DutchEnglishFrenchGerman

Effecten van COVID-19-vaccinatie op het immuunsysteem

Viruswaarheid Onderzoeksteam

 

Kernboodschappen

  • Vaccins onderdrukken het aangeboren immuunsysteem
  • Dit leidt tot een toename in infecties, tumoren en auto-immuunziekten
  • COVID-vaccins veroorzaken veel meer bijwerkingen dan andere vaccins
  • COVID-vaccins kunnen het DNA veranderen

 

Inleiding

COVID-19 is een luchtweginfectie veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2, dat zich sinds eind 2019 wereldwijd verspreidde en een wereldwijde pandemie veroorzaakte. De COVID-19-pandemie wordt gezien als de belangrijkste gezondheidscrisis die de wereld sinds de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, en een crisis met een verwoestende maatschappelijke en economische impact. Geconfronteerd met deze kritieke situatie is grote inspanning verricht om vaccins tegen COVID-19 te ontwikkelen. De omvang van de pandemie heeft geleid tot een versnelde ontwikkeling van vaccins op basis van nieuwe technologieën, zoals mRNA-vaccins en vaccins gebaseerd op virale vectoren (van Riel & de Wit, 2020). De meest gebruikte ‘vaccins’ (de mRNA vaccins van Moderna en Pfizer, en het vectorvaccin van AstraZeneca), bestaan uit twee injecties en daarna wordt een booster aangeraden. Sommige mensen hebben ook een tweede booster gehad. Voor het ‘vaccin’ van Janssen is één injectie voldoende (waarna ook wordt geboosterd). De term vaccin wordt veel gebruikt en zal ook in de rest van dit hoofdstuk gebruikt worden, maar juister is het om over gentherapie te spreken, zoals wordt uitgelegd in hoofdstuk 4.3.

https://dap.ema.europa.eu/analytics/saw.dll?PortalPages 

Number of individual cases identified in EudraVigilance in EEA countries for TOZINAMERAN (Pfizer BionTech COVID-19 vaccin (up to 25/06/2022)

De vaccins hebben heel veel bijwerkingen. Bij Eudravigilance, het systeem voor medicijnbijwerkingen van Europa, zijn tot mei 2022 bijna 1.200.000 bijwerkingen gemeld en meer dan 10.000 sterfgevallen (Eudravigilance, mei 2022). Daarbij dient te worden aangetekend dat slechts 0,3-13 % van alle bijwerkingen wordt gemeld (Hazell and Shakir, 2006; Lazarus, Ross, 2011). Na Duitsland worden in absolute zin de meeste bijwerkingen door Nederland gemeld (Eudravigilance), zie diagram hierboven. In Nederland kunnen bijwerkingen gemeld worden bij het Lareb, die doorgestuurd worden naar Eudravigilance (CBG).

 

Effecten op het immuunsysteem

Na ruim een jaar vaccineren komen langzaam de effecten van de vaccins en hun bijwerkingen naar buiten. Recent komen er steeds meer publicaties over effecten op het aangeboren immuunsysteem (Föhse et al., 2021). Een recente publicatie (Seneff et al., 2022) toonde aan dat de COVID-19 vaccins veel meer bijwerkingen veroorzaken dan andere vaccins. Dit heeft te maken met de effecten van de vaccins op het immuunsysteem. De mRNA-vaccins veroorzaken een sterke afname van de werking van het aangeboren immuunsysteem, met name bij de type-I-interferonsignalering (I-IFN), die van belang is bij het bestrijden van infecties. Deze afname van I-IFN heeft diverse nadelige gevolgen voor de gezondheid. Immuuncellen die lipide nanodeeltjes (lipid nanoparticles LNP, de vetbolletjes waarin het mRNA verpakt zit) van het vaccin hebben opgenomen, brengen grote aantallen exosomen met spike-eiwitten in de circulatie. Exosomen zijn deeltjes die door de cel worden uitgescheiden en bestaan uit bepaalde microRNA’s omgeven door spike-eiwitten. Deze exosomen kunnen cellen op grote afstand van de injectieplaats beïnvloeden. De onderzoekers vonden ook mogelijk ernstige verstoringen in de regulatie van eiwitsynthese voor de vorming van immuuncellen en verstoring van de uitschakeling van tumorcellen. Deze verstoringen hebben mogelijk een relatie met een groot aantal aandoeningen dat na vaccinatie wordt waargenomen, zoals neurodegeneratieve ziekten, myocarditis (hartspierontsteking), immuun trombocytopenie, Bell’s palsy, leverziekte, verminderde adaptieve immuniteit, verminderde DNA-schaderespons en tumorvorming.

 

Immuniteit na natuurlijke infectie versus vaccinatie

Veel van de literatuur suggereert dat de immuunrespons van op mRNA-gebaseerde vaccinatie vergelijkbaar is met die na natuurlijke infectie met COVID-19 (Psichogiou et al., 2021). Ook het Center for Disease Control and Prevention (CDC, VS) beweert dat de immuunrespons op vaccinatie analoog is aan de respons op natuurlijke infectie (Center for Disease Control and Prevention, 2021a). Een studie over vele maanden toonde echter aan dat mensen die waren hersteld na een natuurlijke SARS-CoV-2 infectie een persistent en breed immuungeheugen hadden verkregen met blijvende antilichaamresponsen en geheugen B en T-cellen (Cohen et al., 2021). Een andere studie (Alejo et al., 2022) liet zien dat 99 procent van de COVID-19-bevestigde deelnemers positief testten op anti-RBD-antilichamen (Anti-receptor binding domain), tot wel 20 maanden na infectie. Na doorgemaakte natuurlijke infectie is de kans op herinfectie met COVID-19 klein (Stokel-Walker, C., 2021; Dan et al. 2021).

Een preprint van de groep van Ivanova (2021) onthulde wel degelijk een opmerkelijk verschil tussen de immuunrespons na een infectie met SARS-CoV-2, vergeleken met de immuunrespons na een mRNA-vaccin tegen COVID-19 (Ivanova et al., 2021). Onderzoek van perifere dendritische cellen (een speciaal soort immuuncellen) toonde een zeer sterke toename van zowel type I- als type II-interferonen (IFN’s, dit zijn belangrijke eiwitten betrokken bij de immuniteit) bij COVID-19-patiënten, maar niet bij gevaccineerden. Ze zagen een opmerkelijke toename van circulerende hematopoietische stam- en voorlopercellen (HSPC’s). Dit zijn stamcellen die kunnen uitgroeien tot verschillende soorten bloedcellen bij natuurlijke immuniteit, die opvallend afwezig waren na vaccinatie. Een ander verschil was de opvallende verhoging van het aantal circulerende plasmablasten (antilichaam producerende cellen ) bij COVID-19-patiënten, die ook niet werden gezien bij de gevaccineerden. Deze observaties geven de indruk dat de anti-COVID-19-vaccins type-I-IFN signalering actief onderdrukken. Het is inmiddels duidelijk dat de antilichamen die door de vaccins worden opgewekt al na 3-10 weken na de tweede dosis afnemen (Shrotri et al., 2021), zodat wordt geadviseerd om op regelmatige tijdstippen boostershots te nemen (CDC, 2021b). Ook blijkt dat snel opkomende varianten zoals de Delta en meer recent de Omikron-stammen, door mutaties van het spike-eiwit resistentie vertonen tegen de antilichamen die worden opgewekt door de vaccins (Yahi et al., 2021). 

Daarnaast is duidelijk geworden dat de vaccins overdracht van de ziekte niet voorkomen, alleen worden de symptomen minder ernstig (Kampf, 2021a). Een studie van begin september 2021, waarbij de vaccinatiegraad werd vergeleken met COVID-19-infectiecijfers in 68 landen en 2947 provincies in de Verenigde Staten, vond geen correlatie tussen de vaccinatiegraad en het aantal COVID-19 infecties. Dit suggereert dat deze vaccins niet beschermen tegen verspreiding van de ziekte (Subramanian en Kumar, 2021). 

 

Onderdrukking van het immuunsysteem

Er zijn sterke aanwijzingen dat de mRNA-vaccins de interferonrespons (IFN-respons) onderdrukken (Seneff et al, 2022). IFN’s behoren tot een zeer grote familie van immuunmodulerende eiwitten, verdeeld in drie soorten, aangeduid als type I, II en III op basis van de receptoren waarmee elk IFN reageert. Type-I-IFN’s spelen een belangrijke rol in de immuunrespons tegen meerdere stressoren. Ze hebben klinische therapeutische waarde voor behandeling van verschillende ziekten en aandoeningen, waaronder virale infecties, solide tumoren, tumoren van de bloedvormende organen en auto-immuunziekten zoals multiple sclerose (Passegu en Ernst, 2009). De onderdrukking van IFN’s heeft een breed scala aan gevolgen, waaronder de reactivering van latente virale infecties en het verminderde vermogen om toekomstige infecties effectief te bestrijden. Ten tweede is er door vaccinatie een ontregeling van het systeem dat zorgt voor zowel het voorkomen van en het detecteren van genetisch veranderde cellen (zoals bij tumorvorming). Dit kan die kwaadaardige celveranderingen juist bevorderen. Ten derde verstoort mRNA-vaccinatie mogelijk de intracellulaire communicatie uitgevoerd door exosomen. Immuuncellen die het spike-glycoproteïne-mRNA hebben opgenomen, produceren hoge gehaltes aan spike-glycoproteïne bevattende exosomen, met mogelijk ernstige ontstekingen tot gevolg. Indien een of meer van deze mogelijkheden volledig worden gerealiseerd, dan zal de impact op miljarden mensen over de hele wereld enorm kunnen zijn en kunnen bijdragen aan zowel de ziektelast op korte als op lange termijn.

Ook de eigen data van Pfizer (Pfizer, cumulatieve bijwerkingen tot februari 2021) laat zien dat een groot aantal immuungerelateerde aandoeningen optreedt (1050 op de 42.860 deelnemers, 2,5 %). Bij de “bijwerkingen van speciale interesse” worden eveneens heel veel auto-immuungerelateerde ziekten genoemd.

 

Effecten van het spike-eiwit

De SARS-CoV-2 (ernstig acuut respiratoir syndroom coronavirus 2) infectie is afhankelijk van de binding van het spike-eiwit (spike-glycoproteïne) aan het ACE2-enzym (angiotensinconverting enzym 2) in de gastheercellen. Het veroorzaakt o.a. ontsteking van de bloedvaten. De mRNA- en vectorvaccins stimuleren de aanmaak van SARS-CoV-2-spike-eiwitten door de eigen lichaamscellen. Het spike-eiwit is het toxische element van de COVID-19-infectie. Dit is aangetoond door een Japanse groep (Lei et al., 2021), die hamsters infecteerde met een niet-infectieus pseudovirus met spike-eiwit, en hiermee een volledige COVID-19-longontsteking veroorzaakten. Hieruit bleek dat het spike-eiwit op zichzelf endotheel (de binnenbekleding van de bloedvaten) kan beschadigen, ontstekingen kan veroorzaken en ook de functie van de energiecentrales van de cellen (mitochondriën) kan verstoren.

De door vaccinatie gevormde spike-eiwitten verplaatsen zich naar het celoppervlak en steken uit met een min of meer natuurlijke conformatie. Deze eiwitten worden herkend door het immuunsysteem dat snel een immuunrespons ontwikkelt (Angeli et al., 2021). Door deze immuunrespons kunnen de spike presenterende cellen kapot gaan en kunnen losse spike-eiwitten in de circulatie komen, waarna ze kunnen binden aan ACE2-receptoren. Deze komen voor op verschillende cellen door het hele lichaam, zoals in bloedvaten, hart, hersenen, ogen, neusholte, longen, maagdarmkanaal, pancreas, lever en vrouwelijke geslachtsorganen (eierstokken en baarmoeder) (Salamanna et al., 2020). ACE2-receptoren zitten ook op bloedplaatjes, die daar complexen met spike-eiwitten kunnen vormen, die afgebroken worden. Deze reacties kunnen uiteindelijk leiden tot bloedplaatjesaggregatie (stolsels), trombose en ontstekingen in de bloedvaten. 

