 12 jaar, maar op de dag dat zij 13 worden strafbaar zijn? De leden vragen zich verder af of mensen die alleen wonen niet meer buitenhuis kunnen afspreken zonder de veilige afstand aan te houden en of geldboetes en gevangenisstraffen in deze gevallen redelijk zijn.

Ook komt de vraag  waarom niet gekozen is voor dringende adviezen in plaats van afdwingbare verplichtingen. En neemt de regering in ogenschouw dat de gevolgen voor de gezondheid van mensen groot kunnen zijn als zij geen sociaal leven kunnen leiden?

De SP vraagt ook of geen uitzondering gemaakt moet worden voor personen die anders dan beroepsmatig of vanuit dienstverlening eerste hulp bieden aan anderen buiten een woning.

Partij voor de Dieren: “Wetsvoorstel onacceptabel”

De Partij door de Dieren heeft grote problemen met het wetsvoorstel. Zij merkt op dat het wetsvoorstel veelvuldig spreekt over het vergroten van de legitimiteit en democratische controle, maar dit blijkt volgens hun niet uit de wettekst.

De fractie hekelt het zwalkende beleid en vraagt de regering het voorstel op kortst mogelijke termijn in te trekken. De leden vragen zich af hoe de regering überhaupt zo’n onacceptabele verreikende en ingrijpende wetswijziging ter consultatie aangeboden kan hebben .

De wijze waarop de regering invulling geeft aan de parlementaire controle, vindt zij stuitend. De vergroting van parlementaire controle klopt alleen in vergelijking met de situatie onder de noodverordeningen. Dat is een onjuiste vergelijking. Tegenover de situatie van voor corona is de invloed juist sterk ingeperkt. Zo is het recht op amendement verdwenen door het gebruik van ministeriële  regelingen.

Wel ziet de fractie dat nog altijd maatregelen nodig zijn om het virus onder controle te houden, al mag dit niet gebeuren met vergaande bevoegdheden  voor het kabinet zonder invloed van de Kamer. De enige beperking op de onbeperkte macht van de minister in het wetsvoorstel is dat de maatregelen gericht moeten zijn op het bestrijden van de epidemie.

De fractie vindt dat meer belangen meegewogen moeten worden. Er is nu sprake van een wet met blanco bevoegdheden voor de minister. De partij vreest dat de wet na het verdwijnen van de epidemie gewoon van kracht blijft met de verwijzing naar de mogelijkheid dat het virus weer oplaait.

De partij vindt de vangnetbepalingen onaanvaardbaar. Ook het verschil in behandeling tussen de luchtvaart en andere branches is onacceptabel.

PVV: “Wetsvoorstel tast onnodig vrijheden aan”

De PVV spreekt zich duidelijk uit tegen de wet en “zullen nooit een wet accepteren die onnodig vrijheden van burgers aantast en inperkt en het parlement buiten spel zet.” De PVV vraagt zich af welke proportionaliteitsafweging gemaakt is bij de inperking van grondrechten en waar dit in het wetsvoorstel blijkt. Ook vraagt de PVV zich af of minder vergaande maatregelen overwogen zijn.

FvD: “Wetsvoorstel verontrustend”

De leden van de FvD-fractie zijn verontrust over het wetsvoorstel. De minister wordt gemachtigd om maatregelen te treffen die forse inbreuk  maken op grondrechten van burgers. De voorgestelde maatregelen zijn volgens hen niet noodzakelijk, niet proportioneel en daarmee onrechtmatig.

De partij vraagt wanneer de doelstellingen van de wet bereikt zijn  en de vrijheidsbeperkingen niet meer nodig zijn. Ook vraagt de fractie waarom de keuze gemaakt is om de regering over verlengingen te laten beslissen. Nu gewacht moet worden op een vaccin bestaat volgens FvD de mogelijkheid dat de Nederlanders nooit meer in vrijheid kunnen leven. Het is immers helemaal niet zeker dat een vaccin mogelijk is.

De FvD stelt de regering duidelijke vragen. Zo vraagt zij in hoeverre het wetsvoorstel rekening houdt met de laatste wetenschappelijke inzichten, of de regering er rekening mee houdt dat de curve ook afgevlakt zou zijn indien geen maatregelen getroffen waren en dat in de buitenlucht geen besmettingen plaatsvinden. En zo ja, waarom acht de regering de maatregelen noodzakelijk. Zo nee, hoe verklaart de regering dat de recente demonstraties niet tot een verhoging van de verspreiding van het virus geleid heeft.

SGP: twijfel over steun

De SGP staat kritisch tegenover het wetsvoorstel en stelt de vraag of, gezien het beperkte aantal ernstige gevallen, vergaande verplichtingen zoals de afstandsnorm nog wel gewenst zijn. Zij vinden het wetsvoorstel te ruim en te onbestemd.

Ook vraagt de SGP zich af op welke wijze het voorstel rekening houdt met de gezondheidsschade op psychisch en sociaal terrein. Verder vindt de partij dat er een maximum moet komen van het aantal verlengingen . SGP vraagt ook of standaardboete  van 390 niet te hoog is.

50PLUS steunt het wetsvoorstel in beginsel, maar houdt zich op de vlakte.

