DutchEnglishFrenchGerman

IC-opnames, modellen en weersinvloeden

Technische briefing Jaap van Dissel Tweede Kamer 25 juni 2020


In de technische briefing van Jaap van Dissel aan Tweede Kamer van 25 juni 2020 (zie boven) is te vinden, dat ca. 0,35% van de geïnfecteerden met het Sars-CoV-2 virus op de IC terecht komt. Er staat ook dat uit het bloedonderzoek van Sanquin blijkt , dat ca. 5,5% antistoffen heeft (gaat om bloed van 9 – 18 mei 2020). Tevens staat er dat de interventies ervoor hebben gezorgd, dat er ca. 35.800 IC-opnames voorkomen zijn. 

Volgens stichting Nice zijn er op 25 juni 2020 2.938 patiënten opgenomen op de IC die als COVID-19 patiënt geregistreerd zijn (deze patiënten liggen er overigens niet allemaal vanwege COVID-19 klachten). Volgens van Dissel zijn er  35.800 (95%CI 34.000-37.400) IC-opnames voorkomen. De verwachting volgens dit model was dus, dat zonder interventies er (indien de IC hiervoor toereikend was) 38.738 patiënten op de IC terecht zouden komen.
Op de eerste plaats valt al direct op,  dat de 95% CI (confidence interval/betrouwbaarheidsinterval) een bijzonder lage range heeft (factor 1,1 verschil tussen 37.400 en 34.000). Met een ziekte waar op dat moment nog weinig over bekend was lijkt zo’n kleine range eigenlijk al onmogelijk. Alleen al op basis daarvan kan je zeggen dat dit model onbetrouwbaar is. 

Tijdens het bloedonderzoek van Sanquin van 9-18 mei 2020 had 5,5% antistoffen. Vaak duurt het ca. 2 weken tot antistoffen te detecteren zijn. Dus de mensen die positief testen tijdens dit onderzoek hadden hun infectie vóór begin mei opgelopen. Het duurt vaak ook ongeveer 2 weken voor iemand die geïnfecteerd is op de IC terecht komt (bij een zeer ernstig ziekteverloop). Volgens Stichting NICE lagen er op 13 mei 2.820 patiënten op de IC (deze 2.820 correspondeert met 5,5% antistoffen).  Volgens van Dissel zouden er op 25 juni 2020 38.738 patiënten op de IC hebben gelegen als er geen interventies waren. Deze 38.738 patiënten zouden dan corresponderen met 38.738/2.820*5,5% = 76% mensen met antistoffen (op dit getal zit wel een foutmarge). 

Heterogeneity and herd immunity

In response to severe acute respiratory syndrome coronavirus 2 (SARS-CoV-2), some politicians have been keen to exploit the idea of achieving herd immunity. Countering this possibility are estimates derived from work on historical vaccination studies, which suggest that herd immunity may only be achieved at an unacceptable cost of lives. Because human populations are far from homogeneous, Britton et al. show that by introducing age and activity heterogeneities into population models for SARS-CoV-2, herd immunity can be achieved at a population-wide infection rate of 40%, considerably lower than previous estimates. This shift is because transmission and immunity are concentrated among the most active members of a population, who are often younger and less vulnerable. If nonpharmaceutical interventions are very strict, no herd immunity is achieved, and infections will then resurge if they are eased too quickly.

Science, this issue p. 846

https://www.rivm.nl/pienter-corona-studie/resultaten

https://science.sciencemag.org/content/369/6505/846

Volgens bovenstaande alinea uit ScienceMag waar naar verwezen wordt op de RIVM site, is er al sprake van groepsimmuniteit bij ca 40%.

Dit zou dus betekenen dat de ca.76% mensen met antistoffen waarover eerder is gesproken, nooit bereikt kan worden in zo’n kort tijdsbestek.

Ook geeft van Dissel aan op nos.nl, dat afweer meer is dan alleen antistoffen. Sommige mensen hebben wel immuniteit, maar hoeven dus niet per se antistoffen te hebben. Dit zou zelfs suggereren dat voor groepsimmuniteit minder dan 40% antistoffen hoeft te hebben. En dat wanneer ca. 76% van de mensen antistoffen heeft, de daadwerkelijke immuniteit binnen de bevolking nog veel hoger ligt.

Jaap van Dissel: “Het onderzoek maakt duidelijk dat afweer meer is dan antistoffen alleen. De laatste tijd is er wellicht een beeld ontstaan alsof antistoffen als enige voor afweer zorgen. Dat komt omdat er relatief eenvoudige methoden zijn om antistoffen te meten. Maar het afweersysteem bestaat ook uit een deel dat via bloedcellen verloopt, de T-cellen bijvoorbeeld. T-cellen reageren meestal wat breder dan antistoffen. Het Rotterdamse onderzoek bevestigt dat en toont dat de immuunreactie een combinatie is van antistoffen en afweercellen. Dat lijkt ook gunstig voor de afweer tegen virusvarianten.”

Technische briefing Jaap van Dissel aan de Tweede Kamer op 12 mei 2021


In de technische briefing van 12 mei 2021 (zie hierboven) wordt aangegeven dat ca. 0,25% op de IC terecht komt (bij een zeer ernstig ziekteverloop).  Dit is al een beduidend lager percentage dan de 0,35 % waarmee gerekend werd op 25 juni 2020. 

0.35%/0.25% is een factor van 1,4. Dit geeft ook al gelijk aan dat 95% CI 34.000-37.400 voor het aantal voorkomen IC-opnames van 25 juni 2020 totaal geen juiste foutmarge weergeeft, want 37.400/34.000 is een factor van 1,1.

Dan wordt er ook geen rekening mee gehouden dat een toename van immuniteit binnen de bevolking de verspreiding van het virus langzamer doet verlopen. Zelfs een kleine toename van immuniteit zorgt al voor een significant minder snelle verspreiding.

Weersinvloeden


Bronnen: KNMI.nl weerstatistieken.nl weeronline.nl

Volgens Stichting NICE was het hoogtepunt qua IC-bezetting 1322 op 7 april 2020 en daarna volgde een snelle afname, zie onderstaande figuur.


In de grafieken hierboven zie je dat de temperaturen in april en mei toenemen. Warme lucht kan meer vocht vasthouden, waardoor druppeltjes (die virus kunnen bevatten) zwaarder worden en minder lang in de lucht blijven hangen. Hierdoor kan er minder virus ingeademd worden.

De april- en meimaand van 2020  waren daarbij zeer zonnig (meest zonnige voorjaar sinds het begin van de metingen in 1901). Zon zorgt voor de aanmaak van vitamine D. Dit is niet alleen goed  voor de botten, maar heeft ook een positief effect op het immuunsysteem. 

Er zijn onderzoeken die aantonen dat een hoog percentage van mensen met een ernstig ziekteverloop een vitamine D tekort hadden (zie onderstaande links).

https://www.ntvh.nl/corona/mogelijke-link-tussen-vitamine-d-gebrek-en-ernstig-ziekteverloop-covid-19/

https://www.nature.com/articles/s41598-020-77093-z

Ook gaan mensen met zonnig weer meer naar buiten toe. Buiten is de kans veel kleiner om iemand te infecteren met het virus (zie onderstaande link).

https://www.irishtimes.com/news/ireland/irish-news/outdoor-transmission-accounts-for-0-1-of-state-s-covid-19-cases-1.4529036

De weersinvloeden worden in de modellen nauwelijks meegenomen. Deze lijken echter een groot effect te hebben op de verspreiding van het virus. Eerdere griepepidemieën vonden ook voornamelijk plaats in de winter en soms nog het begin van het voorjaar. Zij doofden in het voorjaar uit zonder interventies (griepepidemie 2014/2015 van begin december tot eind april en griepepidemie 2017/2018 van 11-12-17 tot en met 15-04-18 , bron Nivel.nl).

Vergelijking van het weer in april en mei 2020 en 2021

Je ziet dat de afname van de IC-bezetting in 2021 later tot stand komt dan in 2020.

Bekijken we de weergegevens, dan zien we het volgende:

gemiddelde temperatuur de Bilt

  • april 2020: 11.1°C april 2021: 6.7°C (koudste aprilmaand sinds 1986).
  • mei 2020:  13.1°C mei 2021: 11.2°C

De temperatuur van april 2021 met 6.7°C komt redelijk overeen met een normale maartmaand van 6.5°C. Dus eigenlijk lag de temperatuur in april van 2021 ongeveer een maand achter op normaal.

Ook als je kijkt naar het landelijk aantal zonuren is er een verschil tussen 2020 en 2021.

  • april 2020: 285 zonuren april 2021: 221 zonuren
  • mei 2020:  324 zonuren mei 2021:  200 zonuren

De weersomstandigheden van het voorjaar  2020 waren dus ideaal om de virusverspreiding sterk te verminderen en dit jaar zijn die ideale weersomstandigheden pas wat later in het jaar gekomen.

 

Meld je aan voor de nieuwsbrief