Het spike-eiwit reageert met het ACE2-receptorsysteem en met het stollingssysteem. Er treden dus overal stolseltjes op, en omdat de bloedplaatjes op een gegeven moment op zijn, treden er ook bloedingen op. Er worden antistoffen gevormd tegen het spike-eiwit, maar ook cytotoxische T-cellen. Die kunnen eigen cellen doden als daar een vreemd antigeen op zit, zoals het spike-eiwit. Dat geeft schade in de hersenen, ontstekingen in de bloedvaten en in het hart, in feite een heel breed scala aan bijwerkingen omdat overal ontstekingen kunnen optreden. 

Eerdere onderzoeken in dierstudies naar de effectiviteit van mRNA- en DNA-vaccins voor SARS-CoV-1 en MERS-CoV toonden ook aan dat vaccinatie niet-neutraliserende antilichamen opwekt die kunnen bijdragen aan het versterken van virusinfectie (na infectie met een wild-type virus) of schadelijke immuunreacties veroorzaken, zoals ontstekingen, verhoogd aantal gevallen van hepatitis en longontsteking (Song et al., 2013). Dit fenomeen wordt ook wel antilichaam afhankelijke versterking (antibody-dependent enhancement (ADE) genoemd en geeft na vaccinatie en herinfectie met een wild-type virus een versterkte immuunrespons, wat het ziektebeeld verergert (Cardozo and Veazey, 2021). Dit is ook vermeld in het rapport van dr. Geert Vanden Bossche (vandenBossche 2022).

De boosters leiden tot een sterke immuunreactie. Er worden nieuwe anti-spike antilichamen gevormd, maar niet tegen de nieuwe varianten zoals Omikron. Die antilichamen werken dus niet tegen het virus, maar ze hebben wel negatieve effecten op het lichaam. Door het vaccin worden overal in het lichaam spike-eiwitten geproduceerd. Het spike-eiwit komt terecht in onder andere de hersenen, in de bloedvaten, het hart en de lever. Dat kan ontstekingen geven in de bloedvaten, in de aorta, scheuringen in de wand van de aorta, ontstekingen in het hersenvlies, de lever, etc.

Na meer dan twee jaar ervaring met COVID-19 zijn er inmiddels veel studies die de effecten van het spike-eiwit onderzochten en ontdekten dat het op verschillende manieren schadelijk is voor het menselijk lichaam, waaronder: 

  1. Beschadiging van de longcellen (inclusief de longblaasjes en endotheelcellen in de longen). 
  2. Het beschadigen van de mitochondriën en DNA-structuren. 
  3. Beschadiging van cardiovasculaire cellen. 
  4. Het verhogen van het risico op bloedstolsels. 
  5. Beschadiging van hersencellen. 
  6. Het bevorderen van ontstekingen. 
  7. Onderdrukking van de immuniteit. 
  8. Het verhogen van het risico op kanker (Health 1+1 and Xiaoxu Sean Lin, 2022).

 

Hartschade

Na vaccinatie komt soms acute myocarditis voor. Dit komt meestal voor na de tweede dosis, met de hoogste incidentie onder jonge mannen (16-24 jaar) (Karlstad et al., 2022). Onderzoek uit 2017 toonde aan dat myocarditis bij kinderen en jongeren in Finland voorkomt met een frequentie van vier gevallen per miljoen per jaar (Arola et al., 2017). Dat betekent dat bij 60 miljoen Amerikaanse kinderen een achtergrondpercentage voor myocarditis van 240 gevallen per jaar wordt verwacht. Bij VAERS zijn echter na COVID-vaccinatie per 19 november 2021 al 14.428 gevallen van myocarditis gemeld. Als voor de VS dezelfde achtergrondwaarde zou gelden als die in Finland, betekent dit maar liefst een 60 keer zo hoge incidentie. Zelfs als voor de VS een hogere achtergrondwaarde zou gelden is dit nog steeds een opmerkelijke toename.  Daarbij wordt slechts 0,3-13 %  van de bijwerkingen gemeld.

Een grote studie uit Scandinavië onderbouwt het risico op hartschade. Deelnemers waren 23 miljoen inwoners van 12 jaar of ouder uit Scandinavië. Ze werden opgevolgd vanaf 27 december 2020, tot het voorkomen van myocarditis of pericarditis, of het einde van de studie (5 oktober 2021). COVID-19-vaccinatie verhoogt het risico op ernstige hartontsteking tot in de eerste 28 dagen na vaccinatie. De incidentie neemt toe met tussen 4 en 7 extra gevallen in 28 dagen per 100 000 gevaccineerden na het Pfizer BionTech vaccin, en tussen 9 en 28 extra gevallen per 100 000 gevaccineerden na het Moderna-vaccin (Karlstad et al., 2022). Gegevens over SARS-CoV-2-vaccinaties, ziekenhuisdiagnoses van myocarditis of pericarditis, en covarianten voor de deelnemers werden verkregen uit gekoppelde landelijke gezondheidsregisters van Denemarken, Finland; Noorwegen en Zweden. Van de onderzochte personen  was 81 % gevaccineerd, het risico op myocarditis was groter na de tweede vaccinatie.

Deze complicatie wordt minder waargenomen bij de adenovirale vectorvaccins (zoals Janssen en AstraZeneca), maar wordt vooral gemeld bij de mRNA-vaccins van Pfizer en Moderna (Karlstad et al., 2022). Over het werkingsmechanisme wat leidt tot myocarditis zijn verschillende theorieën. In eerste instantie wordt gedacht aan hormoonafhankelijke effecten, vanwege de scheve verdeling tussen mannen en vrouwen. Ook spelen immuun- of auto-immuungemedieerde processen waarschijnlijk een rol, en de hoogste frequentie van voorkomen na de tweede vaccindosis (wat een sensibilisatieproces na de eerste dosis suggereert) lijkt dit idee te versterken. Bovendien zijn mRNA-vaccins betrokken bij een aantal immuungemedieerde bijwerkingen zoals auto-immune trombocytopenie (bloedingen) en auto-immuunthyroiditis (schildklierontsteking) (Lee et al., 2021; Siolos et al., 2021). Ook de nano-vetdeeltjes (lipid nano particles (LNP) worden als mogelijke oorzaak genoemd. Dit omdat myocarditis vooral voorkomt bij de mRNA-vaccins die deze nanolipiden bevatten. Er zou ofwel een direct schadelijk effect van LNP op myocardiale cellen zijn, of door effecten van een immuunreactie ertegen, of zelfs tegen het gehele LNP complex met de mRNA-streng in de vaccinpreparaten(Tsilingiris et al., 2022).

Tabel  1: Het aantal symptomen gerapporteerd in VAERS beperkt tot de populatie van de VS in 2021, van verschillende soorten hartaandoeningen van de COVID-vaccins vergeleken met alle andere vaccins (Seneff et al. 2022).

 

 

Lipide nanodeeltjes

De lipide nanodeeltjes (LNP’s) gebruikt voor de mRNA-vaccins zijn zeer inflammatoir, dat wil zeggen dat ze een sterke ontstekingsreactie opwekken. In de eerste plaats geven ze een complementreactie, waardoor de bloedvaten gaan openstaan. Ze kunnen zo het mRNA in alle cellen laten binnendringen. De LNP’s activeren meervoudige ontstekingsroutes en induceren de cytokines IL-1b en IL-6, die een rol spelen bij ontstekingen (Uciechowski and Dempke, 2020). De LNP’s zouden verantwoordelijk zijn voor adjuvantwerking (versterking van de immuunreactie) en een deel van de bijwerkingen (Ndeupen et al., 2021). Deze onderzoekers keken naar de effecten van deze nanolipiden bij verschillende toedieningswijzen, in de huid, in de spieren en intranasaal (via de neus) bij muizen. De neusenting werd onderzocht als mogelijke toedieningsroute voor vaccins, echter intranasale toediening van LNP’s leidde tot massale ontstekingen in de longen. Bovendien kwamen de nanodeeltjes door de bloed/hersenbarrière in de hersenen en veroorzaakten daar ontstekingen. Men verwacht dat het LNP in het Pfizer SARS-CoV-2-vaccin een halfwaardetijd van 20-30 dagen bij mensen heeft (Comirnaty, 2021). Of de langdurige aanwezigheid van deze nanolipiden kan leiden tot chronische ontsteking en immuunuitputting (Wherry en Kurachi, 2015) moet nog worden bepaald. Over het algemeen wordt de robuuste ontstekingsreactie geïnduceerd door LNP’s. Echter de combinatie van LNP met de peptiden/spike-eiwitten die door het vaccin worden opgewekt kan ook weefselschade veroorzaken en bijwerkingen verergeren. In zo’n ontststekingsomgeving kunnen ook lichaamseigen antigenen worden aangevallen door het immuunsysteem, wat kan leiden tot de ontwikkeling van auto-immuunziekten (Janeway et al., 2001); dit verdient nader onderzoek (Ndeupen et al., 2021).

Figuur 1: Uit onderstaand schema (Tsilingiris et al., 2022) blijkt dat sinds 2017 LNP mRNA ook gebruikt wordt in klinisch toegepaste Influenza vaccins.

 

Hepatitis

Leverontsteking kan worden waargenomen tijdens SARS-CoV-2-infectie, maar kan soms ook voorkomen na vaccinatie. Het vertoont enkele typische kenmerken van auto-immuunleverziekte. Recent is immuungemedieerde hepatitis (leverontsteking) beschreven als gevolg van het Moderna-vaccin (Tun et al., 2022). In hun onderzoek presenteren de onderzoekers een patiënt die 3 dagen na eerste vaccinatie ziek werd, met malaise en geelzucht en sterk verhoogde leverenzymen. Na aanvankelijk herstel kreeg de man zijn tweede vaccinatie en werd na een paar dagen weer ernstig ziek, met geelzucht en sterk verhoogde leverenzymen. Na behandeling met corticosteroïden knapte hij weer op. De mRNA-vaccinroute stimuleert pro-inflammatoire (ontsteking verergerende) cytokinen met inbegrip van interferon. Bovendien is er kruisreactiviteit tussen de antilichamen tegen het spike-eiwit en antigenen tegen eigen lichaamscellen. Inmiddels zijn zeven gevallen van vermoedelijke immuungemedieerde hepatitis gemeld na SARS-COV-2-mRNA-vaccins (3 met Pfizer en 4 met Moderna). Een patiënt uit Duitsland liet een overeenkomstig beeld zien, acute leverontsteking (hepatocellulaire/cholestatische hepatitis) na de eerste dosis mRNA-vaccin (Pfizer BionTech) en ernstige leverontsteking (hepatitis) na de tweede dosis (Boettler et al., 2022). Hier tonen de onderzoekers aan dat sterk geactiveerde T-cellen de lever infiltreren. Bovendien zagen ze bij deze T-cellen in de lever een ophoping van T-cellen die reageren tegen SARS-CoV-2, wat suggereert dat deze door vaccins geïnduceerde cellen bijdragen aan deze leverontsteking. 

Tabel  2: Het aantal symptomen gerapporteerd in VAERS beperkt tot de populatie van de VS in 2021, van verschillende soorten leveraandoeningen en gerelateerde aandoeningen van de COVID-vaccins vergeleken met alle andere vaccins (Seneff et al. 2022).

 

Trombocytopenie 

Trombocytopenie betekent dat er te weinig bloedplaatjes (trombocyten) in het bloed aanwezig zijn, waardoor het bloed niet normaal stolt en er makkelijk bloedingen optreden. In een review (Iheanacho and Eze , 2022) werd in 9 studies uit 2021 gekeken naar de mogelijkheid om immuunreacties op te wekken van mRNA-vaccins (PfizerBionTech) en de op adenovirus-vector gebaseerde vaccins van AstraZeneca en Janssen (Johnson en Johnson). Het adenovirus-vaccin veroorzaakt bloedplaatjes activering en bevordert bloedstolling. Ze vonden in verschillende studies immuun trombotische trombocytopenie (een tekort aan bloedplaatjes waardoor bloedingen ontstaan) en andere bloedplaatjesfactor 4 (PF4)-afhankelijk syndromen, die waarschijnlijk zijn geassocieerd met de adenovirus-vectorvaccins, meestal voorkomend bij vrouwen en meestal binnen 4-37 dagen na de eerste injectie. De studie suggereert een mogelijke ontwikkeling van door het vaccin veroorzaakte immuuntrombotische trombocytopenie na vaccinatie. Vaccinbestanddelen reageren met bloedplaatjes en zijn van invloed op de activering van de bloedplaatjes en de PF4-afgifte. PF4 bindt vaccinbestanddelen die aggregaten vormen. Er wordt een ontstekingssignaal gegenereerd en bloedplaatjes geactiveerd die extra PF4 vrijgeven, dit samen bepaalt de protrombotische respons (Stassie et al., 2021).

Tabel  3: Het aantal symptomen gerapporteerd in VAERS beperkt tot de populatie van de VS in 2021, van verschillende soorten trombose en gerelateerde aandoeningen van de COVID-vaccins vergeleken met alle andere vaccins. Longembolie is hier ook meegenomen (Seneff et al. 2022).

 

Effect op de incidentie van tumoren

Er komen steeds meer aanwijzingen dat de vaccins het aantal tumoren verhogen en tumoren die in remissie waren weer doen opleven. Door vaccinatie wordt het lichaam aangezet om grote hoeveelheden spike-eiwitten te produceren, die zich door het hele lichaam verspreiden. Spike-eiwitten concentreren zich in hoge concentraties in milt, lever, bijnieren en eierstokken (Pfizer, 2021). Een in-vitro-onderzoek (Jiang and Mei, 2021) liet zien dat het SARS-CoV-2-spike-eiwit het herstel van DNA-schade aanzienlijk remt. Herstel van DNA-schade is een belangrijke stap om het ontstaan van tumoren te voorkomen. Mechanistisch vonden ze dat het spike-eiwit de kern in gaat en het DNA-schadeherstelsysteem remt door de migratie van de belangrijkste reparatie-eiwitten BRCA1 en 53BP1 naar de schadeplaats te verminderen. Met deze studie gaven ze inzicht in het moleculaire mechanisme waarmee het spike-eiwit adaptieve immuniteit kan belemmeren en zo kan leiden tot bijwerkingen. Ook hier laat de praktijk zien dat de COVID-19-vaccins gerelateerd zijn aan veel meer tumoren dan andere vaccins (Seneff et al. 2022).

Tabel  4: Het aantal symptomen gerapporteerd in VAERS beperkt tot de populatie van de VS in 2021, van kanker gerelateerde aandoeningen van de COVID-vaccins vergeleken met alle andere vaccins (Seneff et al. 2022).

 

Hieronder de toename van het aantal tumoren in 2021 uit het Vaers bijwerkingen meldpunt uit de Verenigde Staten vergeleken met de afgelopen 6 jaar. Het jaar 2021 valt samen met de uitrol van het vaccinatieprogramma.

Tabel 5: het aantal kankergevallen gerapporteerd bij VAERS over de afgelopen 6 jaar tot 29-04-2022.

 

Neurodegeneratieve aandoeningen

Bij de verschillende bijwerkingen databases worden opvallend veel effecten op het zenuwstelsel beschreven (VAERS, EUDRAVIGILANCE).

Tabel 6: Het aantal symptomen gerapporteerd in VAERS beperkt tot de populatie van de VS in 2021, voor verschillende neurodegeneratieve aandoeningen van de COVID-vaccins vergeleken met alle andere vaccins (Seneff et al. 2022).

Er is in 2021 een opvallend hoog aantal meldingen voor de COVID-vaccins van verminderde mobiliteit.  Verminderde mobiliteit is een van de eerste tekenen van Alzheimer. Reukverlies (anosmia) is een vroeg verschijnsel van Parkinson en komt ook veel voor na vaccinatie, alsook bij COVID- infectie. Een andere neurologische aandoening die na vaccinatie (en ook bij COVID-19-infectie (Roman et al., 2021) soms wordt waargenomen is acute transversale myelitis, een immuunontsteking van het ruggenmerg met name na het Moderna-vaccin (Hsiao et al., 2021; Roman et al., 2021). De symptomen zijn afhankelijk van het betrokken gebied van de wervelkolom. Het kan beide kanten van het lichaam of slechts één kant aantasten en kan o.a. leiden tot verlammingen, tintelingen, spierspasmen en pijn.

 

Veranderingen in het DNA

RNA kan in een cel worden omgezet, “reverse getranscribeerd”, naar DNA. Dit kan plaatsvinden via zogenaamde “reverse transcriptase”-enzymen. Er zijn meerdere bronnen voor deze klasse van enzymen in humane cellen, zoals externe en lichaamseigen retrovirussen, en mobiele genetische elementen, LTR-retrotransposons genaamd, die ook coderen voor reverse transcriptase-enzymen. Hoewel werd gesteld dat vaccin-mRNA’s geen risico vormen voor genoomintegratie, (Pardi et al., 2018), en dat er dus geen risico is op insertiemutagenese (integratie van een DNA-sequentie in het genoom van een organisme), bleek dit niet gestoeld op experimenteel onderzoek (Domazet-Lošo, T, 2022). Een recente studie toonde aan dat SARS-CoV-2-RNA via reverse-transcriptie kan worden omgezet in DNA en geïntegreerd in het genoom van menselijke cellen (Zhang et al., 2021). Dat roept de vraag op of dit ook met het COVID-19-mRNA-vaccin BNT162b2 kan plaatsvinden. Studies van Pfizer naar distributie van het mRNA na injectie lieten zien dat dit bij ratten en muizen naar alle weefsels ging en de hoogste concentraties vooral in injectieplaats en de lever werden gezien (EMA, Pfizer files). In hetzelfde document werden reversibele levereffecten bij dieren die de BNT162b2-injectie kregen beschreven (verhoogde gehaltes leverenzymen, vergrote lever met vacuolisatie). Eerdere studies met op lipide nanopartikels (LNP) gebaseerde transportsystemen lieten ook voorbijgaande leverafwijkingen zien, maar LNP alleen kon dit niet opwekken (Tanaka et al., 2021). In een recente studie (Alden et al., 2022) is gekeken naar het effect van Pfizer BionTech COVID-19-mRNA-vaccin BNT162b2 op de menselijke levercellijn Huh7 in vitro. Er werden hoge niveaus van BNT162b2 gedetecteerd in de levercellen en veranderingen in genexpressie van het nucleaire element-1 (LINE-1), wat een endogene reverse-transcriptase is, werden aangetoond. Deze resultaten wijzen op een snelle opname van BNT162b2 in de menselijke levercellijn Huh7, wat leidt tot veranderingen in LINE-1-expressie en -distributie. De studie toonde aan dat BNT162b2-mRNA binnen 6 uur na blootstelling intracellulair via reverse-transcriptie in DNA wordt getranscribeerd. Deze publicatie heeft geleid tot aanzienlijke bezorgdheid over de daaruit voortvloeiende genotoxiciteit bij mRNA-gevaccineerde personen (Merchant, H. A., 2022). 

 

Samenvatting

Vaccins tegen COVID-19 zijn in een recordtempo ontwikkeld. Onderzoek naar de klinische effectiviteit en de bijwerkingen van deze vaccins gaat door, terwijl er tegelijkertijd al op zeer grote schaal gebruik wordt gemaakt van deze voorwaardelijk en tijdelijk toegelaten vaccins. Gevaccineerden zijn dus onderdeel van een grootschalig experiment. 

De vaccins veroorzaken een groot aantal bijwerkingen die voornamelijk worden veroorzaakt door hetzij de toxische effecten van door het lichaam gevormde spike-eiwitten, hetzij door de directe effecten van de vaccins op het immuunsysteem. Dat leidt onder andere tot een verminderde weerstand tegen infecties, auto-immuunziekten en een toename in de vorming van tumoren doordat de natuurlijke uitschakeling van tumoren verstoord wordt. Bovendien is recent aangetoond dat het mRNA uit de vaccins kan worden geïntegreerd in het menselijk DNA. Welke schade dat op termijn kan veroorzaken is nog niet bekend.

 

Literatuur

Aldén, M., Olofsson Falla,F., Yang, D., Barghouth, M., Luan, C., Rasmussen, M., De Marinis, Y. Intracellular Reverse Transcription of Pfizer BioNTech COVID-19 mRNAVaccine BNT162b2 In Vitro in Human Liver Cell Line. Curr. Issues Mol. Biol. 2022, 44, 1115–1126. https://doi.org/10.3390/cimb44030073

Alejo JL, Jonathan Mitchell, Amy Chang, Teresa P. Y. Chiang, Allan B. Massie, Dorry L. Segev, Martin A. Makary. JAMA. 2022. PMID: 35113143. Prevalence and Durability of SARS-CoV-2 Antibodies Among Unvaccinated US Adults by History of COVID-19.

Angeli F, Spanevello A, Reboldi G, Visca D, Verdecchia P. SARS-CoV-2 vaccines: Lights and shadows. Eur J Intern Med. 2021 Jun;88:1-8. doi: 10.1016/j.ejim.2021.04.019. Epub 2021 Apr 30.

Arola, Anita , Essi Pikkarainen, Jussi Ot Sipilä, Jouni Pykäri, Päivi Rautava, Ville Kytö. Occurrence and Features of Childhood Myocarditis: A Nationwide Study in Finland. J Am Heart Assoc . 2017 Nov 18;6(11):e005306.doi: 10.1161/JAHA.116.005306.

Boettler T, Csernalabics B, Salié H, Luxenburger H, Wischer L, Alizei ES, Zoldan K, Krimmel L, Bronsert P, Schwabenland M, Prinz M, Mogler C, Neumann-Haefelin C, Thimme R, Hofmann M, Bengsch B, SARS-CoV-2 vaccination can elicit a CD8 T-cell dominant hepatitis, Journal of Hepatology (2022), doi: https://doi.org/10.1016/j.jhep.2022.03.040.

Cardozo, T and R. Veazey, 2021. Informed consent disclosure to vaccine trial subjects of risk of COVID-19 vaccines worsening clinical disease. Int J Clin Pract . 2021 Mar;75(3):e13795. doi: 10.1111/ijcp.13795.

CBG melden van bijwerkingen https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/hv-melden-van-bijwerkingen

Centers for Disease Control and Prevention, 2021a. Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) [online] Available at: https://www.cdc.gov/coronavirus/2019-ncov/science/science-briefs/vaccine-induced-immunity.html#anchor_1635540449320. (data from November 2021)

Centers for Disease Control and Prevention, 2021b. COVID-19 Booster Shot [online] Available at: https://www.cdc.gov/coronavirus/2019-ncov/vaccines/booster-shot. html. (Accessed 28 November 2021).

Cohen KW, Linderman SL, Moodie Z, Czartoski J, Lai L, Mantus G, Norwood C, Nyhoff LE, Edara VV, Floyd K, De Rosa SC, Ahmed H, Whaley R, Patel SN, Prigmore B, Lemos MP, Davis CW, Furth S, O’Keefe JB, Gharpure MP, Gunisetty S, Stephens K, Antia R, Zarnitsyna VI, Stephens DS, Edupuganti S, Rouphael N, Anderson EJ, Mehta AK, Wrammert J, Suthar MS, Ahmed R, McElrath MJ. Longitudinal analysis shows durable and broad immune memory after SARS-CoV-2 infection with persisting antibody responses and memory B and T cells. Cell Rep Med. 2021 Jul 20;2(7):100354. doi: 10.1016/j.xcrm.2021.100354.

Dan, J. et al. 2021. Immunological memory to SARS-CoV-2 assessed for up to 8 months after infection. Science Vol. 371, No. 6529

Domazet-Lošo, T. mRNA Vaccines: Why Is the Biology of Retroposition Ignored? Genes 2022, 13, 719. https://doi.org/10.3390/ genes13050719

EMA Pfizer files: https://www.ema.europa.eu/en/documents/assessment-report/comirnaty-epar-public-assessment-report_en.pdf (accessed on 24 February 2022)

Eudravigilance: https://www.adrreports.eu/en/search_subst.html#

https://healthimpactnews.com/2022/44348-dead-4279200-injured-following-covid-19-vaccines-in-european-database-of-adverse-reactions-as-more-pfizer-fraud-uncovered

Föhse et al. 2021. The BNT162b2 mRNA vaccine against SARS-CoV-2 reprograms both adaptive and innate immune responses. doi: https://doi.org/10.1101/2021.05.03.21256520

Hazell, Lorna and Saad A W Shakir. Under-reporting of adverse drug reactions : a systematic review.  Drug Saf . 2006;29(5):385-96. doi: 10.2165/00002018-200629050-00003.

Health 1+1 and Xiaoxu Sean Lin, May 2022. https://www.theepochtimes.com/how-to-remove-harmful-spike-protein-from-your-body_4454443.html

Hsiao, Y.-T.; Tsai, M.-J.; Chen, Y.-H.; Hsu, C.-F. Acute Transverse Myelitis after COVID-19 Vaccination. Medicina 2021, 57, 1010. https://doi.org/10

Ivanova, E.N., Devlin, J.C., Buus, T.B., Koide, A., Cornelius, A., Samanovic, M.I., Herrera, A., Zhang, C., Desvignes, L., Odum, N., Ulrich, R., Mulligan, M.J., Koide, S., Ruggles, K.V., Herati, R.S., Koralov, S.B., 2021. Discrete immune response signature to SARS-CoV-2 mRNA vaccination versus infection. medRxiv preprint. https://doi.org/10.1101/2021.04.20.21255677. April 21

Jiang H, Mei YF. SARS-CoV-2 Spike Impairs DNA Damage Repair and Inhibits V(D)J Recombination In Vitro. Viruses. 2021 Oct 13;13(10):2056. doi: 10.3390/v13102056.

Karlstad, Øystein et al. 2022. SARS-CoV-2 Vaccination and Myocarditis in a Nordic Cohort Study of 23 Million Residents. JAMA Cardiology, April 2022

Kampf, G., 2021a. The epidemiological relevance of the COVID-19-vaccinated population is increasing. Lancet. Reg. Health – Europ. 11, 100272 https://doi.org/ 10.1016/j.lanepe.2021.100272.

Lee, E.J., Cines DB, Gernsheimer T, Kessler C, Michel M, Tarantino MD, et al. Thrombocytopenia following Pfizer and Moderna SARS-CoV-2 vaccination. Am J Hematol 2021;96:534–7. https://doi.org/10.1002/ajh.26132.

Lei, Yuyang,  Jiao Zhang, Cara R. Schiavon , Ming He, Lili Chen, Hui Shen, Yichi Zhang, Qian Yin, Yoshitake Cho, Leonardo Andrade, Gerald S. Shadel, Mark Hepokoski, Ting Lei, Hongliang Wang, Jin Zhang, Jason X.-J. Yuan, Atul Malhotra, Uri Manor , Shengpeng Wang, Zu-Yi Yuan, John Y-J. Shyy. RESEARCH LETTER: SARS-CoV-2 Spike Protein Impairs Endothelial Function via Downregulation of ACE 2. Circulation Research. 2021;128:1323–1326. DOI: 10.1161/CIRCRESAHA.121.318902 April 30, 2021 1323

Merchant, H.A. Comment on Aldén et al. Intracellular Reverse Transcription of Pfizer BioNTech COVID-19 mRNA Vaccine BNT162b2 In Vitro in Human Liver Cell Line. Curr. Issues Mol. Biol. 2022, 44, 1115–1126. Curr. Issues Mol. Biol. 2022, 44, 1661–1663. https:// doi.org/10.3390/cimb44040113

Mercola, Joseph 2022. The COVID Shots Are Killing People? Epoch Times, April 18, 2022 Updated: April 21, 2022. https://www.theepochtimes.com/the-covid-shots-are-killing-people_4411307.html?est=LaByhAq83tJ53gEFsbDjFfvMbI%2FocfCjCRiXy5tOTa7awhhurfaFc0LJExs%3D

Ndeupen, Sonia, Zhen Qin, Sonya, Jacobsen, Aure´ lie, Bouteau, Henri, Estanbouli, Botond Z. Igyarto. 2021. The mRNA-LNP platform’s lipid nanoparticle component used in preclinical vaccine studies is highly inflammatory. iScience 24, 103479 December 17, 2021. 

Othman M, Alexander T. Baker, Elena Gupalo, Abdelrahman Elsebaie, Carly M. Bliss, Matthew T. Rondina, David Lillicrap, Alan L. Parker. 2021. To clot or not to clot? Ad is the question-Insights on mechanisms related to vaccine-induced thrombotic thrombocytopenia.J Thromb Haemost. PMID: 34351057 Free PMC article.

Passegu, E., Ernst, P.A., 2009. IFN-alpha wakes up sleeping hematopoietic stem cells. Nat. Med. 15 (6), 612613 https://doi.org/10.1038/nm0609-612.

Pfizer, 2021. 5.3.6 CUMULATIVE ANALYSIS OF POST-AUTHORIZATION ADVERSE EVENT REPORTS OF PF-07302048 (BNT162B2) RECEIVED THROUGH 28-FEB-2021. FDA-CBER-2021-5683-0000054

Pfizer-bio-distribution-confidential-document-translated-to-english. https://pandemictimeline.com/wp-content/uploads/2021/08/Pfizer-bio-distribution-confidential-document-translated-to-english.pdf

Psichogiou, M., Karabinis, A., Poulakou, G., Antoniadou, A., Kotanidou, A.,Degiannis, D., Pavlopoulou, I.D., Chaidaroglou, A., Roussos, S., Mastrogianni, E., et al., 2021. Comparative immunogenicity of BNT162b2 mRNA vaccine with natural COVID-19 infection. Vaccines (Basel) 9 (9), 1017. https://doi.org/10.3390/ vaccines9091017.

