Grapperhaus: “Inbreuk grondrechten niet mogelijk met noodverordeningen”

Een juridische analyse: er is sprake van een machtsovername.

 Door mr. Jeroen Pols

ROTTERDAM – 3 juli 2020- De noodverordeningen beperken inmiddels meer dan drie maanden op ongekende schaal onze grondrechten. Verschillende rechtsgeleerden waarschuwden dat er een wel heel zwakke basis is voor deze maatregelen. Minister Grapperhaus informeerde al op 1 april de Tweede Kamer dat met noodverordeningen geen grondrechten ingeperkt kunnen worden. Toch hullen het parlement, de rechtspraak en media zich in stilzwijgen. De Grondwet lijkt geen betekenis meer te hebben. Hoe zit dit juridisch: Is hier sprake van een machtsovername?

Burgers kregen tienduizenden boetes voor overtredingen van absurde regels. De samenleving zucht onder onbegrijpelijke maatregelen en de economie vernietigt zichzelf met destructieve hygiëne- en social distancing-protocollen. De noodverordeningen maken inbreuk op tal van mensenrechten. Zo werd het recht op vrijheid, bewegingsvrijheid, vrijheid van godsdienst, van vergadering en vereniging, onderwijs, privéleven en demonstratie maandenlang vergaand ingeperkt.

Ook na het versoepelen van de maatregelen blijft er sprake van vergaande aantasting van door het Europese Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens en Grondwet beschermde rechten. Zo zijn bijvoorbeeld de coronavoorschriften in de horeca, sport en andere branches een grove inbreuk op het recht op eigendom.

De 1,5 meter-regel maakt eveneens een ernstige inbreuk op de vrijheidsrechten en kan beschouwd worden als een onmenselijke dan wel vernederende behandeling. De mensen die in verpleeghuizen verblijven, hebben daarnaast nog steeds te maken met vergaande vrijheidsbeperkingen. De regering probeert deze situatie permanent te maken door de regels in een wet vast te leggen.

Het inperken van grondrechten is in Nederland uitsluitend toegelaten onder de strikte voorwaarden die artikel 103 Grondwet stelt. Hierin is bepaald dat bij een uitzonderingstoestand als een pandemie alleen met een wet grondrechten ingeperkt kunnen worden. Dit moet gebeuren met een noodwet op basis van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden en de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. Het parlement kan ten alle tijden de grondrechtsbeperkingen opheffen.  De mogelijkheid om buiten het parlement grondrechten te beperken kan alleen voor een korte periode op basis van een koninklijk besluit. Het blijft dan ook een raadsel waarom minister De Jonge het land al maandenlang regeert op basis van noodverordeningen.

De maatregelen zouden volgens Grapperhaus gebaseerd zijn op bevoegdheden uit de Wet publieke gezondheid (Wpg). Dit is echter een misvatting. De Wpg biedt maar beperkte mogelijkheden om bijvoorbeeld individuele mensen te isoleren of individuele gebouwen en inrichtingen te sluiten in gevallen van een (mogelijke) besmetting. De wet voorziet verder in grondrechtelijke waarborgen als een rechterlijke toetsing van de vrijheidsbeneming.

Een handvat om een heel land te sluiten en de bevolking op repressieve wijze haar vrijheidsrechten te ontnemen, ontbreekt in de wet. Hierin zit een logica die de meesten van ons lijkt te ontgaan. Indien er namelijk sprake is van een virus met een reële dreiging, dan is elke dwang overbodig. Als morgen ebola uitbreekt in Nederland, zullen de straten leeg zijn. Iedereen sluit zich vrijwillig op tot het gevaar is geweken.  Het echte probleem bij COVID-19 is de cognitieve dissonantie. De overheid blijft het beeld van een killervirus herhalen terwijl de bevolking dit in de dagelijkse realiteit niet terugziet.

De mensen vallen niet bij bosjes om, er gaat geen zeis door de bevolking. Sterker, in de meeste landen zijn dit jaar minder mensen overleden dan voorgaande jaren. Ook de regelgeving draagt bij aan deze dissonantie. Want waarom zijn veel beroepsgroepen uitgezonderd van deze regels? Bij een ebola-uitbraak is het ondenkbaar dat bijvoorbeeld politiemensen uitgezonderd worden van de 1,5 meterregel. Een virus maakt geen onderscheid naar beroep. Het illustreert dat er kennelijk geen daadwerkelijk gevaar is. Om de bevolking te dwingen toch regels te volgen die niet passen bij de werkelijkheid, zijn harde repressieve maatregelen nodig.

Bron: AvroTros

Het voorgaande betekent dat het land al maandenlang geregeerd wordt door Hugo de Jonge op basis van onrechtmatige verordeningen met verzonnen bevoegdheden. Ook fervente voorstanders van dit beleid dienen de vraag te stellen waarom de wet niet gevolgd wordt. Ons systeem voorziet immers in uitzonderingsituaties als een pandemie. Burgers die vinden dat de overheid zich aan de wet moet houden en zich zorgen maken over de deconfiture van de rechtsstaat, worden weggezet als complotdenkers en spelbrekers. Knokploegen van de politie slaan vreedzame demonstraties gewelddadig uit elkaar. De persvrijheid en vrijheid van meningsuiting zijn vergaand beknot.

Met het inperken van grondrechten moet heel behoedzaam omgegaan worden. Het is een raadsel waarom het parlement en de rechtspraak weigert in te grijpen in deze wetteloze situatie. Dit is een gevaarlijke onverschilligheid. Uit de geschiedenis weten we wat er kan gebeuren als overheden niet bestaande bevoegdheden gaan lezen in wetgeving en met een beroep op overmacht grondrechten opzij schuiven.

De regering gaat deze bevoegdheden en maatregelen in een wet vastleggen. Hiermee lijkt deze uitzonderlijke situatie permanent te worden. De grondrechten zijn vergaand ingeperkt op basis van niet bestaande bevoegdheden en het parlement is buitenspel gezet. Juridisch gezien kan dit gezien worden als een machtsovername. Het wordt tijd dat het parlement, de pers en de rechtsspraak ingrijpen. Zoals schrijver en Nobelprijswinnaar Elie Wiesel terecht opmerkte, “Er kunnen momenten zijn dat we niet bij machte zijn om onrecht te voorkomen, maar er mag nooit een moment zijn, dat we niet protesteren.”

Meer lezen

antwoorden-kamervragen-over-de-lokale-noodverordeningen-in-verband-met-de-bestrijding-van-het-coronavirus (1)

Meld je aan voor de nieuwsbrief