Kort geding: de verdediging van de Staat

 

Landsadvocaat Pels Rijcken houdt het kort en bondig

Door mr. Jeroen Pols

Mr. J. Bootsma van Pels Rijcken kwam gisteren namens de staat met een verweerschrift voor het kort geding. De behandeling daarvan vindt aanstaande donderdag om 11.00 plaats. Het belangrijkste punt van 19 pagina’s omvattende verdediging is dat het regeringsbeleid brede steun geniet van de Tweede Kamer.

De conclusie beschrijft in de eerste vijftien pagina’s uitvoerig welke maatregelen wanneer genomen zijn. Ook benadrukt de staat dat er door de regering uitgebreide financiële regelingen getroffen zijn om de schade voor ondernemingen te beperken. Er is geen verdediging aangevoerd tegen de in de dagvaarding aangevoerde feiten en argumenten. De regering beperkt zich tot de geruststellende mededeling dat zij zich door uitstekende deskundigen op alle relevante gebieden laat adviseren. Het beleid in een nationale crisis ligt volgens het verweer bij de staat. ‘Hierover wordt nauwgezet verantwoording afgelegd tegenover de Kamer’, aldus het verweer.

De staat meent verder dat een kort gedingprocedure zich niet leent om de wetenschappelijke waarde te beoordelen van adviezen die leidend zijn in het kader van de bestrijding van het coronavirus, en die breed gedragen wordt door een grote groep deskundigen. De rechter krijgt daartoe ook geen kans. De staat vindt het namelijk niet nodig om toe te lichten waaruit deze adviezen bestaan.

Wij menen dat deze verdediging een zwaktebod is. Wederom verschuilt de staat zich achter deskundigen zonder prijs te geven op welke fundamenten het beleid zich baseert. Ook is het de vraag hoe vastgesteld is dat de Tweede Kamer het beleid breed steunt. Aan de Tweede Kamer is tot op heden nog geen motie ter goedkeuring voorgelegd. Ook is het voor de Tweede Kamer niet mogelijk een beleid te steunen indien de onderbouwing daarvan geheim gehouden wordt.

De keuze om middels noodverordeningen te regeren is ook een keuze geweest om het parlement buiten spel te zetten. Het is niet de regering maar het parlement die het volk vertegenwoordigen. Omdat op grove schaal grondrechten ingeperkt zijn, hadden de maatregelen destijds onmiddellijk na aanvang aan de Tweede Kamer voorgelegd moeten worden om op basis van de Wet buitengewone  bevoegdheden burgerlijk gezag een wettelijke legitimatie te krijgen. Met noodverordeningen kunnen namelijk geen grondrechten opzij gezet worden. Inmiddels sleept deze niet gelegitimeerde toestand zich al meer dan drie maanden voort.

Opvallend is verder dat de staat niet toelicht hoe de maatregelen zich verhouden tot het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. De normen van dit verdrag vormen namelijk de basis voor de dagvaarding. De indruk zou kunnen ontstaan dat het bestuur zich niet gebonden acht aan mensenrechtenverdragen.

Wij zullen aanstaande donderdag uiteraard uitgebreid ingaan op deze punten. De zitting is via een livestream te volgen die zowel door de NOS als de rechtbank verzorgd wordt.

conclusie van antwoord

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief