Wat een goed en fijn land was Nederland, en wat een goed en fijn land kan het worden. 

Een land waar mensen samenleven, elkaar bezoeken, families elkaar vinden en mensen bijpraten in de kroeg. Waar evenementen gehouden worden, feesten gevierd, en smartelijke momenten gedeeld. Waar mensen vrij en volop leven, flinker zijn dan ze wellicht dachten en zich door een ver buiten de oevers van wat een rechtsstaat heet te zijn, getreden staatsapparaat de onwettige wet niet laten voorschrijven.
Een land waar eerlijkheid de norm is en oplichting de strafbare uitzondering. Een land met een staat die het tot zijn taak rekent om de burgers hier goed en juist te informeren en hun vrijheid te garanderen. Een staat met bestuurders die de kalmte bewaren en bemoedigen in moeilijke tijden in plaats van olie op het vuur te gooien.

Een land waar de staat, toch ons bestuursapparaat,  bestaand uit mensen die zich richten op welzijn en welvaren van ons, en andere belangen daaraan ondergeschikt maakt. Daar betalen wij ze immers voor en hebben we ze voor in dienst.

Een land waarin een andere mening, een andere conclusie uit de feiten, welkom is, want twee weten meer dan één en samen kom je allicht allebei tot een nieuwe, betere conclusie.

Voorwaarde is wel dat alle partijen voor debat open staan en willen weten, willen leren en nastreven wat zij zeggen dat hun doel is. Geen valse vlag maar een open vizier.

Viruswaarheid is dienaangaande van meet af aan duidelijk geweest in de huidige situatie rond covid-19.

Namelijk: alle feiten op tafel, transparantie van het beleid en aanpassing daarvan indien de feitelijke situatie dat vraagt. We hebben inmiddels drie rechtszaken gevoerd om die openheid voor ons allemaal te krijgen. De Staat heeft die openheid bij diverse monden, geweigerd te geven, en geeft die nog steeds niet.

In plaats van te kalmeren en vrijheid te stimuleren bewerkstelligt de staat het omgekeerde. Mensen worden geknecht met de vrees voor niet vastgestelde besmettingen die ook nog eens zouden toenemen. Dat hoeft overigens niet ongunstig te zijn: immers hoe meer mensen het virus bij zich dragen zonder ziek te worden, hoe meer mensen immuun blijken te zijn voor covid-19. De eerder door premier Rutte zo gewenste groepsimmuniteit nadert, schijnbaar met steeds rassere schreden. Iets om te vieren dus, eerder dan om te vrezen. Jammer dat hij daarover niets positiefs te zeggen heeft, terwijl het zo makkelijk zou zijn die opmonterende boodschap te brengen.

Maar we mogen niet vieren, we moeten vrezen, dat lijkt het uitgangspunt en doel van het beleid te zijn.

Iedereen die daar maar iets anders van vindt, wordt in de hoek van oproerkraaier, wappie of virusontkenner gezet in plaats van hen aan te zien voor wat zij zijn: mogelijke gesprekspartners in wat een dialoog zou kunnen zijn, maar helaas van meet af aan een eenzijdig gesprek tussen gelijkgestemden is geweest.

Inmiddels mengden talloze medici en wetenschappers en juristen zich in het gesprek. Onze bestuurders en volksvertegenwoordigers houden zich ook voor hen grotendeels doof. Als ze al niet direct als kwakzalvers geadverteerd worden dan worden ze wel genegeerd.

Er wordt verdeeldheid gemaakt waar die er eerder niet was, en tegengestelde belangen gesuggereerd waar die er niet zijn. Iedereen wil immers hetzelfde, of zegt in ieder geval hetzelfde te willen: een vrij land met mensen die in vrijheid en naar eigen gezond verstand en inzicht hun leven kunnen leven. Samenleven zoals wij samen dat willen, en dat kan dus voor ieder iets anders betekenen.

“Samen” verdraagt zich niet met eenzijdig beleid en dictaten.

Als mensen eenmaal denken dat alleen hun waarheid, hun mening er toe doet, dan loopt iedere zaak al snel uit de rails, in politieonderzoeken wordt de vrucht van een dergelijk denken treffend ‘tunnelvisie’ genoemd.

Alles wat niet in die visie past, wordt weggelaten, genegeerd of belachelijk gemaakt, en het jongetje dat zegt dat de keizer geen kleren aan heeft, als zondebok in de hoek gezet. In het sprookje bevrijdde dat jongetje de hele bevolking met zijn gelach om de keizer zonder kleren. We snakken inmiddels naar die bevrijdende lach.

En als het licht aan het eind van de tunnel dat van een tegemoetkomende trein blijkt te zijn, dan kan dat niet de schuld zijn van degene met de tunnelvisie. Daar moet dus een ander schuld aan zijn, desnoods degene die wees op het feit dat dat licht van die tegemoetkomende trein was.

En wee dan degene die als schuldige wordt aangemerkt, vaak degene die de bredere blik bepleitte, die verstoort namelijk de eensgezindheid van het allemaal precies hetzelfde vinden.

Geen gesprekspartners die andersdenkenden, maar zondebokken. Mensen op wie de agressie zich mag richten, agressie ontstaan door het overheidsbeleid en de overheidsmaatregelen inzake covid-19.

Want met ziektes, hoe naar ook, met virussen hoe dan ook, leven wij mensen al sinds het begin der tijden.

Het enige wat de huidige situatie onderscheidt van al die vorige keren dat een virus door het land waarde, is de overheidsreactie daarop.

Wij zouden liever warme handen en een koel hoofd zien bij degenen aan wie wij het bestuur hebben toevertrouwd. Warme handen en een koel hoofd in plaats van de harde hand waarmee ons land, onze samenleving naar de rand van de psychische, sociale en economische afgrond wordt gevoerd.

Het licht aan het eind van de tunnel is namelijk dat van de tegemoetkomende trein.

De wissel kan nog om, het tij gekeerd, de zondebokken weer gewoon medemensen met hun dan weer gewaardeerd eigen geluid.

Zo een land hadden we, zo een land kunnen we allemaal samen weer hebben.

Zullen we daar samen gewoon naar toe gaan?

 

Door mr. Caroline Vonhoff
Meld je aan voor de nieuwsbrief