DutchEnglishFrenchGerman

Waarom het dragen van een mondkapje soms best een strijd is

Ingezonden briefWaarom het dragen van een mondkapje soms best een strijd is

Ik kan maar niet wennen aan al die mondkapjes in het openbare leven! Ik krijg er een verdrietig gevoel van en zonder dat ik het denigrerend bedoel, denk ik vaak: “Zien jullie het nou écht niet?”

De overheid heeft bij de introductie ervan in het voorjaar van 2020 openlijk toegegeven dat het om een gedragsexperiment gaat, waarbij gezegd werd dat het niet toegestaan is om medisch werkende mondkapjes, voorzien van een CE-keurmerk, te gebruiken. Sterker nog, wie sinds 1 juni vorig jaar met een dergelijk mondkapje met het openbaar vervoer reist, loopt het risico om beboet te worden. Deze regel is in de uitgebreidere verplichting van 1 december jl. doorgevoerd. We móeten sindsdien, behalve in het openbaar vervoer, ook mondkapjes dragen in alle publieke binnenruimten, maar ze mógen onder geen enkel beding bescherming bieden tegen het coronavirus. Als dat wel het geval is, heb je een prent aan je broek. Logisch toch? Not!

Tot aan de verplichting van 1 december weigerden mijn vriendin en ik permanent om er één te dragen, maar vanaf die datum begon dat toch lastiger te worden. We deden het in eerste instantie ‘op gevoel’, wat inhield dat we soms wel en soms niet een mondkapje droegen; net hoe sterk we ons geestelijk voelden. Want als je geen mondkapje draagt, tijdens bijvoorbeeld het doen van je wekelijkse boodschappen, voel je behoorlijk wat blikken van het overige winkelende publiek in je rug branden.

Totdat we ontdekten dat de wet nog enige soelaas biedt. Je kunt je beroepen op Artikel 2a.4 van de Regeling Aanvullende Mondkapjesverplichtingen Covid-19, Artikel 10 van de Nederlandse Grondwet en Artikel 9 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (EU-AVG). Daarbij gaat het in eerste instantie om de eerste van de drie, want de andere twee gaan over je privacy en het wel of niet verstrekken van je persoonlijke gegevens. In de eerste staat letterlijk dat de verplichting niet geldt voor personen die vanwege een fysieke, verstandelijke of psychische beperking of een chronische ziekte geen mondkapje kunnen dragen. En door de andere twee ben je niet verplicht om te melden waarom je jezelf door Artikel 2a.4 als uitzondering mag beschouwen.

Voor alle duidelijkheid hebben we beiden geen last van een verstandelijke beperking of een chronische ziekte, maar met wat creativiteit kwamen we erachter dat we wel degelijk in het genoemde profiel passen. Via via zijn we in het bezit gekomen van kaartjes waar alles keurig kort en bondig op vermeld staat. Zelf heb ik de 3 artikelen gekopieerd en geplakt op een A4-tje, wat we opgevouwen met het kaartje op zak hebben als we de grote boze buitenwereld in gaan.

Het is heel apart, maar zoiets geeft je toch een zekerder gevoel, waardoor we nu standaard zonder mondkapje onze wekelijkse boodschappen doen. We kijken iedereen met ‘open vizier’ aan en tot nu heeft nog niemand ons gewezen op het feit dat we geen mondkapje dragen. En toch toch voelt het de ene keer minder relaxed dan de andere keer, waardoor het niet dragen van een mondkapje soms een behoorlijke strijd is.

Vandaag was zo’n dag. Het leek alsof bijna al het andere winkelende publiek in de Lidl ons in het vizier had en we zagen diverse onderzoekende of afkeurende blikken. Ik hoorde de man van een ouder echtpaar tegen zijn vrouw iets mompelen wat eindigde op “geen mondkapjes”, terwijl hij priemend onze kant opkeek. De enige mensen waar we geen enkele hinder van ondervonden, waren nota bene de bedrijfsleider en het personeel. In de rij bij de kassa bleef de man achter ons, ons indringend aanstaren van boven zijn mondkapje. Voor mijn gevoel zei alles in zijn blik: “Stelletje aso’s!” Ik kreeg het er zo warm van, dat ik spontaan mijn jas uitdeed en aan het handvat van het winkelwagentje hing. Ondertussen probeerde ik zo laconiek mogelijk over te komen, terwijl ik onze boodschappen op de band legde. Maar al mijn voelsprieten waren gericht op die man en zijn doordringende blik.

De winkel uitlopend slaakte ik een diepe zucht van verlichting en toen gebeurde er iets moois! Een vriendelijk ogende vrouw kwam net naar binnen, keek ons aan en terwijl ze haar mondkapje afdeed, vroeg ze met een verbaasde blik “Hebben jullie zonder mondkapje boodschappen gedaan?” Wij knikten bevestigend en voor we het goed en wel in de gaten hadden, stonden we om de hoek bij de ingang met haar te praten. Ze was bijna in tranen en bleek al een tijd in strijd te zijn met zichzelf, omdat ze het liefst zonder mondkapje in het openbaar wil komen, maar het nog niet durft. Het was zo mooi hoe wij haar mochten bemoedigen! Ik voelde me weer veel sterker en had totaal geen last meer van alle negatieve prikkels tijdens het boodschappen doen. Ze vertelde ook nog dat ze een zus heeft die verzorgster is in een bejaardenhuis en dat die worstelt met de vaccinaties, omdat ze wil weigeren. Omdat we thuis nog twee reservekaartjes hadden, hebben we onze beide kaartjes aan haar gegeven, voor haarzelf en voor haar zus. Verder hebben we telefoonnummers en e-mailadressen uitgewisseld.

Waarom deel ik dit nu? Omdat ik ervan overtuigd ben dat heel veel mensen zich zullen herkennen in de strijd die ik vandaag te voeren had in de Lidl. En als jij tot die mensen behoort, wil ik je met deze persoonlijke getuigenis bemoedigen.

Om de tekst van de rode vlag voor de zorg aan te halen, maar deze dan in een heel andere context te plaatsen, zeg ik: “Met elkaar, voor elkaar!”

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief