Waarom de regering NU moet opstappen!

Door: Mr. Jeroen Pols

Minister De Jonge stuurde vandaag het herziene wetsvoorstel waarmee de COVID-19-maatregelen vastgelegd worden naar de Tweede Kamer. De vergaande grondrechtsbeperkingen in de eerste consultatieversie van de “Nieuwe Normaal”- wet veroorzaakte vorige maand veel onrust. Dit weerhoudt De Jonge niet van een tweede poging: in de aangepaste versie ontbreekt de bevoegdheid voor politie en handhavers om woningen binnen te dringen. Ook wordt de app in een aparte regeling vastgelegd. Voor het overige is er weinig veranderd: ook met deze wet wordt de rechtsstaat afgeschaft. De minister krijgt alle instrumenten om de samenleving met het op- en afschalen van maatregelen in een toestand van constante stress en vrijheidsbeperkingen te houden.

De 105 pagina’s tellende toelichting doet voorkomen alsof deze wet bijdraagt aan een democratische en grondrechtelijke versterking. Ook het overdadig gebruik van de begrippen als proportionaliteit en noodzakelijkheid moeten kennelijk de indruk wekken dat hier zorgvuldig met onze grondrechten omgegaan wordt. Maar niets is minder waar. De wet is een gedrocht dat in een democratische rechtsstaat geen plaats heeft.

Bevoegdheden minister
De kern van de wet blijft, net als in de noodverordeningen, het verbod om binnen een veilige afstand tot medemensen te komen. Een maatregel die ons in menselijk, sociaal en psychisch opzicht deformeert. Ook economisch is deze maatregel catastrofaal. De minister kan deze afstand overigens aanpassen zodat in de toekomst de sociale afstand ook naar twee meter kan opschuiven. Verder heeft de minister een bijna onbeperkte bevoegdheid om naar goeddunken groepsvorming te verbieden, publieke plaatsen te sluiten, het uitoefenen van bepaalde beroepen te verbieden, winkels en bedrijven te sluiten, de bezettingsgraad van hotels en pensions te bepalen dan wel deze te sluiten. Maar ook kan de minister bezoek verbieden in verpleeghuizen, vormen van vervoer verbieden en scholen en kinderopvang sluiten.

De minister heeft verder nog een vangnetbepaling opgenomen waarmee het arsenaal met aanvullende maatregelen uitgebreid kan worden. De wet geeft de mogelijkheid een groot scala aan grondrechten te beperken.

Grondslag wet
Wat opvalt is dat de grondslag van de wet in de toelichting ontbreekt. Tussen de regels door is te lezen dat het hier kennelijk gaat om een wettelijke regeling voor een uitzonderlijke situatie. Een verwijzing naar artikel 103 Grondwet, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag en de Coördinatiewet, ontbreekt echter. De bepalingen worden ondergebracht in een tijdelijk hoofdstuk Va Wet publieke gezondheid. Het ontbreken van verwijzingen naar noodwetgeving wekt bijna de indruk alsof we hier te maken hebben met een gangbare wet. Dat is echter niet het geval. 

Epidemie
In de toelichting wordt gesproken van een “epidemie”. Een pandemie wordt veroorzaakt door een ziekteverwekker die nog nooit of al een heel lange tijd niet meer gewoed heeft, waardoor er geen of een verminderde weerstand voor is. Een epidemie is een ziekte die in een grotere frequentie voorkomt dan normaal. Zeer opvallend is dus dat we volgens de minister niet meer met een pandemie te maken hebben.

Succes maatregelen
De minister meent dat de eerste golf van infecties goed bedwongen is. Tevens is hij van mening dat de verspreiding van infecties, voor nu, maximaal onder controle gekregen is. Dit zou blijken uit de cijfers. De gevolgde redenering is kennelijk dat het virus na het invoeren van de maatregelen is verdwenen. Wellicht beschouwt de minister dat zelfs als zijn verdienste. Dit is echter een vorm van monocausaal denken, waarbij causaliteit en correlatie door elkaar worden gehaald. Tot op heden ontbreekt namelijk iedere vorm van wetenschappelijke onderbouwing voor het gevoerde beleid.

Dat dit soort virussen meestal seizoensgebonden zijn, ontgaat de minister mogelijk: de dreiging is er nog en het grootste deel van de bevolking zou nog vatbaar zijn voor infectie met het virus. Enige wetenschappelijke onderbouwing van deze stellingen ontbreekt.

Noodzaak wet
Volgens de minister is voor het bestrijden van deze zogenaamde epidemie een solide wetgeving nodig. De noodverordeningen zijn namelijk niet geschikt om op lange termijn deze maatregelen te legitimeren. Een deugdelijke onderbouwing van de noodzaak van deze wet ontbreekt echter. Een wet met bevoegdheden om grondrechten vergaand te beperken is namelijk uitsluitend mogelijk bij grootschalige rampen.

De wet is volgens de minister noodzakelijk vanwege de ernst en de gevolgen van de ‘epidemie’ die bijzonder indringend zijn. Hij stelt dat de ziekte covid-19 luchtwegklachten veroorzaken en in ernstige gevallen ademhalingsproblemen. Ook kunnen mensen ernstig ziek worden en overlijden ten gevolge van het virus dat zich zeer snel kan verspreiden. De minister is echter allerminst overtuigend. De omschrijving die de minister geeft, past ook bij een griepvirus. Waarom voor het COVID-19-virus de hele samenleving in een soort oorlogstoestand gehouden moet worden, is niet duidelijk. Onlangs heeft de minister nog bevestigd dat de sterftekans bij besmetting met COVID-19 beduidend lager is dan bij de griepepidemie van 2017 en 2018.

Ook het argument van de minister dat het aantal ziekenhuisopnames, de opnames op de intensive care en de cijfers van de oversterfte tijdens deze eerste periode, deze wet kunnen rechtvaardigen, is ongegrond.

Noch het aantal ziekenhuisopnames, noch de oversterfte overstijgt epidemieën uit het verleden. De vraag is of er überhaupt over het jaar genomen sprake zal zijn van oversterfte. Daarbij heeft het RIVM bevestigd dat COVID-19 voor 98% van de positief geteste personen geen gevaar vormt.  COVID-19 zelf is geen ramp, de maatregelen geven wel aanleiding die term in de mond te nemen.

Proportionaliteit en subsidiariteit
De minister wijdt nog een flinke paragraaf aan de proportionaliteits- en subsidiariteitseisen, met een bezwering dat hij bij het nemen van maatregelen altijd een afweging zal maken. Ook deze belofte kan niet overtuigen: sinds het ingaan de maatregelen in maart, heeft de minister nagelaten een analyse van de proportionaliteits- of subsidiariteitsafweging te tonen. Dit terwijl de maatschappelijke, sociale, menselijke en economische schade nauwelijks te overzien is. Het aantal doden als direct en indirect gevolg van de maatregelen overstijgt naar verwachting exponentieel het aantal geredde levens.

Overigens dient een proportionaliteits- en subsidiariteitsanalyse voor de wet zelf gemaakt te worden en niet alleen bij het uitoefenen van de bevoegdheden. Ook die ontbreekt.

Tijdelijkheid
De wet, en daarmee dan ook de daarop gebaseerde maatregelen, vervalt in beginsel zes maanden nadat de wet in werking is getreden. Omdat het volgens de minister niet duidelijk is hoe de verspreiding van het virus zal verlopen en evenmin bekend is wanneer een vaccin beschikbaar komt, kan de wet met drie maanden verlengd worden bij koninklijk besluit, dat een week vooraf ter kennis gegeven wordt aan de Eerste en Tweede Kamer. De tijdelijkheid is daarmee een permanente tijdelijkheid die tot in de lengte van dagen verlengd kan worden. Let op: er is hier sprake van een kennisgeving. Het parlement hoeft dus niet te stemmen. De volledige macht ligt bij de minister.

Strafbaarheid
Enerzijds schrijft de minister dat de Nederlandse samenleving een enorme wilskracht heeft getoond om de volksgezondheid te beschermen en wordt er een beroep gedaan op ieders eigen verantwoordelijkheidsgevoel: zo moeten we het virus met elkaar onder controle houden. Hoe eigen verantwoording samengaat met een waaier van strafbepalingen, maakt de minister niet duidelijk. In de toelichting komt het woord ‘boete’ maar liefst 94 keer voor.

Op de meeste overtredingen staat een boete van 435 euro. Dit boetebedrag sluit volgens de minister aan bij overtredingen als verstoring van de openbare orde door samenscholing en acht dit een passend boetebedrag. Deze boetes kunnen oplopen tot 4.350 euro en drie maanden hechtenis.

De minister maakt een uitzondering voor onze kinderen: die krijgen ‘slechts’ een boete van 95 euro en kunnen naar een HALT-traject gestuurd worden. Het is aan ons ouders om onze kinderen uit te leggen dat zij gestraft worden omdat zij te dicht bij hun vriendjes in de buurt kwamen.

Conclusie
De kernvraag waarom dit wetsvoorstel überhaupt opgesteld is, blijft onbeantwoord. Dergelijke bevoegdheden zijn voorbehouden voor zeer uitzonderlijke noodsituaties. Niet om een virus onder controle te krijgen dat in termen van schadelijkheid of dodelijkheid vergelijkbaar is met de griep. Virussen, in welke vorm dan ook, krijgen we al duizenden jaren onder controle. Ook zonder de hulp van minister De Jonge.

Het argument dat we niet weten wat er misschien allemaal kan gaan gebeuren, kan evenmin een grond zijn voor dit wetsvoorstel. Met deze redenering kunnen wij immers in een permanente noodsituatie gaan leven. De Spanjaarden zijn ons honderden jaren geleden binnengevallen. We gaan niet alvast een noodsituatie inroepen voor het geval dit nog een keer gebeurt. Daarbij heeft ook de eerste golf van COVID-19 niet geleid tot een onbeheersbare situatie.

Afgaande op de overtuigende cijfers is het inmiddels een feit gebleken dat de maatregelen allang ingetrokken hadden moeten zijn.

Wij hebben het recht om met rust gelaten te worden door de overheid. In mijn optiek wordt de bevolking door deze regering gecriminaliseerd en geterroriseerd.

De regering gebruikt het virus om de rechtsstaat en onze grondrechten af te schaffen.

Een regering die dit doet, behoort haar ontslag in te dienen.

Wat ons betreft vandaag nog!

Bronnen:
Wetsvoorstel 

Memorie van Toelichting

Advies RvS en nader rapport

Meld je aan voor de nieuwsbrief