De ouderenpartij is zich bewust van de “ernst van de pandemie en de noodzaak om maatregelen te nemen ter bescherming van kwetsbare mensen” maar is  niet van oordeel dat het doel de middelen heiligt.

Conclusie: er is hoop

De VVD, CDA en PvdA diskwalificeren zich door een antidemocratische wet te steunen. Zij kunnen niet meer de schijn ophouden dat zij de belangen van de Nederlandse bevolking dienen. Een stem op één van deze partijen is een stem tegen de burger.

De discussie over het wetsvoorstel heeft een hoog surrealistisch gehalte. De wet verbiedt de meest elementaire sociale gedragingen van mensen. Daarnaast perkt het voorstel elementaire vrijheden op ongekende wijze in.

Deze discussie illustreert de grootste  crisis in de rechtsstaat sinds de Tweede Wereldoorlog. Komende generaties zullen zich met verbijstering afvragen hoe het mogelijk was dat zinnige mensen een serieus debat konden voeren over dit wetsvoorstel. Een regering die dit durft voor te leggen, had gelijk weggestuurd moeten worden. Het is zorgwekkend dat dit niet gebeurde.

De door de SP opgeworpen vragen benadrukken de absurditeit. Hoe bestaat het dat serieus gedebatteerd wordt over de vraag of mensen die op straat anderen in een levensbedreigende situatie redden, uitgesloten moeten worden van straffen wegens het niet aanhouden van de 1,5 meter. Of over de strafbaarheid van een 13-jarige als hij zijn oma knuffelt.

Wat opvalt is dat de middengroep, D66, SP, ChristenUnie, GroenLinks en SGP wel kritisch zijn maar de olifant in de kamer negeren. Inmiddels is algemeen bekend dat het virus niet gevaarlijker is dan een griep. In de Kamer is door Van Dissel bevestigd dat 98% van de bevolking geen enkel gevaar loopt. Ook bevestigde minister De Jonge dat de sterftekans lager is dan ten tijde  van de griepgolf van 2017-18. Toch gaan de partijen mee met  het uitgangspunt dat een gevaarlijke pandemie ons bedreigt.

Een ander opvallend punt is dat deze partijen geen onderbouwing vragen van de proportionaliteit, effectiviteit en noodzakelijkheid van de verschillende maatregelen. Voor de 1,5-meterregel ontbreekt elke wetenschappelijke onderbouwing. Dit is door het RIVM bevestigd. Van de mondkapjes is inmiddels door de bewindslieden toegegeven dat deze niet bijdragen aan het beperken van de verspreiding. De maatregelen hebben een verwoestende uitwerking op de samenleving. Het virus zelf richtte daarentegen nauwelijks schade aan.

De Universiteit van Leipzig deed in opdracht van de deelstaat Sachsen een onderzoek naar de rol van kinderen en jongeren bij de verspreiding van het virus en de gevolgen van de schoolsluitingen. De resultaten zijn schokkend: jongeren en kinderen verspreiden het virus niet.

De gevolgen van de schoolsluiting en de hygiëneregels op de scholen hebben een vernietigende uitwerking op de sociale, fysieke en geestelijke gezondheid van de kinderen. Onze samenleving heeft de kinderen in de steek gelaten. De kinderen en jongeren hebben het vertrouwen in de toekomst verloren en zien dat hun vrijheid  niet terugkomt. We dienen te waarborgen dat jongeren weer ongestoord kunnen opgroeien. .

Het wetsvoorstel geeft de minister de bevoegdheid scholen en universiteiten naar believen te sluiten dan wel aan maatregelen te onderwerpen. Ook zijn jongeren en kinderen niet uitgesloten van de afstandsmaatregelen. Gezien de laatste wetenschappelijke bevindingen kan daarvan geen sprake zijn, kinderen en jongeren moeten door deze regering nu  met rust gelaten worden zodat zij weer onbezorgd naar school kunnen.

De positie van de ChristenUnie en SGP is nauwelijks houdbaar. Zij zitten in een weinig benijdenswaardige positie. De uitwerkingen van het beleid worden elke dag meer zichtbaar. Deze zijn niet te verenigen met de christelijke beginselen als naastenliefde en menselijkheid. Op dit moment sterven in de wereld 300 duizend mensen per dag een hongerdood als gevolg van de maatregelen. Kan een christelijke partij hiervoor verantwoording nemen?

De partijen in de middengroep stellen gelukkig serieuze vragen. De regering zal echter niet met bevredigende antwoorden komen.

Wij mogen hopen dat deze partijen hun rug recht houden met de juiste gevolgtrekking. Beter ten halve gekeerd als ten hele gedwaald. Om te voorkomen dat de samenleving nog verder afglijd in wanhoop en chaos, is er voor deze partijen maar één optie, namelijk tegen het wetsvoorstel stemmen en deze regering stoppen. Alleen dan  kan Nederland beginnen met het herstel van de ongelooflijke economische, menselijke en maatschappelijke schade.

Meer lezen:

Verslag wetsvoorstel

Studie-Prof.-Kiess

Waarom de regering NU moet opstappen!

 

 

 

 

 

 

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief