DutchEnglishFrenchGerman

Wetsvoorstel inreisverbod ontoelaatbare doelredenering

Eis negatieve test Nederlanders strijdig met internationale verdragen

Door mr. Jeroen Pols

ROTTERDAM – 6 januari 2021 – Nadat de voorzieningenrechter vorige week donderdag korte metten maakte met het inreisverbod voor Nederlanders zonder negatieve coronatest kwam het kabinet vandaag met een wijzigingsvoorstel van de Spoedwet. De bezwaren zijn hiermee allerminst weggenomen. De gedwongen test is niet alleen in strijd met het recht op onaantastbaarheid van het lichaam. Het voorstel is daarnaast onverenigbaar met het Europese mensenrechtenrechtenverdrag en de Internationale Gezondheidsregeling van de Wereldgezondheidsorganisatie (IGR).

 In het vonnis maakte de rechter duidelijk dat een gedwongen testafname zonder specifieke wettelijke grondslag niet mogelijk is. Het handhaven van deze hindernis voor reizigers heeft kennelijk hoge prioriteit bij de beleidsmakers. Het wetsvoorstel voegt drie nieuwe leden toe aan artikel 58p van de Wet publieke gezondheid. De ministers kunnen een vervoerder verplichten om reizigers binnen of met een bestemming in Nederland reizigers zonder een negatief testresultaat te weigeren. De snelheid waarmee dit kabinet dergelijke ingrijpende maatregelen vastlegt, leidt tot juridisch gerommel.

Niet geïnfecteerd

Reizigers moeten aantonen dat zij op het moment van de testafname niet geïnfecteerd zijn. Een PCR-test kan dat echter niet vaststellen. Uit een uitspraak van 9 december 2020 van de kortgedingrechter in Den Haag over de inzetbaarheid van deze test volgt dat deze geen infecties aantoont. Ook is volgens het vonnis een positieve test geen diagnose. Een negatieve uitslag betekent evenmin dat de geteste persoon niet geïnfecteerd is. Om gevolgen te verbinden aan een testuitslag is altijd medisch onderzoek door een arts noodzakelijk. Ook is de test volgens de gebruiksaanwijzing niet geschikt voor asymptomatische personen.  Dit roept vragen op over de noodzaak en doelmatigheid van de maatregel. Het middel zal in ieder geval geschikt moeten zijn om het doel te bereiken. Dat is evident niet het geval. Een grondrechteninperking lijkt hiermee niet gerechtvaardigd.

Europees mensenrechtenverdrag

Het Vierde Protocol bij het Europese Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens bepaalt dat niemand het recht ontnomen mag worden het grondgebied te betreden van de Staat waarvan hij onderdaan is. De Raad van State stelt in een spoedadvies dat dit geen absoluut recht zou zijn. Volgens het adviesorgaan is een inperking mogelijk zolang de voorwaarden niet zover gaan dat het recht om te reizen onder geen enkele omstandigheid meer kan worden uitgeoefend door een in het buitenland verblijvende Nederlander die om welke reden dan ook niet kan beschikken over de vereiste testverklaring.

Absoluut recht

Deze beperkte uitleg van het Vierde Protocol is moeilijk verenigbaar met de verdragstekst en de totstandkomingsverslagen. De bepaling is in tegenstelling tot de meeste andere mensenrechten ongeclausuleerd. De bij de verdragsonderhandelingen betrokken staten beoogden zelfs een absoluut recht. Een algemene beperking is daarmee uitsluitend denkbaar tijdens een noodtoestand die het bestaan van het land bedreigt en voor zover de ernst van de situatie deze maatregelen strikt vereist. Aan deze voorwaarde is op generlei wijze voldaan.

Inreisverbod

Een Nederlander die in het buitenland positief test, krijgt door deze maatregel feitelijk een inreisverbod verpakt als een vervoersvoorwaarde. Minister De Jonge liet in het Kamerdebat op dinsdag 5 januari weten dat het doel is om mensen die dat virus bij zich dragen, buiten te houden.  Tijdens de verdragsonderhandelingen is deze situatie specifiek besproken: “It was thought inconceivable, for example, that a State should prohibit one of its nationals from entering its territory for reasons of health or morality.” Het is daarmee ondenkbaar om zieke mensen de toegang tot zijn land te ontzeggen. Laat staan om ingezetenen de inreis te ontzeggen op basis van een onbetrouwbare test. Het gaat hier doorgaans om gezonde mensen. De voorgestelde wetswijziging is dan ook onverenigbaar met het Europese mensenrechtenverdrag..

Internationale Gezondheidsregeling van de WHO (IGR)

Het wetsvoorstel gaat ook lijnrecht in tegen de bepalingen van de IGR. Dit terwijl de Wet publieke gezondheid juist tot stand kwam op basis van dit WHO-verdrag uit 2005. Artikel 23 bepaalt specifiek welke maatregelen ter bescherming van de gezondheid door lidstaten genomen mogen worden bij aankomst of vertrek uit een land. De regeling voorziet niet in bevoegdheden om maatregelen op te leggen aan reizigers in het land van herkomst. Reizigers mogen bij aankomst uitsluitend aan het minst ingrijpende en een niet-invasief medisch onderzoek onderworpen worden. Dit betekent dat het afnemen van een PCR-test niet tot de mogelijkheden behoort. Een reiziger kan uitsluitend op individuele basis aan een nader medisch onderzoek onderworpen worden indien er sprake is van een verdenking op de aanwezigheid van een ziekte. Het wetsvoorstel is daarmee strijdig met de Wet publieke gezondheid en de IGR.

Taak parlement

Het wetsvoorstel omzeilt internationale verdragen en mensenrechtenverplichtingen met listige doelredeneringen. Vermomd als vervoersvoorwaarde wordt een bedenkelijke inbreuk op het recht op onaantastbaarheid van het lichaam en een inreisverbod voor ingezetenen door het parlement gejaagd. Terloops zijn ook de beperkte bevoegdheden van het IGR-verdrag eigenhandig uitgebreid. Bij het naleven van wetten en verdragen moet echter het doel en de strekking van verdragen en wetten in acht genomen worden. Daarbij kan nationale wetgeving internationale verdragsverplichtingen niet opzijzetten. Het is aan het parlement om te zorgen dat dit niet gebeurt.

Rechter

Mocht de wet ondanks de onoverkomelijke gebreken aangenomen worden, dan zal de rechter aan zet zijn. Een wet die botst met internationale verdragen zal hij buiten toepassing stellen.

 

Meer lezen

Verdragrechtelijke bepalingen

Advies_Afdeling_advisering_Raad_van_State_en_Nader_Rapport

Memorie_van_toelichting_

Voorstel_van_wet_

t_stellen_van_regels_over_de_toegang_tot_en_het_gebruik_van_voorzieningen_voor_personenvervoer_

Meld je aan voor de nieuwsbrief