Román, Gustavo C, Fernando Gracia, Antonio Torres, Alexis Palacios, Karla Gracia, Diógenes Harris. Acute Transverse Myelitis (ATM):Clinical Review of 43 Patients With COVID-19-Associated ATM and 3 Post-Vaccination ATM Serious Adverse Events With the ChAdOx1 nCoV-19 Vaccine (AZD1222). Front Immunol.. 2021 Apr 26;12:653786.doi: 10.3389/fimmu.2021.653786. eCollection 2021.

Ross, Lazarus et al. 2011. Grand Final report Electronic Support for Public Health–Vaccine Adverse Event Reporting System (ESP:VAERS) https://digital.ahrq.gov/sites/default/files/docs/publication/r18hs017045-lazarus-final-report-2011.pdf

Salamanna, Francesca, Melania Maglio, Maria Paola Landini, Milena Fini. Body Localization of ACE-2: On the Trail of the Keyhole of SARS-CoV-2. Front Med (Lausanne). 2020 Dec 3;7:594495. doi: 10.3389/fmed.2020.594495. eCollection 2020.

Senefff, Stephany, Greg Nigh, Anthony M. Kyriakopoulos, Peter A. McCullough. Innate immune suppression by SARS-CoV-2 mRNA vaccinations: The role of G-quadruplexes, exosomes, and MicroRNAs. Food and Chemical Toxicology 164 (2022) 113008.

Shrotri, M., Navaratnam, A.M., Nguyen, V., Byrne, T., Geismar, C., Fragaszy, E., Beale, S.,Fong, W.L.E., Patel, P., Kovar, J., et al., 2021. Spike-antibody waning after second dose of BNT162b2 or ChAdOx1. Lancet 398 (10298), 385–387.

Siolos A, Gartzonika K, Tigas S. Thyroiditis following vaccination against COVID- 19: report of two cases and review of the literature. Metabolism open 2021;12: 100136. https://doi.org/10.1016/j.metop.2021.100136

Song F, Fux R, Provacia LB, Volz A, Eickmann M, Becker S, et al. Middle East respiratory syndrome coronavirus spike protein delivered by modified vaccinia virus Ankara efficiently induces virus-neutralizing antibodies. J Virol 2013;87(21): 11950–4.

Stassi, C.; Mondello, C.; Baldino, G.; Cardia, L.; Asmundo, A.; Ventura Spagnolo, E. An Insight into the Role of Postmortem Immunohistochemistry in the Comprehension of the Inflammatory Pathophysiology of COVID-19 Disease and Vaccine-Related Thrombotic Adverse Events: A Narrative Review. Int. J. Mol. Sci. 2021, 22, 12024. https://doi.org/ 10.3390/ijms222112024

Stokel-Walker, C. What we know about covid-19 reinfection so far. BMJ 2021; 372 doi: https://doi.org/10.1136/bmj.n99 (Published 19 January 2021)

Subramanian, S.V.; Kumar, A. Increases in COVID-19 are unrelated to levels of vaccination across 68 countries and 2947 counties in the United States. Eur. J. Epidemiol. 2021, 1-4. doi: 10.1007/s10654-021-00808-7.

Tanaka, H.; Takata, N.; Sakurai, Y.; Yoshida, T.; Inoue, T.; Tamagawa, S.; Nakai, Y.; Tange, K.; Yoshioka, H.; Maeki, M.; et al. Delivery of Oligonucleotides Using a Self-Degradable Lipid-Like Material. Pharmaceutics 2021, 13, 544.

Tsilingiris, Dimitrios, Natalia G. Vallianou, Irene Karampela, Junli Liu, Maria Dalamaga. Potential implications of lipid nanoparticles in the pathogenesis of myocarditis associated with the use of mRNA vaccines against SARS-CoV-2Metabolism Open Volume 13, March 2022, 100159

Tun, Gloria Shwe Zin, Dermot Gleeson, Amer Al-Joudeh, Asha Dube. 2021. Immune-mediated hepatitis with the Moderna vaccine, no longer a coincidence but confirmed. J Hepatol. 2022 Mar; 76(3): 747–749.

Uciechowski, Peter and Wolfram C M Dempke. Interleukin-6: A Masterplayer in the Cytokine Network. Oncology 2020;98(3):131-137.doi: 10.1159/000505099. Epub 2020 Jan 20.

VAERS (https://openvaers.com/)

van Riel, D., & de Wit, E. (2020). Next-generation vaccine platforms for COVID-19. Nature Materials. https://doi.org/10.1038/s41563-020-0746-0

Vanden Bossche, G., 2022.  Poor virus-neutralizing capacity in highly C-19 vaccinated populations could soon lead to a fulminant spread of Sars-CoV-2 super variants that are highly infectious and highly virulent in vaccinees while being fully resistant to all existing and future spike-based C- 19 vaccines. https://uploads-ssl.webflow.com/616004c52e87ed08692f5692/627933433cc6dc1c869df8ad_GVB%27s%20analysis%20of%20C-19%20evolutionary%20dynamics%20update%20May%202022.pdf

Yahi, N., Chahinian, H., Fantini, J., 2021. Infection-enhancing anti-SARS-CoV-2 antibodies recognize both the original Wuhan/D614G strain and Delta variants. A potential risk for mass vaccination? J. Infect. 83 (5), 607–635.

Zhang, L.; Richards, A.; Barrasa, M.I.; Hughes, S.H.; Young, R.A.; Jaenisch, R. Reverse-transcribed SARS-CoV-2 RNA can integrate into the genome of cultured human cells and can be expressed in patient-derived tissues. Proc. Natl. Acad. Sci. USA 2021, 118, e2105968118.

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief